Dag van de catastrofe

Terwijl Israel het halve-eeuwfeest viert, gedenken de Palestijnen dat ze vijftig jaar geleden door de Israeli‰rs van hun land zijn gejaagd. ‘Naqba’, oftewel ‘Catastrofe’ heet die dag. Er werd hard gevochten, er vielen doden. De aanloop voor een nieuwe intifada? ..LE RAMALLA, donderdag - ‘Palestina, we zullen je nooit vergeten’ en ‘Jeruzalem is onze eeuwige hoofdstad’ staat er met koeieletters op een spandoek geschreven. Overal in de stad wapperen zwarte vlaggen, uit luidsprekers klinken treurmarsen en droevige liedjes van de Libanese zangeres Fayrouz. Gesluierde meisjes in schooluniformen schuifelen giechelend door de straten.

Het Manaraplein in het centrum van de stad is veranderd in een vlaggenzee. Duizenden demonstranten, grijsaards, volwassen mannen en vrouwen, en vooral heel veel kinderen, wachten op Yasser Arafat en doden de tijd met gegrilde kip, kebab en ijs. Gemaskerde leden van de Havikbrigade, de militaire tak van de PLO, paraderen met veel vertoon voor het podium. Opgewonden agenten vuren salvo’s in de lucht. ‘Jongens, alsjeblieft, laten we het rustig aan doen’, tettert een zenuwachtige bobo met een fout pak en een zonnebril door de microfoon.
Al wekenlang wordt gevreesd dat de Naqba-dag uit de hand zal lopen. Volgens de Israelische media staat de Naqba (Arabisch voor 'Catastrofe’) voor de oprichting van de staat Israel in 1948. Maar de Palestijnen herdenken vandaag vooral de vernietiging van 394 dorpen en de gedwongen ballingschap van meer dan een half miljoen vluchtelingen.
De afgelopen weken vierde Israel zijn vijftigste verjaardag, nu zijn de verliezers aan de beurt. De Palestijnse Autoriteit heeft opgeroepen tot een 'Million Man March’, in navolging van een initiatief van Louis Farrakhan, de leider van de Amerikaanse Nation of Islam. Deze middag zullen overal op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook marsen worden gehouden. Het Israelische leger verkeert in opperste paraatheid.
OP HET PERSPODIUM is een Israelische radiojournalist in een felle discussie verwikkeld met een Palestijnse student. De journalist zegt in vloeiend Arabisch dat hij weliswaar Israeli‰r is maar zeker geen zionist. Waar komen je ouders vandaan? vraagt de student. Uit Bagdad, zegt de journalist, nu ongemakkelijk kijkend. Nou, als je geen zionist bent, wat doe je dan in godsnaam in Israel, roept de Palestijn triomfantelijk.
Eindelijk komt Arafat het podium op, bijna gedragen door zijn lijfwachten. Hij is bleek, zijn mond trilt. Hij roept enkele strijdkreten door de microfoon. Als hij juicht, tillen lijfwachten zijn armen op. Dan verdwijnt hij naar een televisiestudio voor een boodschap aan het volk.
Om twaalf uur loeien de sirenes en zwijgen de demonstranten twee minuten lang. De stilte wordt verbroken door een krakende cassette met een koranreciet en door klokgelui voor de christelijke Palestijnen. De kakofonie eindigt in opgewekte marsmuziek. De beroemde Palestijnse dichter Mahmoud Darwish verschijnt op het podium.
Veel demonstranten zijn inmiddels begonnen aan de mars naar het dichtstbijzijnde Israelische checkpoint op de weg naar Jeruzalem. Ze passeren zonder problemen het Palestijnse checkpoint. De agenten slurpen thee en lijken het allemaal wel best te vinden. Een kilometer verder gooien en slingeren honderden jongeren stenen naar een peloton Israelische soldaten dat zich bij een huis op een berghelling schuil houdt. Ze schieten onophoudelijk; de doffe knallen betekenen rubberkogels, de scherpe knallen echte kogels. Langs de weg staan ambulances klaar, even verderop is een veldhospitaal ingericht.
Plotseling klinkt er overal gekrijs. Een groepje jongens dendert de berghelling af, een brancard in hun midden. Op de brancard ligt een bewusteloze jongen. Zijn oogbol hangt bijna uit de kas, bloed gulpt over zijn gezicht. De ambulance scheurt weg en niet veel later wordt met megafoons omgeroepen dat Mohammed Ismael, 23, uit het naburige vluchtelingenkamp Kalandia, is overleden.
