Dagobert duck-tv

Het leek zo leuk. IDTV was de alternativo onder de tv-producenten. Tot Harry de Winter, de baas van de club, zich in de slag om de tv-massa’s wierp. Nu dreigt hij als eerste in die slag ten onder te gaan. Al wordt hij er niet armer van.
OUD-MEDEWERKERS omschrijven IDTV als een typisch produkt van de jaren zeventig: een vriendelijk clubje vrijbuiters dat zelfstandig programma’s wilde maken. Gesjeesd economiestudent en voormalig diskjockey Harry de Winter, de man achter IDTV, beroept zich er altijd op vriendschappelijk met zijn personeel om te gaan en noemt zichzelf graag anti-autoritair, progressief-liberaal en bovenal informeel. De Winter haat pakken en gaat prat op zijn spijkerbroek, casual overhemd en gilet. Hij vestigde de naam van IDTV met produkties als Pleidooi, Taxi, Lingo, Triviant, De connaisseur en Hitquiz. En hij werd in één klap steenrijk toen hij de rechten van Lingo wereldwijd verkocht.

Maar aan het succes kwam dit jaar abrupt een einde. Eind mei werd de werknemers van IDTV verteld dat er wegens tegenvallende omzetten drastisch gereorganiseerd moest worden. Er zouden 41 ontslagen vallen. IDTV heeft geen ondernemingsraad en daarom werd het personeel uitgenodigd om een vertegenwoordiging te kiezen die met de directie kon overleggen. De werknemers benaderden vervolgens de FNV-Kiem (Kunst en Informatie en Media). Paul Jekkers, landelijk onderhandelaar van de FNV voor de commerciële en publieke omroepen: ‘Het was een noodgreep. IDTV heeft ruim negentig mensen met arbeidsovereenkomsten in dienst en had allang een ondernemingsraad moeten hebben. Directie en medewerkers hebben zich er nooit druk over gemaakt, het was immers jaren goed gegaan. Tot het moment dat duidelijk werd wat de omvang van de reorganisatie moest worden, werd er met plezier gewerkt.’
De verwachte omzet van 1997 waar IDTV aanvankelijk personeel op had aangenomen, was 72 à 73 miljoen gulden. In mei was de directie tot de conclusie gekomen dat men blij mocht zijn als het 40 miljoen zou worden. Jekkers: 'Zo'n spectaculaire en snelle daling in een bedrijf ben ik nooit eerder tegengekomen. We hebben een redelijk sociaal plan opgesteld. Het plan van de directie was: wij moeten zoveel miljoen op personeelskosten bezuinigen, dus strepen we net zo lang poppetjes weg tot we er zijn. Dat lijkt ons heel weinig planmatig. De directie wilde 41 mensen ontslaan, de personeelsvertegenwoordiging 31. Het worden er waarschijnlijk 39.’
DE PROBLEMEN rond IDTV komen niet uit de lucht vallen. De opdrachten van de publieke omroep zijn drastisch teruggelopen. Dit jaar hebben de omroepen samen nog ruim een half miljard buiten de deur te besteden aan Nederlandstalige tv-produkties. Dat bedrag zal de komende jaar nog minder worden doordat de Ster-inkomsten blijven slinken. Bovendien anticiperen de omroepen op de toekomstige structuur van het publieke bestel, waarin ze meer zullen opereren als leveranciers van programma’s dan als zendgemachtigden die produkten van anderen uitzenden. Producenten doen pogingen een quotaregeling in de nieuwe mediawet opgenomen te krijgen en willen dat de omroepen worden verplicht een minimumpercentage aan programma’s uit te besteden aan 'onafhankelijke’ producenten. Bovendien is de concurrentie tussen de televisieproducenten een ware slijtageslag. Vooral sinds Pleidooi wordt IDTV gezien als een kwalitatieve en alternatieve produktiemaatschappij. Van zijn eeuwige rivaal Joop van den Ende en diens pretfabriek heeft De Winter geen hoge pet op. Tegen NRC Handelsblad zei hij: 'Endemol-programma’s als Het spijt mij en De lief en leed-show zijn voor mij onacceptabel. Dat is vaak een tentoonstelling van zielige mensen. Door dit soort programma’s, gemaakt voor de grootste gemene deler, wordt in kringen waarin ikzelf wortel, nogal op het medium tv neergekeken: het is ordinair.’ Dat verhindert IDTV echter niet Endemol-achtige produkten als Man oh man en Op de wallen op de markt te brengen. Geld verdienen lijkt ook De Winters belangrijkste bezigheid.
