Dames en heren…

Goedenavond, dames en heren, vandaag vier ik mijn jubileum, dus staat u mij toe om, tegen mijn gewoonte in, een menselijk trekje te vertonen. Ik zal het heel even over mezelf hebben.

Ze zeggen en schrijven altijd: Wat hij kan kan iedereen. Daar heb ik natuurlijk niet van terug. Op school was ik al geen briljante leerling. Mijn schuld was dat overigens niet. M'n vader zat in de internationale wapenhandel, dus volgde ik mijn lessen in de gekste landen en op de meest exotische continenten. Trouwens, meestal tekende ik. Geometrische patronen, bestaand uit lijnen die elkaar niet raakten, want er is al ellende genoeg op de wereld.
Een ding viel mij op, door al die jaren heen. De onderwijzers vroegen allemaal, of zij nu wiskunde of geschiedenis gaven, om stilte. Zo kwam ik tot de conclusie dat er maar een ding, internationaal gesproken, van belang is: en dat is je kop houwen.
Eerst zocht ik de stilte in de natuur. Maar dat was het niet. De mens is nu eenmaal een sociaal dier. Waarom was het potverdorie niet mogelijk om in de stad iets van stilte te ervaren?
Ik sloeg inmiddels geen dodenherdenking meer over. De doden worden, zoals u weet, zelden langer dan een minuut herdacht. Dat was me te kort. Vandaar dat ik een toneelstuk heb geschreven, een toneelstuk dat ‘Stilte’ heet en vandaag zijn duizendste voorstelling beleeft.
Eerlijk gezegd, helemaal gelukt is het nog nooit. Er is altijd wel een kucher of schuifelaar in de zaal. En dan spreek ik niet eens over die agressieve typen die met veel lawaai hun geld terug willen hebben.
Genoeg gepraat. Ik hoop voor u dat u een goed publiek bent, want ieder publiek krijgt het spektakal dat het verdient.