Interview RAF-advocaat Bakker Schut

«Dan ben ik maar een idioot»

Precies 25 jaar geleden werden drie leiders van de Rote Armee Fraktion dood gevonden in de Stamm heim-gevan genis. «Zelfmoord», luidde het officiële verhaal. Pieter Herman Bakker Schut, nu pleiter in drugszaken maar toen een van de advocaten: «Zelfmoord? Daar was absoluut geen sprake van.»

Pieter Herman Bakker Schut: «Wat ik in de jaren zeventig in Duitsland meemaakte, kan overal gebeuren. Ook nu nog. Kijk maar naar de EBI, de extra beveiligde inrichting in Vught, met zijn high security. Daar zitten gevangenen soms vier jaar in isolatie, in wisselende groepen van twee à vier mensen. Het is wetenschappelijk bewezen dat je eraan onderdoor gaat als je niet ten minste vijftien contactpersonen hebt, mensen die je ook aan kunt raken. Vergeleken bij Vught was Stammheim niet zo veel bijzonders, hoor.»

De Stammheim-gevangenis in Stuttgart was het zenuwcentrum tijdens de zogeheten Duitse Herfst, nu precies 25 jaar geleden. Daar bevonden zich Andreas Baader en andere kopstukken van de Rote Armee Fraktion (RAF), die de Duitse rechtsstaat jarenlang hadden weten te ontwrichten. De RAF leek zelfs vanuit de gevangenis gewoon verder te ageren, met als dieptepunt die herfst van 1977.

Die activiteiten vanuit de gevangenis werden hun advocaten zwaar aangerekend. Pieter Herman Bakker Schut was een van hen, Otto Schily — die hoogstwaarschijnlijk weer minister wordt in Schröders nieuwe kabinet — een ander. Bakker Schut maakte uitgebreid studie van de situatie: in 1986 promoveerde hij op Politische Verteidigung in Strafsachen, waarvan de handelseditie onder de titel Stammheim werd uitgebracht. Hij verwierf er vooral respect mee onder sympathisanten van de RAF, anderen verleenden hem titels als «Terrorist in toga» en «Advocaat-provocateur».

Bakker Schut staat nog steeds RAF-mensen bij. «Want zij kregen min of meer de doodstraf, omdat ze kapot zijn gemaakt. En dus heb ik, als hun advocaat, levenslang.» Met zijn hulp kreeg Heidi Schulz eerder dit jaar gratie van bondspresident Rau. «Ze was fysiek totaal op.» Schulz werd veroordeeld wegens haar aandeel in de moorden op bankier Jürgen Ponto en werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer, beide in 1977, alsmede voor een latere schietpartij in Kerkrade waarbij twee Nederlandse douanebeambten de dood vonden.

Als beweging behoort de RAF tot een voorbij tijdperk. En al zei Bakker Schut indertijd, op de Nederlandse persconferentie ter presentatie van zijn proefschrift, dat hij moeite zou hebben met «het verdedigen van hoge bonzen uit het heroïnecircuit», ook hij vertoefde de laatste jaren vaker in Vught — waar zijn beroemde cliënt uit de drugswereld Mink Kok vastzat — dan tussen het levende restje Duitse «vrijheidsstrijders». Maar de staat verliest zijn streken nooit, waarschuwt Bakker Schut.

«Toen in Duitsland was het de oorlog tegen het zogenaamde terrorisme, nu is het de oorlog tegen drugs. Kijk in beide situaties maar naar het gebruik van het begrip ‹criminele organisatie›, kijk naar de manier waarop de bewijslast wordt verzameld, de bijzondere wetgeving en bijzondere detentiesituaties.»

Maar u bent de advocaat van mensen uit criminele drugsorganisaties.

Bakker Schut: «Dat mag je niet zo zeggen. Je mag hoogstens zeggen dat ik mensen bijsta die daarvan worden verdacht. Mink Kok is inderdaad ooit veroordeeld voor het lidmaatschap van een criminele organisatie. Maar uit dat vonnis blijkt niet wie de andere leden van die vereniging zijn, zelfs niet óf die er zijn.»

