Damdiner

Zondagavond was ik uitgenodigd op het vierde Damdiner. Dit diner heeft als doel om geld in te zamelen voor het Aidsfonds, dat dit jaar het geld doorsluist naar een opvanghuis voor mensen met het hiv-virus of met aids, en hun partners en verwanten. Dit jaar is er 375.000 gulden binnengehaald, een mooi bedrag.

Het vond plaats in een tent op de Dam waar de hele dag de zon op had gestaan, dus de temperatuur was om te sneven. Bovendien zaten er negenhonderd mensen, die op een gegeven moment ook gingen dansen, waardoor de vochtigheidsgraad behoorlijk steeg. Kortom, de servetten werden gebruikt om het hele hoofd mee af te vegen.
Er traden tal van artiesten op en er speelde een leuke band. Het doel van het Damdiner is echter niet alleen om geld op te halen, maar ook om het bedrijfsleven te betrekken bij de gevolgen van het hiv-virus.
De stichting Vuurvlinder, zo heet het opvanghuis, had een promofilmpje gemaakt, dat me een beetje ergerde, omdat het zo'n sekte-blijheid uitstraalde als boodschap. Het was mooi, alles is mooi verlopen, ik kan er met een gelukkig gevoel aan terugdenken, ik voel me hier op m'n plaats, ik heb een schouder om tegenaan te leunen en mensen om mee te knuffelen, ik ben blij…
Mag je tegenwoordig niet gewoon zeggen dat het vreselijk is om aids te hebben en om dood te gaan? Mag je niet zeggen dat het walgelijk is als je partner op een ellendige manier sterft? Dat het leed niet te overzien is als je je kind of je broer verliest, of je liefste zusje of je dochtertje? Blij! Het was misschien niet in het hele filmpje zo en natuurlijk is een opvanghuis prachtig, maar laten we wel eerlijk blijven: doodgaan is verschrikkelijk, behalve als je op je honderdste inslaapt of als je niet meer goed bent.
Het diner liep als een trein: hulde aan de organisatie. Ik word al zenuwachtig als ik vier mensen te eten heb en dit waren er negenhonderd.