Dan maar liever ‘humaan doch streng’

Het was een paar dagen terug zo'n verdwaald bericht dat, vast niet geheel toevallig, door de NRC-buitenlandredactie in de kolommen werd opgenomen. In Teheran werd een vijfvoudige moordenaar publiekelijk opgehangen aan een hijskraan zodat het massaal toegestroomde publiek het goed kon zien.

De man, hopelijk de dader, was bovendien veroordeeld tot 250 zweepslagen. Het uitdelen van die zweepslagen was uitbesteed aan de familie van de slachtoffers en men was er drie dagen voor de ophanging mee begonnen om op tijd klaar te zijn. De laatste paar zweepslagen waren bewaard voor de openbare terechtstelling.
Kan je op grond van zo'n bericht iets beweren over het uitwijzen van Iraanse asielzoekers? Nee en ja. Het asielrecht is individueel, dat wil zeggen dat hoe repressief het regime dat een asielzoeker ontvlucht ook is, hij of zij moet een individuele reden hebben te vrezen voor vervolging. De bewijslast ligt bij de asielzoeker. Oftewel: de asielzoeker is een leugenaar, tenzij hij of zij het tegendeel aannemelijk weet te maken. Kan hij dat niet, dan moet hij vertrekken.
In sommige landen echter vloeit wel heel veel bloed en politici hebben tot hun schade en schande ontdekt dat het dan lastig uitzetten is. En dus is een list bedacht. Asielzoekers van wie de asielaanvraag wordt afgewezen maar die afkomstig zijn uit zeer mensenrechten-onvriendelijke landen, worden gedoogd. Dat is natuurlijk uiterst tweeslachtig, want òf er is vrees voor vervolging, en dan heeft de vluchteling recht op asiel, òf er is geen vrees voor vervolging en dan moet de vluchteling afgewezen worden. Nu worden asielzoekers aan het lijntje gehouden met een (tijdelijke) gedoogvergunning.
Iran was ooit zo'n onvriendelijk land. Jarenlang zijn afgewezen Iraniërs hier gedoogd. Twee jaar geleden echter is de beoordeling van Iran bijgesteld, op basis van zogeheten ambtsberichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en sindsdien worden Iraniërs uitzetbaar geacht en worden de gedoogvergunningen niet verlengd. Daadwerkelijk uitzetten gebeurt echter heel mondjesmaat, dit jaar zijn er 33 Iraniërs teruggestuurd terwijl er meer dan duizend uitgeprocedeerden zijn. Wederom tweeslachtigheid: het verblijf wordt niet langer gedoogd maar uitzetting niet aangedurfd.
Nu geeft het laatste ambtsbericht voor zulk gedraai ook alle aanleiding, want het is een uiterst merkwaardig document. Iran is onder president Rafsanjani een meer pragmatische koers gaan varen, stelt het ambtsbericht. Om vervolgens te vertellen dat er ‘nauwelijks meer’ sprake is van stenigingen, dat de doodstraf voor homoseksuelen 'nauwelijks’ wordt voltrokken, dat 'arrestanten en gevangenen de kans lopen gefolterd te worden, alhoewel artikel 38 van de grondwet foltering verbiedt’, dat de positie van vrouwen is verbeterd maar dat alleenstaande moeders hun kinderen moeten afstaan (jongens na twee jaar, meisjes na zeven jaar), dat de repressie van religieuze minderheden en intellectuelen, met name schrijvers en journalisten, doorgaat. Dus kunnen afgewezen asielzoekers veilig teruggestuurd worden, concludeerde staatssecretaris van Justitie Schmitz. De Tweede Kamer reageerde al even onnavolgbaar. Op de valreep voor het zomerreces keurde de Kamer het ambtsbericht en de conclusies van Schmitz goed, maar een dag later lieten de PvdA- en D66-woordvoerders weten een hoorzitting over de situatie in Iran te willen. Die hoorzitting zal in september plaatsvinden.
Gedraai en gekronkel, beslissen en niet uitvoeren, en dan maar weer aanpassen, is al jaren het kenmerk van het asielbeleid. Het is het gevolg van een tweeslachtigheid die besloten ligt in het als mantra herhaalde uitgangspunt 'streng doch humaan’. In de praktijk komt dat neer op een strenge selectie bij de asielverlening en een humane opstelling bij het uitzetten. Dat betekent: weinig verblijfsvergunningen èn weinig uitzettingen, en dat creëert een grote ondoorzichtige schemerzone van gedogen, uitstel-van-vertrekbriefjes, niet-uitzetbaren en geaccepteerde illegaliteit. De strenge selectie leidt tot een run op de rechter, een verlenging van de procedure en een opstopping bij de opvang. De schemerzone tussen afwijzing en niet-uitwijzing, waarin de meeste asielzoekers terecht komen, veroorzaakt grote onzekerheid door onduidelijkheid over status en toekomst. Het zet beleidsmakers aan tot gedraai en ad hoc-maatregelen: wel uitzetten naar Soedan en toch maar weer niet, Bosniërs moeten terug maar niet allemaal tegelijk, het hoger beroep wordt afgeschaft en toch maar weer ingevoerd maar dan niet voor iedereen. Dat een Iraniër die zijn gedoogvergunning ingetrokken ziet op basis van het laatste ambtsbericht over Iran in hongerstaking gaat, mag niemand verbazen. Het gedraai nodigt daartoe uit. De tientallen zelfmoordpogingen jaarlijks in de asielzoekerscentra zouden niet genegeerd mogen worden.
De paradox van het asielbeleid zoals dat onder oud-staatssecretaris van Justitie Aad Kosto vorm heeft gekregen en door Schmitz wordt voortgezet is dat het niet gericht is op het toelaten maar op het afschrikken van asielzoekers. Het kan geen toeval zijn dat op het moment dat Iran zorgt voor de grootste toestroom van vluchtelingen, het toelatingsbeleid voor Iraniërs strenger wordt. De achtereenvolgende kabinetten willen niet te veel asielzoekers opvangen, en dat betekent knijpen in tijden van drukte en meer soepelheid op rustige momenten. Asielzoekers worden zo elkaars concurrenten. Kunt u zich voorstellen hoe gezellig het is in de opvangcentra.
Misschien is de slogan 'streng doch humaan’ wel te mooi om te laten vallen. Maar keer het om. Maak de asielverlening humaan en het uitzettingsbeleid streng. Bij twijfel wordt asiel verleend. Als de politieke omstandigheden in een land zodanig zijn dat er niet uitgewezen kan worden, krijgt een asielzoeker uit dat land een definitieve verblijfsvergunning. De schemerzone van gedogen en niet-uitzetten kan dan verdwijnen. Een ruimhartig toelatingsbeleid maakt het mogelijk een streng uitwijzingsbeleid te handhaven. Op zijn beurt creëert een streng uitzettingsbeleid het draagvlak voor een ruimhartig toelatingsbeleid.
Het huidige beleid, dat is ingegeven door angst voor draagvlakverlies, heeft een averechts effect. Door het strenge toelatingsbeleid worden asielzoekers neergezet als een stelletje leugenachtige gelukzoekers die zich niet laten uitzetten. En wat moeten we daarmee?