Misschien zijn die wel dood: Bruinsma, uw voormalige cliënten Klepper en Femer…

Hij schiet in de lach. «Nee, om hen ging het hier niet. Deze conspiracy-constructie in drugszaken is direct geïnspireerd op de ‹terroristen›-vervolgingen — tussen aanhalingstekens, zeg ik er altijd bij — in Duitsland. De ‹criminele vereniging› was daar de enige wijze waarop de staat vat op de gearresteerde RAF-leden kon krijgen.»

Waarom die aanhalingstekens?

«Ik heb altijd gezegd: zij zien zichzelf als stadsguerrilla, en om daar nou meteen terroristen van te maken — een politiek beladen begrip. Als hun advocaat kan ik daar in elk geval niet aan meedoen.»

En wat vindt u ervan om de daders van de aanslagen op 11 september 2001 als terroristen aan te duiden?

«Daar heb ik geen problemen mee, als je die aanslagen vergelijkt met wat de Rote Armee Fraktion deed. Kijk, halverwege de jaren zeventig waren de gijzelacties van de RAF er vooral op gericht andere RAF-leden uit de gevangenis te krijgen. Daarvóór richtte de RAF zich op militaire installaties. Daar gaven ze ook verklaringen over uit: ‹Wij beschouwen ons als deel van de internationale guerrilla tegen de genocide in Vietnam.› Vandaar die aanslagen op het Amerikaanse hoofdkwartier in Frankfurt en op het Amerikaanse computercentrum in Heidelberg. Die vallen zelfs te plaatsen in termen van oorlogsrecht.»

Maar ook bij die aanslagen vielen doden onder burgers. Of zegt u, dat hoort bij een oorlog?

«Ja. Er vallen vandaag de dag voortdurend burgerdoden in oorlogen, kijk maar naar Afghanistan.»

De aanslagen van 11 september waren toch net zo politiek gericht als die van de RAF?

«Als advocaat zou je kunnen verdedigen dat die aanslag op het Pentagon inderdaad een aanval op een militair object is. Al gebruik je er een burgervliegtuig voor. En daar gaat die redenering natuurlijk al mis voor wat betreft het oorlogsrecht.»

De RAF kaapte een vliegtuig met vakantiegangers, toen de ontvoering van de werkgeverstopman Schleyer niet tot de vrijlating van hun leiders leidde.

«Dat was geen actie van de RAF.»

Van een bevriend Palestijns commando.

«Ik had er enkel mee te maken in de rechtszaal. Het is niet mijn taak om hier nu de RAF te verdedigen.»

De rode draad in de loopbaan van Pieter Bakker Schut is zijn wantrouwen jegens de staat en zijn organen. Zo probeerde hij begin jaren zeventig aan te tonen dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst het Rode Jeugd-lid Luciën van Hoesel aanzette tot illegale handelingen. «Feitelijk lukte dat ook, want de Rode Jeugd had dubbelspel gespeeld met de BVD: er zijn foto’s van een BVD-man op het moment dat hij een tas met een pistool aan iemand geeft, een prachtig verhaal.» In de rechtszaal kreeg de gedreven advocaat geen gelijk, maar wel moest de chef van de BVD zich daar komen verantwoorden — een unicum.

Is er, naast Bakker Schuts achterdocht tegen de staat en een zeker gevoel voor spektakel, nog een noemer waaronder zowel de verdediging van Luciën van Hoesel, Andreas Baader als nu Mink Kok valt? Verklaart de kleine hasjdealer uit de linkse beweging die drugsbaron werd de Werdegang van Bakker Schut? Hooguit indirect. «Ik wil in de eerste plaats aantonen dat het strafrecht wordt gebruikt voor politieke doeleinden. En toen mijn eigen drugsdealer, een ontzettend aardige hippie die goeie stuff had, in 1972 werd gearresteerd, heb ik hem verdedigd. Hij vervult een prima rol, iedereen is tevreden. Wat doet de staat daartussen?»

Dat is marktdenken, eigenlijk heel kapitalistisch.

