Het mysterie monarchie

Dallas, Dynasty, The House of Orange

Emotie-tv is de nieuwe troefkaart van de Oranjes. Verloving en huwelijk, geboorte en dood binnen een ‹grand family› wekken meer sentiment op dan de lotgevallen van een president die komt en gaat.

Het traantje van Máxima bij de sluiting van het huwelijk. Het tedere kneepje in haar arm door Willem-Alexander bij de aankondiging van «hun» zwangerschap. Min of meer live, in close-up en eindeloos herhaald, leidend tot slikken in miljoenen huiskamers. Emotie-tv: dat is de nieuwe troefkaart van de Oranjes.

Voor Het mysterie monarchie maakte ik interviews over ruim zestig gerelateerde thema’s. Tezamen een bestand van vijftienhonderd pagina’s over de gelaagde en tegenstrijdige gevoelens van de gemiddelde burger in deze. In ieders hart bleken de monarchist en de republikein om voorrang te strijden, maar de eerste won het meestal glansrijk van de laatste. Niet op politieke gronden, maar op psychologische. Camera en monitor zijn daarbij in het huidige bestel onmisbare schakels.

Een van de vragen was bijvoorbeeld: «Bent u wel eens geroerd geweest door een optreden van de koningin? Hoezo?» Daar kwamen bij velen dierbare herinneringen boven. Aan vroegere koninginnedagen: met Juliana als boven-oma van «één grote familie» op het bordes van paleis Soestdijk. Aan de emotionele overdracht van de functie aan haar dochter op het balkon van het paleis op de Dam. Aan Beatrix die Claus vroeg om zijn haar even goed te doen, of Claus die zei dat Beatrix met haar ogen ging knipperen als ze zenuwachtig was — wat ze daarop prompt deed. Omgekeerd toont zíj ook medeleven met haar onderdanen, onder meer bij rampen als de Bijlmer, Volendam en Enschede en bij overstromingen.

Deze emotiebeelden worden in iedere familie ondersteund door een kleine folklore van sterke verhalen, over «persoonlijke ontmoetingen» met leden van het koninklijk huis. Het zijn deze steeds terugkerende raakpunten tussen hun verhevenheid en onze alledaagsheid die het systeem zo effectief maken, om heel andere redenen dan in de grondwet staan.

Daarnaast doen de mise-en-scène en pr hun werk. Veel Nederlanders blijken bijvoorbeeld te geloven dat onze monarchie teruggaat tot de Middeleeuwen of Gouden Eeuw, dat Beatrix in rechte erflijn van Willem de Zwijger afstamt, dat er «Neêrlands bloed door d’adren vloeit» van het aanstaande kind van Willem-Alexander en Máxima (het is hooguit drie procent). Of dat prins Bernhard slechts een klein bedragje ontving om onze luchtmacht een vliegtuig van Lockheed aan te praten. En dat het geld nodig was voor het Wereld Natuur Fonds en om de panda’s te redden.

Hoe werkt dit alles, en gaat dat tegenwoordig anders dan vroeger? Daarvoor moeten we kijken naar de veranderingen van de laatste decennia in de media, in de politiek en in het functioneren van de monarchie. Daarin zijn forse verschuivingen opgetreden, maar zó langzaam dat ze nauwelijks benoemd zijn, en we ze té gemakkelijk als vanzelfsprekend over het hoofd zijn gaan zien.

Wat betreft de media gaat het vooral om de elektronisering. Onder invloed van de opkomst van commerciële televisie op het Europese continent hebben Amerikaanse programmeringsstijlen steeds breder ingang gevonden. Het gaat om een doorlopende slag om de kijkcijfers en om zapbestendigheid, van minuut tot minuut. De formules in prime time (van glamoursoap tot loterijshow) moeten vooral consumptiebevorderend en adverteerdervriendelijk zijn, zich vooral richten op gedachteloos amusement voor de grootste gemene deler.

Televisie is daarbij in kleur en spectaculair, liefst quasi-live en in real time. Zij jaagt steeds meer op grote emoties bij het publiek. Het nieuws in de journaals versoapt, en de soaps daartussen vernieuwsen: nieuwe «grensoverschrijdende» reality soaps als Big Brother en Idols worden de belangrijkste nieuwsonderwerpen van het hele jaar. De gedrukte pers is niet langer toonaangevend, integendeel, ze is volgend geworden. Kleurenfoto’s domineren de voor pagina’s, de gratis tabloids gaan voorop met de versplintering van nieuwsanalyses tot weetjes, met een groeiende nadruk op de wederwaardigheden van BN’ers en Anglo-Amerikaanse celebrities, zoals popzangers en filmsterren. Het gaat niet langer om het verstrekken van informatie maar om het aanreiken van conversatie.

In het verlengde van deze mediaontwikkelingen zijn er veranderingen in de politiek opgetreden. De overwinning van de consumptiemaatschappij heeft in West-Europa en Noord-Amerika een algemene ontideologisering met zich meegebracht. De grote politieke partijen in hoogontwikkelde naties hebben hun oude principes stilzwijgend opgegeven en vervangen door pragmatische overwegingen. De verkiezingscampagnes worden steeds minder op de linker- of rechtervleugel gevoerd, steeds meer in het brede maatschappelijke midden.

