‘dag sietse, dag hielke!’

H. de Roos en P. de Roos, De Kameleonserie
‘HIELKE en Sietse, de zoons van smid Klinkhamer, zijn een paar grote uilskuikens! Dat beweerde veldwachter Zwart en hij had er ook wel zijn reden voor. Toch waren de jongens niet slecht, integendeel, zij waren steeds bereid iemand te helpen. Zij hadden zelfs meermalen met hun motorboot mensen gered op het grote meer dat bij het dorp lag. De boot droeg de naam Kameleon en deed vroeger dienst als opduwer bij een vrachtschip. Maar de motor ging stuk en toen verkocht de schipper het bootje aan Klinkhamer.

Zo kregen Hielke en Sietse dus een boot waarmee zij de koning te rijk waren, want de dokter die naast Klinkhamer woonde, gaf hun de motor cadeau uit zijn afgedankte auto. Daardoor bleek de Kameleon zo snel te kunnen varen dat het iedereen verbaasde.’ (Uit: De Kameleon treft doel)
Ik kon me niet voorstellen dat de oubollige avonturen van de tweeling Klinkhamer op hun bootje anno 1996 nog door de jeugd op waarde worden geschat. Net als Pietje Bell en Dik Trom hadden de kwajongens-met-een- hart-van-goud het bij mijn weten allang afgelegd tegen kinderboeken waarin het gezinsleven bestierd werd door twee vaders of twee moeders. Ook Kuifje en Sjors en Sjimmie van de Rebellenclub waren bij het vuil gezet omdat ze racistisch zouden zijn. De politiek-correcte nieuwlichters in de jeugdliteratuur konden tevreden zijn.
Maar de Kameleon bleek nog te bestaan, getuige een recente scoop van het Reformatorisch Dagblad. Op de voorpagina stond, onder de titel ‘Kameleon van kleur verschoten’ dat de herdrukken van het beroemde jongensboek dusdanig waren gemoderniseerd dat er tegenwoordig niet alleen grove taal in staat, maar ook vloeken. De verontruste redacteur van het Reformatorisch Dagblad schreef dat woorden als 'shit’ en 'volvreten’ de nieuwe boekjes ontsieren en stelde bedroefd vast dat de kerkgang is afgeschaft en vloeken kennelijk als 'vernieuwend’ worden gezien. Hij betreurde dat de kiel vervangen was door sweater en spijkerbroek en klompen hadden plaatsgemaakt voor gymschoenen.
Tot overmaat van ramp waren er in het Friese dorp waar de Klinkhamers wonen, dat in de herschreven versie Lenten heet, plotseling drugverslaafden gesignaleerd en in het zestigste deel duiken er zelfs actievoerders voor het milieu op. Bovendien is moeder Klinkhamer via het arbeidsbureau aan een baan gekomen. De redacteur van het Reformatorisch Dagblad concludeerde uiteindelijk dat de boeken uit de Kameleonserie niet meer in de categorie 'Dat is wel vertrouwd’ kunnen worden ondergebracht en plaatste de reeks op de zwarte lijst. Het aanpassen van de avonturen aan deze tijd was volgens hem niet nodig geweest en vooral het gewijzigd taalgebruik hadden hem tot deze pijnlijke daad genoopt.
De huidige uitgever van Kluitman, P. de Roos (geen familie van schrijver Hotze de Roos), blijkt de boeken herschreven te hebben. Hij is echter op vakantie en verder wil en kan bij de uitgeverij in Alkmaar niemand commentaar geven op het artikel in het Reformatorisch Dagblad. Ik word doorverwezen naar het Kameleon Informatie Centrum in het Friese Terherne.
IN HET informatiecentrum worden flessen echt Kameleonwater verkocht, op het prikbord hangt een Friestalig artikel met de kop 'Terherne, it Mekka fan it Kameleon-gefoel’. Terherne, dat vlak bij Sneek ligt, is omgedoopt in Kameleondorp.
De belangstelling voor de Kameleon is, in tegenstelling tot wat ik dacht, groter dan ooit. De fanclub telt 760 leden en sinds 1949 zijn er dertien miljoen exemplaren van de Kameleonreeks verkocht. Hotze de Roos, die in 1991 overleed, is daarmee de best verkochte kinderboekenschrijver van Nederland. Een aantal delen zijn in het Fries vertaald: 'Grutte maten fan de Kameleon’, 'De Kameleon bringt gelok’ en 'De skippers fan de Kameleon’. In het verleden heeft uitgeverij Kluitman ook nog geprobeerd de serie in Duitsland te slijten, maar 'Der Tigerhai’ sloeg daar niet aan 'omdat de specifiek Fries-Nederlandse sfeer niet zomaar te vertalen is’.
