Dag uit het leven van een scholier

Dag uit het leven van een scholier

Ik sta op, poets mijn tanden, ontbijt en blaas ’m op mijn fiets. Ik roep laters, ouwe naar mijn vader. Op school – voordat de lessen beginnen – dis ik nog een paar matties en pass wat doekoes aan de kantinebeheerder voor mijn Bits. Na tuurkunde is kapot saai. Boeit niet. Na het vijfde uur hebben we sportmiddag. We moeten er fokking snel zijn, dus ik boek ’m meteen. Het eerste partijtje voetbal verliezen we tantoe hard. In de pauze gaan we naar onze spot. We zien een zwerver een fiets nakken, maar de skoepoes zijn in de buurt. Fatoe voor die zwerver. De volgende wedstrijd spelen we tegen killies uit de eerste. We breken ze. Als de sportmiddag afgelopen is, blaas ik ’m naar huis. Ik skip het laatste lesuur, skit eraan. Thuis chill ik nog een uurtje. Mijn brada is er al, hij heeft fittie met mijn moeder omdat hij verkeerde patta’s heeft gekocht. Best wel droog.

Verklarende woordenlijst

blaas ’m, van blazen: snel vertrekken

laters, ouwe: tot later, vader (hier)

dis: van dissen: iemand de mond snoeren

matties: vrienden

pass: van passen: geven

doekoes: geld

boeit niet: maakt niet uit

kapot: heel erg

fokking: erg

boek: van boeken: ervandoor gaan

tantoe hard: verschrikkelijk

spot: plek

nakken: stelen

skoepoes: politie

fatoe: erg

killies: jochies (kill is enkelvoud)

breken: afmaken, d.w.z. gemakkelijk winnen

skip: laten voor wat het is

skit eraan: kan me niet schelen

chill: van chillen: ontspannen

brada: broer

fittie: ruzie

patta’s: schoenen

best wel droog: een beetje dom