Media

Dagelijks het niet-alledaagse

Twee recente ervaringen overtuigden me er voor de zoveelste keer van dat de aloude McLuhan groot gelijk had met zijn opmerking dat de inhoud van een boodschap grotendeels bepaald wordt door de aard van de brenger. Om te beginnen de paus. Daags na zijn uitverkiezing werd ik gebeld door RTL4. Of ik iets kon zeggen over goed en fout in oorlogstijd en of Franciscus vanwege zijn toenmalig optreden inzake twee gearresteerde mede-jezuïeten nu het een of het ander was.

Medium 9789500720359 p0 v1 s260x420

Ik zocht naar informatie maar vond niets anders dan overschrijfsels van overschrijfsels. Het boek waarop een en ander gebaseerd is (El Silencio van de Argentijnse journalist Horacio Verbitsky) staat in geen enkele Nederlandse bibliotheek en is ook via internet niet verkrijgbaar. Ik moest het doen met die overschrijfsels. Die bieden onvoldoende informatie om iets steekhoudends te zeggen. Dus beperkte ik me tot algemeenheden.

Een daarvan is dat de positie van een vooraanstaand functionaris in dictatoriale tijden ingewikkeld is en dat je soms vuile handen moet maken om schone dingen te doen. Dit laatste is ook wat Bergoglio zelf inzake die twee gearresteerde jezuïeten beweert. Of het waar is, weet ik niet. Wat ik weet is dat er binnen de Latijns-Amerikaanse kerk destijds een felle strijd gaande was tussen de voor- en tegenstanders van de bevrijdingstheologie en dat Bergoglio meer sympathie had voor de laatst- dan voor de eerstgenoemde groep terwijl bij zijn gearresteerde medebroeders het tegenovergestelde het geval was. In de wirwar van die strijd zal van alles en nog wat gebeurd zijn – ook minder frisse zaken. Maar het is te vroeg om Bergoglio op basis van één foto (met Videla) en oncontroleerbare informatie zonder meer als fout af te doen. Helaas voor hem en gelukkig voor de media dwarrelen rook en vuur door elkaar. Het kan zijn dat we daardoor meer weten over de nieuwe paus. Maar het is zeker dat we bevestigd worden in onze kennis van een journalistiek die snelheid en opwinding hoog in het vaandel draagt.

Twee dagen later, afgelopen zondag, vertelde ik in het historisch televisieprogramma Andere tijden iets over mijn een half jaar geleden gestorven vader. Ik heb tot zijn dood altijd geprobeerd in het openbaar voorzichtig te zijn, ik wilde hem geen pijn doen. Die voorzichtigheid is nu niet meer nodig. Integendeel, hoe meer openheid, hoe beter. Mijn vader speelde tijdens de oorlog geen fraaie rol. Dat hij in de Waffen SS zat en in die functie het communisme bestreed, is tot daaraan toe, dat hij vervolgens een hoge pief in de Landwacht werd is een onvergeeflijke stommiteit. Maar ondanks die stommiteit en in tegenspraak met het gebruikelijke beeld van zowel Waffen SS als Landwacht was mijn vader geen misdadiger. Hij was een politieke delinquent. Het verschil tussen een en ander is, hoewel vloeiend, cruciaal maar het is een verschil waarvoor weinig aandacht bestaat.

De reden hiervoor moet onder meer gezocht worden in de aard van de media. Zij zoeken het scherp van de snede. Het bot, hoewel meestal veelzeggender, wordt minder interessant gevonden. Gevolg hiervan is dat het verhaal van mijn vader in Andere tijden geplaatst werd in de context vanBloedploeg Norg, een groepje Drentse Landwachters waarvoor geen ander woord bestaat dan sadisten. Maar met die Norger groep hadden mijn vader en zijn politieke bondgenoten niet te maken, juist niet. Dit wordt uit de documentaire verre van duidelijk. De reden hiervoor hoeft opnieuw niet ver gezocht te worden: het verhaal van Bloedploeg Norg is spannend, eenvoudig en daarom ook ‘mediatieker’ dan dat van een man die zich in een onmogelijk parket had gewrongen en probeerde daar nog het beste van te maken. Dat maakt zijn fout niet minder maar wel anders – alledaagser, menselijker, begrijpelijker.

Het is een alledaagsheid waar media niet goed weg mee weten. Dag in, dag uit besteden ze aandacht aan het uitzonderlijke. Dat heet nieuws. Die aandacht komt met zoveel kracht en in zo’n overstelpende mate – via tv, internet, geschreven pers, radio – dat het bijna onmogelijk is je steeds weer te realiseren dat het nieuws in negen van de tien gevallen over het uitzonderlijke gaat. Vandaar de dominante gedachte dat mensen die in het Argentinië van Videla functioneerden bloed aan de handen hebben. Dat allen die in de oorlog voor de verkeerde kant kozen oorlogsmisdadigers waren. En om het rijtje nog uit te breiden: dat moslims met terrorisme van doen hebben en bankiers met bedrog, dat politici zakkenvullers zijn en filmsterren zowel mooi als rijk. Het is allemaal waar, in sommige, uitzonderlijke gevallen. Maar in verreweg de meeste gevallen is het niet waar. De media kunnen daar weinig mee. Het is veel te ingewikkeld. En dus wordt het ongewone gewoon, het gewone uitzonderlijk en leven wij in twee werelden: een echte waarvan niet verteld wordt en een vertelde die niet echt is.