Via de megafoons wordt ook gemeld dat er in de Gazastrook fel gevochten wordt en dat het dodental daar is opgelopen tot zes. De strijd wordt grimmiger. Tientallen jongens rennen met een ware doodsverachting op de Israelische soldaten af, die in het wilde weg beginnen te schieten. Overal vallen mensen, de lucht is grijs van het traangas. Kinderen liggen op de grond, snakkend naar adem, een groenteman is in een mum van tijd door zijn uien heen, het enige middel dat direct helpt tegen het bijtende gas. Een vertegenwoordiger van de Rode Halve Maan schreeuwt of er iemand bloed kan doneren, O-positief.
De weg is bezaaid met rubberen kogels. Er breekt totale paniek uit als er een Israelische legerhelikopter laag overvliegt. Tijdens de Tunnelrellen twee jaar geleden schoten de Israeli’s vanuit helikopters op demonstranten en vielen er tientallen doden.
Na vier uur felle schermutselingen trekken de Israelische soldaten zich terug. ’s(Avonds wordt bekendgemaakt dat er die dag tien doden en vierhonderd gewonden zijn gevallen, waarvan honderd gewonden bij het checkpoint in Ramalla. Een woordvoerder van het Israelische leger vertelt dat er niet gericht geschoten is op de demonstranten. In Gaza zou alleen met scherp geschoten zijn op momenten dat de soldaten in een levensbedreigende situatie verkeerden, in Ramalla zou alleen met rubberen kogels zijn geschoten. Een pertinente leugen. Yasser Abed Rabbo, de Palestijnse minister van Informatie, stelt het Israelische leger volledig verantwoordelijk voor het bloedbad.
IN NABLUS, iets meer dan vijftig kilometer ten noorden van Ramalla, is het ’s(avonds wonderbaarlijk rustig. Ooit was de grootste stad op de Westelijke Jordaanoever een van de bolwerken van de intifada en Israelische soldaten waren doodsbang als ze door het labyrint van de eeuwenoude kasba moesten patrouilleren. Nu zit Nablus onder de knoet van Arafats regime. In het InternetcafÇ van Nablus houdt de muchabaraat, de geheime dienst van Arafat, in de gaten wat er in de inkomende en uitgaande e-mails staat.
Het enige voordeel van de geheime dienst in Nablus is dat die er voor zorgt dat de verkoop van sterke drank in de overwegend islamitische stad gegarandeerd is. In Wadi Toufach, de betere wijk van Nablus, wordt onder het toeziend oog van de muchabaraat whisky, wodka, arak en Oranjeboombier verkocht.
In restaurant Rosanna in de wijk Rafidieh lurkt de geheime dienst - foute hemden, zonnebrillen, snorren, een revolver binnen handbereik - aan whisky en aan waterpijpen, in het gezelschap van onduidelijke vrouwen. De goedgevulde eigenaar van Rosanna is de broer van de gouverneur van Nablus en die is weer goed bevriend met Arafat.
De bewoners van Nablus weten wat ze te wachten staat als Arafat volgende jaar definitief de Palestijnse staat zal uitroepen. Ze reppen over de slechtste kopie van het slechtste Arabische regime. Ze noemen Arafat spottend al muharrej, de clown, of al ahmar al kabir, de grote ezel. Hij wordt door velen als een collaborateur beschouwd, een marionet van Netanyahu en Clinton. Arafat heeft de revolutie verraden en Palestina verkocht voor een appel en een ei.
IN BALATA, het vluchtelingenkamp aan de rand van Nablus, heeft men weinig op met de Palestijnse leider. Fayez Arafat (geen familie) studeerde sociologie, zat tijdens de intifada dertien keer in Israelische gevangenissen en werkt nu voor een plaatselijk vluchtelingencomitÇ. Zijn ouders zijn in 1948 uit Jaffa, dat door de Israeli’s Jaffo wordt genoemd, gevlucht en in Balata terechtgekomen. De andere helft van zijn familie kwam in Gaza terecht.
Fayez trekt een la van zijn bureau open en haalt er een speelgoedpistool uit. Het is omwikkeld met plakband en voorzien van extra springveren. Het pistool kan geladen worden met metalen knikkers, die dodelijk kunnen zijn. Hij heeft het neppistool afgepakt van een jongetje van veertien jaar dat ermee naar een Israelisch checkpoint wilde lopen. Ze hadden hem zo dood kunnen schieten, zegt de voormalige intifada-activist verontschuldigend.
