Dammen of domino

Ik vind het verleidelijk om te stellen dat de beste film die ik in Berlijn zag Wild River is van de nog immer levende legende Elia Kazan. Wild River is alweer van 1960 en geldt niet eens als een van Kazans beste films.

In zijn autobiografie - overigens een hoogst fascinerend, ja, onthutsend boek - vertelt Kazan dat de studiobazen de film maar matig vonden en nauwelijks een distributie gunden. Ze vonden het bijvoorbeeld verspilde moeite om de film in Europa uit te brengen. Op het moment dat Kazan zijn boek schreef (in de tweede helft van de jaren tachtig) betwijfelde hij of de eigenaren van de film het wel nodig vonden om het negatief te bewaren. Kennelijk is dat wel gedaan, want de print die ik zag, was hagelnieuw en wonderlijk fraai van kleur.
Wat me echter vooral trof, was de als-vanzelfsprekende kwaliteit van het acteren. Kazan was in 1960 een zeer ervaren regisseur van vijftig jaar en zelfs de meest wispelturige (James Dean), verwende (Marlon Brando) of verslaafde (Marilyn Monroe) acteurs en actrices waren als was in zijn handen. Als er al eens iemand onder de maat acteerde, bereikte dat in ieder geval nooit het doek. De ijzeren wetten van de studioproduktie, de klassiek verhalende cinema en het vakmanschap van in een permanente stroom filmende regisseurs dwongen een hoog gemiddeld niveau af. Vreemde uitschieters kregen geen kans.
Ook rare uitschieters naar boven niet en daarom is de beste film die ik in Berlijn zag toch een nieuwe, namelijk La Fille Seule van Benoit Jacquot. Jacquot ontdekte tijdens het maken van zijn recente kostuumfilm Marianne dat zijn jonge hoofdrolspeelster Virginie Ledoyen wel heel bijzondere acteerkwaliteiten had. Hij maakte vervolgens vlak daarna een kleine hedendaagse film die geheel aan zijn nieuwe ontdekking werd opgehangen. La Fille Seule duurt anderhalf uur en geeft het gevoel dat je anderhalf uur meemaakt uit het leven van de door Ledoyen gespeelde Valerie. Valerie begint aan een nieuw baantje bij de roomservice van een groot hotel in Parijs. Jacquot speelde het klaar om zijn film, die voor een groot deel bestaat uit het volgen van Valerie tijdens haar wandelingen door de lange gangen van het hotel, van begin tot eind spannend te maken. Valerie loopt met een probleem rond en de kijker weet dat en voelt dat. Tijdens iedere stap denkt de kijker mee.
Virginie Ledoyen speelde ook een rol in Mahjong, de nieuwe film van de Taiwanese regisseur Edward Yang, die ook in Berlijn draaide. Yang is zeker sinds zijn monumentale A Brighter Summer Day (1991) een van de belangrijkste Aziatische regisseurs. De prestatie van Ledoyen onder de regie van Yang kan niet in de schaduw staan van haar excelleren onder de regie van Jacquot. En dan kun je Ledoyen nog niet eens betichten van een wanprestatie. Er spelen nog enkele westerse acteurs in Yangs nieuwe film en die doen je bijna vergeten dat Yang een regisseur van formaat is en dat de film in principe een boeiend verhaal probeert te vertellen.
Zowel Edward Yang als Benoit Jacquot worden volgend jaar vijftig - de leeftijd van de Kazan van Wild River. Je kunt ze niet meer in bescherming nemen met de etiketten jong en veelbelovend. Het zijn gerijpte cineasten in de bloei van hun leven. Ernstige missers kun je daarom niet goed praten. Ten aanzien van Yang werd dat in Berlijn echter allerwege gedaan en dat lijkt mij niet op zijn plaats. Yang heeft steken laten vallen en dat moet gezegd worden. Wat zou er zijn gebeurd als Virgini Ledoyen in de jaren vijftig jong zou zijn geweest en onder de regie van een Kazan een Parisienne in den vreemde zou hebben gespeeld? Waarschijnlijk geen vlak partijtje dominoen waartoe Yang zich liet verleiden, maar waarschijnlijk ook niet het imponerende irrationele damspel van Jacquot. Jacquot gaat namelijk verder dan vakmanschap en neemt daarmee risico’s die in de klassieke cinema van Kazan ondenkbaar waren. Lees Kazan er maar op na. Wel zou Ledoyen in de jaren vijftig tot een mooi hoofdstuk in Kazans boek aanleiding hebben kunnen geven. Want er kon niet veel, maar er gebeurde van alles.