Sport

Dam

Het kwam als een schok: het bericht dat Ton Sijbrands (56) een punt zet achter zijn damcarrière. Ton Sijbrands is een icoon zoals John McEnroe een icoon is, of was. Een icoon van een sport, iemand die staat voor die sport. Het gezicht van een sport. Sijbrands is het gezicht van de damsport, en het hoofd, en de handen en voeten, en het brein – geest en lichaam van het dammen dus. Tenminste, dat was hij altijd. Nu is Sijbrands, door zijn aangekondigde afscheid en door de redenen en aanleidingen ervoor, vooral een icoon van een bepaalde vorm van zijn sport geworden, of van een bepaald soort dammen.

Of, zoals Sijbrands zelf concludeert: hij staat voor, en hoort bij, een bepaalde periode van de damsport: tot aan het moment dat Alles Anders moest worden en de damsport voorgoed zijn identiteit verloor.

Want de nobele damsport as we know it, het ‘klassieke’ dammen, is niet meer. Wat ze geweest is. Een populaire denksport voor iedereen, en op topniveau pure topsport.

Hoe het altijd was geweest, dat was niet goed genoeg, besloot de dambond fmdj een tijdje geleden. De damsport moest meer Schwung krijgen, ‘als kijkspel’, en ‘een groot publiek’ bereiken, en derhalve aantrekkelijker worden, sneller, flitsender, commerciëler dus. Het dammen diende ‘vermarkt’ te worden. En zo geschiedde.

Net als andere sporten is ook de damsport in de greep van het grote geld gekomen en er is geen weg meer terug. Daarom stopt Ton Sijbrands ermee: hij kan zich niet vinden in de recente ontwikkelingen. Hij heeft het Melanie-gevoel: What have they done to my song? Ils ont changé ma chanson.

In zijn weblog voor de Volkskrant licht Sijbrands zijn besluit om te stoppen toe: enerzijds wordt hij ouder en wil hij zijn (damtechnische) autobiografie schrijven. ‘Anderzijds is er het deprimerende besef dat er weinig of geen toekomst meer is voor dammers die de opvatting huldigen dat het prachtige spel dat wij van onze voorouders hebben mogen beërven, niet op essentiële punten mag worden gewijzigd, en dat het geen pas geeft een nieuwe damspel-variëteit in het leven te roepen die het “echte” damspel (1885 – 2004?) onvermijdelijk tot zoiets als een dode taal zal reduceren.’

Drie essentiële wedstrijdvoorwaarden zijn voor Sijbrands onacceptabel: ‘het werken met zogeheten plusremises, het (al dan niet veredelde) “uitvluggeren” van een partij wanneer die na zes uur spelen nog niet mocht zijn afgelopen’, en ‘de mogelijkheid van “doping”controles’.

Omdat een partij zelden langer duurt dan zes uur zou Sijbrands kunnen zeggen dat het gaat om een bepaling die voornamelijk van theoretisch belang is, maar daarmee zou hij ‘ongewild wél instemmen met een in mijn ogen negatieve tendens in de damwereld, te weten de neiging om het eindspel als een minder essentieel, eigenlijk te verwaarlozen onderdeel van een partij te zien’.

Waarom zou een partij niet langer dan zes uur mogen duren? Sijbrands denkt te weten waarom: ‘Of zou het dan werkelijk tóch zo zijn dat, zoals een voormalig fmdj-voorzitter mij eens in alle ernst zei, de duur van een dampartij gelimiteerd dient te worden omdat het anders allemaal te lang duurt voor de sponsors en – met name – hun vrouwen?’

We zijn er. Negatieve tendensen in de damwereld doen Ton Sijbrands de das om. Hij die triomfen vierde in de jaren zeventig heeft langzaam maar zeker de damsport zien verloederen. Sijbrands’ onvrede is te begrijpen. In de wereld van het commerciële dammen voelt hij zich niet thuis. Sijbrands, de man die je door zijn aanblik meteen te kaapren wil doen varen; de man die het blindsimultaandammen op de kaart heeft gezet. De man die Nederland opstuwde in de vaart der volkeren. De man die dammen is – hoe moet hij zich voelen als hij een hedendaagse moderne-damwedstrijd bezoekt?

Dammen is niet meer de sport van eindeloos peinzen, van dichters en denkers, van markante figuren, van gekken en genieën en mengelingen daarvan. Van Jannes van der Wal, de wereldkampioen die in de trein in slaap viel en soms zo gek als een deur leek. Niet meer de sport van Harm Wiersma, die nog lijstduwer van de Boerenpartij werd.

De ene negatieve tendens na de andere heeft het dammen verwoest. De sport is gemoderniseerd, zeggen ze dan. Tegenwoordig dragen de – gesponsorde – damploegen shirtreclame. Vandaag speelt Heras Hekwerk (‘Het hek is van de dam!’) tegen Schaapjeswol (‘Als er één schaap…’). Het wordt live op televisie uitgezonden. Het publiek smult. Een partij die langer duurt dan een kwartier wordt uitgevluggerd. Wie de meeste plusremises scoort, wint en krijgt een bonus. Tussensprints leveren een extra dam op. Het bord en de stenen zijn rood, geel en blauw, dat vinden de mensen leuk. En na afloop allemaal naar de dopingcontrole.

Wij, neutrale damliefhebbers, zeggen dan ook tot de bond: doe het niet! Laat het zoals het is! Dan blijft Ton Sijbrands misschien. Want een sport zonder gezicht, daar hebben de mensen niks aan.