Fayez zegt nog steeds achter Yasser Arafat te staan maar klinkt niet erg overtuigend. Het vluchtelingenprobleem lijkt nooit meer te worden opgelost en een terugkeer naar Jaffa zit er voor hem en zijn familie ook niet echt in. Maar de gewapende strijd die Hamas voorstaat, zal volgens hem ook niet leiden tot de bevrijding van Palestina.
Ter illustratie vertelt hij een grap. Een Palestijn meldt zich aan voor een zelfmoordactie bij een Hamas-kantoor. Hij wordt ondervraagd en uiteindelijk krijgt hij dynamiet om zijn middel, een mobiele telefoon en een pistool. Bel maar op als je er klaar voor bent, zegt de Hamas-man, dan geven wij nadere instructies. De Palestijn stapt in een Israelische bus, belt Hamas op en zegt, er zitten twintig joden in de bus, kan ik nu zelfmoord plegen? Dat is wel een beetje weinig, antwoordt de Hamas-man, ga maar naar het Dizengoff-winkelcentrum in Tel Aviv en bel me dan maar weer op. Eenmaal in het winkelcentrum belt de Palestijn opnieuw. Ik ben nu omringd door tweehonderd joden, kan ik nu zelfmoord plegen? Nee, antwoordt de Hamas-man, nog steeds te weinig, ga maar naar het strand. Het is stralend weer en het strand is bomvol met badgasten. De Palestijn belt op en zegt: nu zit ik tussen duizend joden, kan ik nu zelfmoord plegen? Ja hoor, zegt de Hamas-man, waarop de Palestijn zich met het pistool door zijn hoofd schiet.
HEBRON, zaterdag. Al twee dagen vinden er felle schermutselingen plaats tussen Palestijnse demonstranten en het Israelische leger. In de Shuhada-straat, waar rechts-extremistische kolonisten in een zelfverkozen, zwaarbewaakt getto wonen, patrouilleren tientallen zwaargewapende soldaten. De straat is bezaaid met stenen, overal zijn sporen van brandjes.
De burgemeester van Hebron, Mustafa Abdanabi Natsche, houdt audi‰ntie op zijn kantoor. Vage notabelen zitten onderuitgezakt in enorme lederen fauteuils. De ventilator bromt en af en toe slaakt een van hen een diepe zucht of bromt iets over de barmhartigheid van Allah.
Natsche, die ooit in Delft studeerde: 'Gisteren hebben we een Naqba-mars georganiseerd, met dertigduizend deelnemers. De kolonisten en het leger hebben ons geprovoceerd en er braken rellen uit. Wij lijden al jaren onder de aanwezigheid van tweehonderd kolonisten, die beschermd worden door vijfhonderd Israelische soldaten.
Hebron is een militaire basis, 122 Palestijnse huizen zijn om veiligheidsredenen geannexeerd. Volgens de joden hoort Hebron bij het hun door God geschonken land van Israel. Mijn stad heeft weinig vluchtelingen uit 1948, maar in de buurt liggen twee grote kampen. De wereld moet ons niet vergeten en wij moeten niet vergeten waar wij vandaan komen. Ik kom uit Hebron, maar drie huizen van mij in Jeruzalem zijn geannexeerd, evenals een enorme boomgaard in de buurt van Jaffa. De boomgaard is nu een militair kamp, daar kan ik naar fluiten.
Ik hoop dat Arafat volgend jaar mei de Palestijnse staat uitroept, dat Jeruzalem de hoofdstad wordt en dat de de vluchtelingen terug kunnen keren. Dat is de enige oplossing voor het Palestijnse probleem.’
DE KOMENDE maanden zullen de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook in het teken blijven staan van de Naqba. In juni worden de martelaren die in de strijd tegen Israel zijn omgekomen, herdacht. De maand juli wordt opgedragen aan de Palestijnen die in Israelische gevangenissen zitten. In augustus staan Jeruzalem en het bezette Palestijnse land centraal.
Ieder evenement zal, net als de afgelopen dagen, leiden tot rellen. Een nieuwe intifada staat voor de deur.
Volgend jaar roept Yasser Arafat, of zijn opvolger, ongetwijfeld eenzijdig de Palestijnse staat uit. Benjamin Netanyhu is in Israel populairder dan ooit en blijft onverzettelijk. De nieuwe intifada kan wel eens uitgroeien tot een echte oorlog.