Dagelijks beschoten in Libanon

Aarsal - ‘Ik wil dat de regering toegeeft dat dit Libanees grondgebied is en het beschermt’, zegt Moustapha al-Fleeti, wiens neef in het grensdorp Aarsal tijdens de eerste beschietingen vanaf Syrië in december jongst­leden sneuvelde.

Turkije is namelijk niet het enige land dat kampt met Syrische schendingen van zijn grondgebied. Vooralsnog weigert Libanon op te treden tegen de vrijwel dagelijkse Syrische operaties op zijn grond, variërend van beschietingen tot invallen over de grens om huizen te vernietigen en onlangs zelfs bombardementen met gevechtsvliegtuigen. ‘De kleinere overtredingen met lichte vuurwapens worden niet eens gerapporteerd’, zegt Hafez Houjairi, gemeenteraadslid van Aarsal. ‘De politieke wil om op te treden bestaat niet’, volgens Ahmed Fleeti, vice-burgemeester van het gebied dat zeventig kilometer grens met Syrië deelt. ‘Er is een politieke beslissing nodig om het leger in te zetten.’

En die laatste blijft uit, aangezien Libanon hopeloos verdeeld is over de Syrische kwestie: de regering steunt president Assad, de oppositie de rebellen. De regering koorddanst tussen het Syrische regime, dat vraagt om aangescherpte grenscontroles, en de oppositie, die schreeuwt om sterker optreden tegen de overtredingen. Fleeti vervangt de uitgesproken burgemeester die op non-actief is gesteld na een flinke scheldpartij op televisie. Aanleiding was een beschuldiging dat het soennitische Aarsal, dat duizenden Syrische vluchtelingen te gast heeft, ook rebellen van het Vrije Syrische Leger onderdak biedt en wapensmokkel toestaat.

Met die beschuldigingen rechtvaardigt het Syrische regime al maanden zijn invallen op Libanees grondgebied. Libanon doet alsof zijn neus bloedt. ‘Die smokkel betreft hoofdzakelijk etenswaren’, vertelt wiskundeleraar Sadir Houjairi. ‘En natuurlijk andere dingen.’ Wapens dus, hoewel hij zweert dat de staat het toestaat. ‘Alle veiligheidsdiensten: leger, politie, inlichtingendienst zijn hier aanwezig. Het idee dat hier geen veiligheid is, klopt niet.’ Inderdaad heeft het leger de wegen naar de grens afgezet: er staat één soldaat langs de kronkelende weg de bergen in. ‘Het is voor uw eigen veiligheid’, zegt hij; iedereen die van buiten de buurt komt, dient een vergunning van het leger te hebben om de grens te bereiken. De bewoners beschermen tegen beschietingen kan hij niet. Intussen kampt Houjairi met de problemen van Syrische vluchtelingenkinderen in zijn klas. Ze begrijpen zijn lessen niet. Op zijn school wordt wiskunde in het Frans gegeven. ‘Ik wou dat ze Syrische schoolboeken de grens over smokkelden, zodat ik ze de termen kon uitleggen’, verzucht hij.