THE HOLD STEADY

Dampende rock-’n-roll

Volgende week in Amsterdam: The Hold Steady. De band brengt het verhaal terug in de rock. De zanger is schrijver en de drummer laat zich gaan. Ondertussen gaan hun songs opvallend vaak over liedjes van andere bands.

Wie een cd-boekje van The Hold Steady openslaat en naar de teksten kijkt, zou kunnen denken dat het een hiphop-act is. Of dat de nummers zes minuten duren. Lappen zijn het, die teksten van zanger Craig Finn.
Zijn band maakt echter hiphop noch epische nummers. Wel dampende rock-’n-roll, nadrukkelijk beïnvloed door Bruce Springsteen en met een hoofdrol voor een pianist die te horen heeft gekregen: ‘Hou je vooral niet in.’ Zelfs in de momenten van droefheid klinkt zo bij The Hold Steady feest door. Wie de band live ziet, weet waarom: de toetsenist laat zich alleen vergelijken met Mario, het besnorde hoofdpersonage uit de legendarische videogame Super Mario.
En ja, Craig Finn, die zanger, heeft veel te vertellen. Geen boodschap voor de mensheid, maar verhalen. Op een van de eerste albums van The Hold Steady gaat het onder meer over bekeerde christenen, die hem de hilarisch geformuleerde belofte ‘Damn right He’ll rise again’ voorhouden, wat meteen een onvergetelijk refrein bleek. In die volgorde. Het verhaal voorop, desnoods over de rand van het nummer. Op het vorige album Boys and Girls in America – dat min of meer de doorbraak betekende – ging het over die jongens en meisjes in het titelnummer, en ze slikten, ze shopten en ze ontmoetten elkaar in de ehbo-tent van zomerfestivals.
Hoogtepunt was het relatieleed in You Can Make Him Love You, een door singer/songwriter Jesse Malin inmiddels gecoverd nummer met de herhaalde dooddoener ‘There’s always other boys and you can make him like you’ als pleister op de wonde van het aanhankelijke vriendinnetje van een dopehead. Daar heeft zo’n meisje natuurlijk helemaal niks aan, maar wat een refrein. Hier is een schrijver aan het woord, een zingende schrijver.

Een schrijver met een punkverleden, zo blijkt op het nieuwe album Stay Positive. Met regelmaat verwijst Finn naar zijn jeugdjaren in de punk-scene. Het levert een sneer op (‘I don’t think we’ll get the truth/ From kids with stickers on their boots’), maar vooral veel dertigersnostalgie.
In het titelnummer (en vanuit zijn huis in Minneapolis meldt Finn aan de telefoon beslist: ‘Daar zit geen enkele ironie in, Stay Positive vind ik een geweldige uitdrukking’) bezingt hij de levenslessen die hij van zijn favoriete bands leerde. Het ging hem om de woede van die bands, zegt Finn aan de telefoon, in combinatie met hun energie. ‘Daarom hield ik altijd meer van punk dan van metal, terwijl die bands vaak uit veel betere muzikanten bestonden. Maar dat was meteen mijn bezwaar. Ik dacht altijd: als je echt zo boos bent, hoe kun je dan zo strak blijven spelen?’
Opvallend is dat hij ze bij naam noemt, die punkbands. (Youth of Today, 7 Seconds). Dat doet hij vaker, zoals hij op het vorige album dichter John Ally Berryman (1914-1972) meteen in het openingsnummer aanhaalde: ‘There was that night that we thought that John Berryman could fly/ But he didn’t so he died’.
Deze keer opent hij met de zin ‘Me and my friends are like the drums on “Lust for Life”’. Een prachtige vondst. De hoofdpersonages zijn benoemd, neergezet en geduid. Hun gedrag, hun ambities, hun referentiekader: het zit er allemaal in, in twaalf woorden. Dankzij die titel.
Later in het nummer doet Finn het nog een keer. Nu niet met een titel maar met een naam, die van de betreurde Clash-voorman Joe Strummer, die hij tot heilige uitroept. ‘Raise a toast to Saint Joe Strummer/ I think he might have been our only decent teacher’. Hier plaatst Finn zich rechtstreeks in de erfenis van Springsteen, die tientallen nummers schreef als dit Constructive Summer: nummers over het voornemen te ontsnappen aan al wat de hoofdpersoon klein houdt, waarbij het voornemen zelf belangrijker is dan de vraag of het kans van slagen heeft. ‘We learned more from a three minute record, baby, than we ever learned at school’, zong Springsteen veertien jaar geleden in een van zijn songs over de kracht van het liedje.
Er dringt zich hier nog een vergelijking op, en wel die met de enige band die dit jaar een rock-’n-roll-album maakte dat in geestdrift niet onderdoet voor dat van The Hold Steady. Die band heet The Gaslight Anthem, komt uit New Jersey, en die band gaat nog verder. The Gaslight Anthem benoemt niet alleen haar helden (van Tom Petty tot Miles Davis) en haalt hun titels aan (door ze heel slim in tattoos te vatten: ‘We tattooed lines beneath our skin. No surrender, my Bobby Jean’), maar ze citeert ze, gul en schaamteloos.
Opeens komt deze passage langs: ‘And Maria came from Nashville with a suitcase in her hand/ I always kinda sorta wished I looked like Elvis/ And in my head there’s all these classic cars/And outlaw cowboy bands/ I always kinda sorta wish I’m someone else.’
Zo kruipt de band het repertoire van de Counting Crows binnen, die in hun klassieke Round Here zongen: ‘Maria came from Nashville with a suitcase in her hand/ She said she’d like to meet a boy who looks like Elvis.’ Die Maria komt geregeld langs in teksten van de Counting Crows.
En wat zong The Gaslight Anthem op een ep? ‘We call every girl we ever met Maria.’
Nadat de hoofdpersoon weer uit Round Here is gekropen, vervolgt het nummer: ‘There were Southern accents/ On the radio/ As I drove home/ And at night I wake up with the sheets soaking wet.’
Letterlijk uit I’m on Fire van Bruce Springsteen, die laatste zin. Dat denkt de luisteraar dan inmiddels ook, maar de band blijft hem een stap voor: ‘It’s a pretty good song/ Maybe you know the rest.’
Wat ze gemeen hebben, The Hold Steady en The Gaslight Anthem, is niet alleen het bewustzijn van hun wortels en inspiratiebronnen. Het is ook de manier waarop ze zich ertoe verhouden. Fans zingen over bands.
Wanneer Brian Fallon van The Gaslight Anthem op het nieuwe album zingt over de eerste keer dat hij The Clash hoorde, gaat dat zo:

And then I heard it like a shot through my skull to my brain,
I felt my fingertips tingle and it started to rain,
When the walls of my bedroom were tremblin’ around me,
This ramshackle voice over attack of a bluesbeat,
Tellin’ me he’s only looking for fun.
This was the sound of the very last gang in town.

Het is de sensatie die iedere muziekliefhebber herkent: de sensatie niet alleen nieuwe muziek te horen, maar ook een nieuw soort muziek. Een nieuwe wereld, met de bijbehorende fantasieën over de mensen die die wereld bevolken. Doordat die sensatie wordt bezongen, is hun muziek meer dan een ode aan muziek. Het is een ode aan de muziekliefde.

The Hold Steady, Stay Positive (Munich). Maandag 13 oktober in de Melkweg in Amsterdam
The Gaslight Anthem, The ’59 Sound (Suburban). In het voorjaar van 2009 op tournee door Nederland