Bakker Schut: «Precies wat ik tegen de rechter-commissaris zei: onze samenleving is op kapitalistische wetten gebaseerd en als je die strafrechtelijk bestrijdt, bereik je het tegendeel van wat je wilt. De behoefte aan hasj of drank kun je toch niet onderdrukken.»

Geldt dat ook voor heroïne?

«Absoluut.»

Hij is, zegt hij, in het strafrecht blijven hangen omdat hij het dertig jaar geleden verbijsterend vond om te zien hoe mensen kapot werden gemaakt. «Een loser die maanden gevangen werd gezet voor het stelen van een fles melk, terwijl je een succesvol ondernemer was als je massaontslagen wist door te voeren.»

Maar een fles melk stelen is iets anders dan zo’n grote werkgever vermoorden, zoals de RAF in een aantal gevallen heeft gedaan.

«Ja, maar dat gaat natuurlijk ook niet van het ene moment op het andere.»

In zijn tijd als advocaat van de losers was Bakker Schut ook wetenschappelijk medewerker in Utrecht en presentator van het televisieprogramma Kort geding. «Daardoor werd ik een bekende Nederlander.» Een bekende linkse advocaat, al heeft hij het accent dat een Leidse corpsballenachtergrond verraadt. «Door die bekendheid benaderde de familie van Ron Augustin me.» Dat was in 1974. Het Nederlandse RAF-lid Ronald Augustin zat toen al jaren in Duitsland in de gevangenis. Bakker Schut vergeleek het gevangenisregime waaronder Augustin zuchtte toen met dat uit de Hitler-tijd.

Ook Duitse RAF-leden zochten bijstand van Bakker Schut. Als een soort meta-advocaat volgde hij de Stammheim-processen. Otto Schily verdedigde er RAF-lid Gudrun Ensslin, voor zover hem dat mogelijk werd gemaakt. Eerder had Schily Horst Mahler verdedigd, die daarvoor weer Ensslins advocaat was geweest. Schily was onlangs als sociaal-democratisch minister verantwoordelijk voor de Schily-Katalog, een pakket maatregelen ter bestrijding van terrorisme, waarmee hij zich ook bij rechts geliefd heeft gemaakt. En nu staat hij zelfs tegenover de rechts-extremist geworden advocaat Mahler, in een pijnlijke affaire met staatgestuurde infiltranten in Mahlers partij, de NPD.

Van Schily komt de uitspraak: «Nur Idioten ändern sich nicht.»

Bakker Schut: «Daar heeft hij gelijk in. In die zin ben ik een idioot, natuurlijk. Andreas Baader schreef al: ‹Die Schily, die eindigt nog eens als SPD-minister van Justitie.› Voorlopig is dat Binnenlandse Zaken geworden, maar toch. Ik denk dat Baader Schily toen al politiek onbetrouwbaar vond.

Typerend voor Otto Schily is de volgende situatie: toen de dame en heren op de zevende verdieping van Stammheim dood werden gevonden, op 18 oktober 1977 na Mogadishu, (waar een Duitse antiterreurbrigade een einde had gemaakt aan de kaping van het eerder genoemde vliegtuig met vakantiegangers — ah), belde Schily mij op. ‹Pieter›, zei hij, ‹wij gaan een persconferentie houden en wij kunnen natuurlijk niet alles zeggen.› Dat klopte: als zij zouden zeggen dat het moord was, gingen ze zelf de gevangenis in. Dat was een jaar eerder ook gebeurd, bij de dood van Meinhof. ‹We vinden het prettig als jij erbij bent›, zei Schily, ‹want jij kunt wat vrijer praten.› Dat was ook zo: ik was toen niet actief als hun advocaat, maar ik kende de mensen, ik had Andreas bijgestaan voor de Europese Commissie en ik kende hun onderlinge correspondentie.»

Die heeft u later ook gepubliceerd.

«Precies. Ik wist dus: zelfmoord, daar was absoluut geen sprake van, noch bij Meinhof in 1976 noch bij Baader, Raspe en Ensslin toen. Schily heeft dondersgoed geweten hoe hij met dit soort dingen moest omgaan. Hij liet mij in het openbaar verklaren dat het moord was.»