VAN DEN ENDE is de nagel aan De Winters doodskist. Tussen de twee is het nooit meer goed gekomen sinds Van den Ende aan het einde van de jaren tachtig de Playbackshow voor De Winters neus wegkaapte. De Winter heeft laten vastleggen dat IDTV nooit verkocht mag worden aan Joop van den Ende.
Volgens IDTV maakt Endemol misbruik van zijn dominante positie op de Nederlandse markt. In 1994 stapte De Winter uit de OTP, de vereniging van Onafhankelijke Televisieproducenten. De Winter en andere producenten voelden zich bedreigd door het conglomeraat Endemol/ Veronica, dat een deal met de publieke omroep gesloten had over een afnamegarantie ter waarde van enkele tientallen miljoenen guldens per jaar. In een brief aan Den Haag en Hilversum vroegen De Winter en enkele collega’s om alsnog betrokken te worden in het overleg tussen Endemol/ Veronica en de omroepen, in de hoop aldus eveneens een afnamegarantie te verkrijgen. Van de Ende verzocht in een spoedvergadering van de OTP de brief als ongeschreven te beschouwen en zei dat de andere producenten niets van hem te vrezen hadden. De Winter blokkeerde het overleg met de andere producenten en kwam alleen te staan.
Tot grote woede van De Winter sloot Endemol ook nog een megadeal met de Holland Media Groep (RTL 4 & 5 en Veronica) ter waarde van 150 miljoen gulden. De Winter eiste tevergeefs dat Endemol en HMG van dat bedrag op jaarbasis 30 miljoen voor andere producenten open moesten laten.
In 1994 kondigde IDTV aan samen met de NPS kunstprogramma’s te gaan produceren. Het samenwerkingsverband, waar vijf programmamakers van de NOS bij betrokken waren, zou resulteren in een nieuw op te richten IDTV-afdeling, ID-Cultuur. In twee jaar tijd zou ID-Cultuur vijftig programma-uren gaan vullen, voor een bedrag van vijf miljoen gulden. Bovendien zou IDTV gelden krijgen uit stimuleringsfondsen voor culturele omroepprodukties. Het totale bedrag dat IDTV voor de kunstprogramma’s zou krijgen, kon oplopen tot twaalf miljoen gulden. Medewerkers van de NOS dreigden in staking te gaan omdat er voor hen slechts een gering aantal programma-uren zou overblijven. Bovendien zou het 'uitbesteden’ van publieke programma’s aan een buitenproducent de definitieve vercommercialisering van de Nederlandse omroep betekenen. Het plan ging niet door.
In 1995 viste De Winter opnieuw achter het net. IDTV meldde zich bij de KNVB met een bod op de produktie van voetbalwedstrijden, maar De Winter werd gepasseerd door Endemol Sports, een dochter van de latere Sport 7-aandeelhouder.
DE TOEKOMST van IDTV is duister. Paul Jekkers van FNV-Kiem: 'Het zal voor de werknemers na deze koude douche niet eenvoudig zijn om flink afgeslankt een nieuwe start te maken. De euforie is definitief weg. Endemol gaat trouwens dezelfde problemen krijgen als IDTV. Ik vermoed dat er binnen anderhalf à twee jaar van de 10.000 mensen die in audiovisuele sector werkzaam zijn, tien tot vijftien procent ontslagen zal worden.’
De Winter hoeft zich geen zorgen te maken over zijn eigen toekomst. In 1994 verkocht hij 49 procent van zijn IDTV-aandelen aan Chrysalis, Engelands tweede tv-producent. Naar verluidt kreeg hij daar 25 miljoen gulden voor. Vorig jaar november verkocht hij de resterende 51 procent aan uitgeverij VNU. De VNU kondigde vervolgens, samen met Chrysalis, de oprichting aan van de CVI Media Groep. Deze investering kostte de VNU in eerste instantie 51,3 miljoen gulden; in 1999 moet de Haarlemse uitgever nog een onbekend extra bedrag betalen, die afhankelijk is van de winst van IDTV over de komende drie jaar.
De Winter werd voor vijf jaar algemeen directeur van de CVI. Volgens de Volkskrant zal hij over die periode dertig miljoen ontvangen. De Winter in Vrij Nederland: 'Ik stond laatst ook al in zo'n overzicht van Quote, de rijkste mensen van Nederland, dat weer gretig werd overgenomen in de bladen. Dat is vervelend en bovendien onzinnig. Alsof ik een berg cash geld ontvang. Zo gaat dat niet. Het zijn ingewikkelde deals met opties en aan winst gekoppelde bonussen, et cetera. Ik krijg nu een Dagobert Duck-imago, waardoor allerlei types op me af springen die willen dat ik investeer of aan hun goede doelen schenk. Die berg is er voorlopig alleen op papier.’