Hotze de Roos kwam niet uit Terherne. Hij was geboren in het Friese dorp Langezwaag en leefde in Krommenie, waar hij timmerman was. In 1980 benoemden de kinderen van de basisschool in Terherne hem tot de beste kinderboekenschrijver van Neder land, de enige officiele erkenning die Hotze de Roos tijdens zijn leven zou krijgen. Toen hij naar Terherne kwam voor de onderscheiding, viel het hem op dat het dorp veel overeenkomsten vertoonde met het dorp van Sietse en Hielke Klinkhamer. De later in het leven geroepen Stichting Vrienden van de Kameleon besloot Terherne te modelleren naar het dorp dat het decor vormde van de Kameleon-avonturen. Namen van boerderijen, restaurants en cafes in het dorp verwijzen naar de boeken, in het Kameleon Museum bevindt zich de smederij van vader Klinkhamer.
Volgens de folder valt er in Terherne veel te beleven voor de jeugd, 'van knutselen tot survival- achtige activiteiten in het teken van de Kameleon’. Bij de steiger van het Kameleon Informatie Centrum ligt de Kameleon. Twee keer per dag kun je een rondvaart maken op een praam, die wordt aangeduwd door het in bonte kleuren beschilderde bootje. Wat de 'survival-achtige’ activiteiten precies inhouden wordt niet duidelijk, maar de kinderen mogen de Kameleon tijdens de rondvaart om de beurt besturen.
Ze verdringen zich bij de schipper met oorbel die aan het bijkomen is van een kater. 'Nee’, schreeuwt een jongetje met stekelhaar, 'hij mag niet sturen, hij leest de Kameleon al twee jaar niet meer.’ Het jongetje, Rik, blijkt de enige van de groep kinderen op de boot te zijn die heilig gelooft in de verhalen van de gids. Als de gids wijst naar het huis van de Klinkhamers, roept hij luidkeels: 'Dag Sietse, dag Hielke.’ De oudere jongens vervelen zich dood en een van hen vraagt aan de schipper van de Kameleon of hij het niet moeilijk vind iedere vraag van de kritische Rik met smoesjes en uitvluchten te beantwoorden. Een ander vraagt waarom de Klinkhamers nooit ouder worden. Ook mijn Kameleongevoel, of wat daar nog van over was, slinkt met de minuut.
Ik kan me haast niet meer voorstellen dat ik als kind met rode konen de avonturen van Hielke en Sietse Klinkhamer las. Eenmaal begonnen kon ik niet meer stoppen en als mijn moeder het licht van de slaapkamer had uitgedaan, las ik verder bij het schijnsel van een zaklantaarn. Net als de lange zomervakanties stonden de boeken bol van een onbestemd verlangen. Er broeide iets maar ik wist niet wat. De Klinkhamers maakten geen vleselijke avonturen mee - daarvoor was ik op Bob en Daphne aangewezen - maar met enige fantasie kon ik mij voorstellen wat zij met Paulien, de dochter van de arme weduwe Wijnstra, uitvraten als die meevoer op de Kameleon.
JUIST DE onbeschreven zaken maakten de Kameleon dragelijk, want verder gebeurde er helemaal niets in die boeken. Die combinatie van onbeantwoorde geilheid en verveling zou ik later alleen nog maar terugvinden in sommige films van de Franse regisseur Eric Rohmer. De gebroeders Klinkhamer waren, achteraf bezien, zo braaf dat ze vandaag de dag voor slijmballen of 'nerds’ zouden doorgaan.
Op een dag waren de magie en de aantrekkingskracht van de Kameleon dan ook geheel verdwenen. Waarom precies weet ik niet meer, maar ik geloof dat de schrijver in deel dertig of daaromtrent ineens met een vliegende schotel kwam aanzetten. Ongetwijfeld was dat een noodgreep van Hotze de Roos, die de strijd moest aanbinden met de televisie. Ik liet me echter geen knollen voor citroenen verkopen. De stukgelezen exemplaren van de Kameleon verdwenen naar de zolder van het ouderlijk huis. Nooit meer kwam de behoefte in me op ze opnieuw te gaan lezen. Wat dat betreft is het net als met de televisieseries Floris en Thierry de Slingeraar: een hernieuwde kennismaking mondt altijd uit in een teleurstelling.
Het bezoek aan Kameleondorp stemt treurig en roept bij mij enkel de herinnering op aan lange, vervelende oer-Hollandse zomers. Dat de boeken nu, louter om de verkoopcijfers te bevorderen, herschreven worden, is zo mogelijk nog treuriger. Een bolwerk van de Nederlandse jeugdliteratuur is gezwicht voor de tijdgeest. Wat is de volgende stap: Bob Evers bij Milieudefensie, Pietje Bell aan de heroine in Spangen, Dik Trom die op zondagavond met zijn vriend bij het COC gaat dansen?