«Zelfmoord» wordt allang niet meer tussen aanhalingstekens geschreven in de Duitse kwaliteitspers. Bijna niemand, ook niet in linkse kringen, is er nog van overtuigd dat ze zijn vermoord.

«Laten we wel wezen, van meet af aan is er natuurlijk een enorme machine in werking gesteld om de heersende mening in een bepaalde richting te krijgen.»

U ziet dat als één groot staatscomplot, inclusief propagandamachine?

«Ja. Het zou onaanvaardbaar zijn voor de Duitse rechtsstaat als dat mogelijk zou blijken.»

Hebt u nooit getwijfeld aan die moordtheorie?

«Nee, eigenlijk niet. Maar ik heb nooit beweerd dat de Duitsers die moorden hebben gepleegd. Misschien is het de Mossad wel geweest.»

De Israëlische geheime dienst?

«De knapste geheime dienst ter wereld.» En Bakker Schut kan het weten. «Ik ben in mijn diensttijd opgeleid tot officier bij de Militaire Inlichtingendienst. Geschoold in ondervragingen in het Russisch.»

Maar was dat niet een hoop Koude-Oorlogsgebral, onzin, spookbeelden?

«Ja, ook heel veel onzin. Ik amuseerde me er kostelijk mee. Wij werden op oefening gestuurd naar de provodemonstraties. Om daarin te infiltreren — dat was lachen, natuurlijk.»

Maar u schreef in 1977 in ‹De Nieuwe Linie› bloedserieus over fascistische methoden van staat en inlichtingenapparaten.

«Dat artikel schreef ik als advocaat van de RAF-gevangenen. Ik zal het wel wat aangezet hebben hier en daar.»

Hij schreef onder meer: «De Duitse staat foltert en wel volgens programma.(…) Ook na 1975 werd het vernietigingsprogramma onder leiding van procureur-generaal Buback voortgezet.» Ook schreef Bakker Schut over «de Bundesnachrichtendienst als CIA-dependence» die «de uitvoering van de moord (op Ulrike Meinhof) heeft verzorgd». En hij beschreef een land waarin weerloze gevangenen worden gemarteld en «geliquideerd» onder leiding van CIA-gedrilde killers. En daarbij leek het wel alsof Buback, die eerder die week was vermoord, zijn verdiende loon had gekregen.

Hiermee geconfronteerd, zegt Bakker Schut: «Ja, dat gaat wel heel ver. Ik zou het nu anders formuleren. Maar achter de teneur van het stuk sta ik nog steeds.»

Het is ook de teneur van uw proefschrift van tien jaar later.

«Het stond vast dat er onmenselijke isolatietechnieken werden gebruikt, brainwash-methoden die uit Vietnam bekend waren. Met als doel dat de Stammheim-gevangenen zouden zeggen: we hebben ons vreselijk vergist. Ik heb in mijn proefschrift aangetoond dat dat vanaf 1972 heel bewust is georganiseerd. En het martelen van de tegenstander om zijn politieke overtuiging is een van de kenmerken van een fascistische staat.»

Op het omslag van de handelseditie van het proefschrift staat: «Die notwendige Korrektur der herrschenden Meinung».

Bakker Schut: «Dat komt van de Duitse uitgever. Vind ik wel mooi. Als u nu zegt: de heersende mening is zelfmoord, dan blijf ik dissident. Met alle risico’s van dien om voor idioot te worden versleten.»

Het is met Duitsland toch nog aardig goed gekomen?

«Ik weet het niet, en dat zegt me ook niet zo veel. Het gaat me immers nooit om één bepaald land. In Nederland maken we een noodwet om Volkert van der G. te kunnen blijven observeren in zijn cel. Dat is alweer het begin van een schending van de mensenrechten.»

Is de ironie niet, in dit verband, dat die maatregel werd beargumenteerd met de angst dat de gevangene in een onbewaakt moment zelfmoord zou plegen?

«Die redenering is natuurlijk volkomen van de gekke. Met die camera’s hebben ze eerder georganiseerd dat hij eventueel wél zelfmoord pleegt.»