Televisiegenieke leiders zijn daarbij in toenemende mate vehikel en arbiter. Het publiek kan zich makkelijker identificeren met echte mensen van vlees en bloed, liefst met een goede lichaamstaal en een puntig verhaal. Zij worden op hun beurt BN’ers en sterren, verkeren met hen in praatprogramma’s en spelshows. Wij vinden hen «wel sympathiek» en laten de politiek vervolgens met graagte aan hen over. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Haagse berichtgeving steeds minder over issues gaat en steeds meer over personen: over goeieriken en slechteriken. Reporters proberen gezagdragers eindeloos tot onhandige uitspraken te verleiden, rennen daarmee dan spoorslags naar hun tegenstanders en proberen zo elke week weer een ander veenbrandje op te stoken.

Dit alles werkt op zijn beurt ook door in veranderingen rondom het functioneren van de monarchie. Met de voortgaande secularisering is de religieuze rechtvaardiging voor het koningschap steeds meer weggevallen. Dat heeft zich vertaald in een verandering van de stijl van de vorst. In de tijd van Juliana was haar verhevenheid nog vanzelfsprekend: reden waarom zij zich kon veroorloven «gewoon» te doen. Tegen de tijd dat Beatrix aantrad was die verhevenheid echter geenszins vanzelfsprekend meer: reden waarom zij aan haar rol echt «inhoud» moest proberen te geven. Ze besloot daarom haar bijzondere positie uitdrukkelijker te gaan bewaken en te professionaliseren.

Waar Juliana ondanks alles de habitus had gehouden van een huisvrouw in een bloeme tjes jurk, mat Beatrix zich daarentegen de habitus aan van een vakvrouw in mantelpak. Hoewel haar politieke invloed marginaal bleef, werd haar aan de hand van vage incidenten een enorme machtswil toegeschreven. Die zou zijn gebleken bij kabinetsformaties (waarbij ze overigens onveranderlijk te maken had met een hele kring aan adviseurs) en bij enkele diplomatieke benoemingen (waarbij ze te maken had met de bazen van het ministerie). Of dat allemaal echt verder ging dan onder haar moeder, blijft de vraag. Maar door andere waarneming en benoeming ontstond een andere vermeende werkelijkheid.

Wordt de politieke invloed van Beatrix nog maar net gepikt, bij Willem-Alexander zal dat niet langer het geval zijn. Meer dan honderd jaar heeft een vrouw aan het hoofd van de monarchie redelijk goed gefunctioneerd, naast de mannenwereld van politiek en media. Hoewel iedereen denkt dat de emancipatie in Den Haag voltooid is, zal snel blijken dat van een man aan het hoofd van de monarchie veel minder bemoeienis zal worden getolereerd. Het staatshoofd zal daarom onvermijdelijk de laatste restanten van een inhoudelijk politieke rol moeten opgeven en zich op een vormelijk ceremoniële rol moeten toeleggen.

Zullen de media en vooral de televisie hierbij een tegenstander of een bondgenoot blijken? Allebei tegelijk. Aan de ene kant zal de monarchie als nieuwssoap nog vele schandalen en schandaaltjes kennen. De RVD zal het journaille altijd op afstand houden en hapklare brokken proberen te voederen. Het journaille zal daarentegen altijd zijn onafhankelijkheid en flinkheid proberen te bewijzen door telkens met nieuwe «onthullingen» te komen.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft ieder decennium grote rellen gekend: van de Hofmans-affaire rond Juliana tot aan de Lockheed-affaire rond Bernhard, van de verloving van Irene met een Spaans-katholieke troonpretendent tot aan de verloving van Beatrix met een Duitse Wehrmacht-soldaat. De affaire-Zorreguieta en de affaire-De Roy van Zuydewijn zijn in die zin niets nieuws. De populariteit van de monarchie is op lange termijn precies even hoog gebleven, en volgens de jongste Nipo-enquêtes is de minuscule Margarita-dip alweer achter de rug. Dat komt doordat de negatieve nieuwssoaps worden gecompenseerd door het positieve soapnieuws.

De gedachte van «een familie op de troon» is altijd geweest dat die volop nieuwe identificatiemogelijkheden zou bieden voor de onderdanen. Maar verloving en huwelijk, geboorte en opgroeien, troonsbestijging en afstand, ziekte en dood leveren tegenwoordig sentimentele televisie-coverage. Niet voor niets zijn alle klassieke prime time-soaps ook altijd opgebouwd geweest rond één of enkele grand families: van Dallas tot Dynasty. The House of Orange, gesitueerd in eeuwenoude paleizen en voorname parken, is de ultieme reality-soap. Vreugde en verdriet worden onder het mediamieke vergrootglas geplaatst. Hún gevoelens resoneren met de ónze: for better and for worse.

Daarom is een koninklijke familie als belichaming van de nationale eenheid en continuïteit binnen de huidige multimediamaatschappij nog steeds (en juist opnieuw) effectief. En daarom heeft een president, een presidentieel koppel of zelfs een presidentieel gezin dat elke vier jaar wisselt voor velen minder psychologische zeggingskracht. Je kunt dat een irrationeel en ondemocratisch element noemen, binnen een overigens rationeel en democratisch systeem. Maar zo zitten mensen kennelijk in elkaar.

Jaap van Ginneken

Het mysterie monarchie:

Een interview met het Nederlandse volk

Uitg. Boom, 300 blz., € 25,-