Dan maar naar het kalifaat

Uit besproken boek

Wie het ongelooflijke verhaal van Laura H. aan iemand die het niet kent wil vertellen, zal ongetwijfeld beginnen met het kalifaat. Iets over Syrië, Irak, Islamitische Staat. Hoe de bekeerlinge daar in 2015 via een Turkse badplaats met haar piepjonge gezin belandde, bijvoorbeeld.

Ook een goed startpunt: hoe ze nog geen jaar later ontsnapte en voor de camera van Kurdistan24 in zwarte islamitische kledij met een duidelijk Nederlands accent zei: ‘I’m Laura. I was born in Den Haag and I lived in… Sweet Lake City.’ Of: hoe ze de eerste vrouwelijke terugkeerder werd die zich voor een Nederlandse rechter moest verantwoorden.

Thomas Rueb, journalist van NRC Handelsblad, begint het lijvige Laura H.: Het Kalifaatmeisje uit Zoetermeer met onbeantwoorde Facebook-berichten van haar vader.

‘Wat heb je nu toch gedaan
Kom terug alsjeblieft
Ik zorg voor je
Ik laat je nooit vallen!!
Ik ben je papa’

Ze krijgt klappen als ze de uien voor op de pizza eerst bakt in plaats van ze rauw te laten

Laura H. heeft een getroubleerde jeugd in Zoetermeer met een broertje dat door een ernstige nierziekte thuis alle zorg opeist en ouders die uit elkaar gaan. De aandacht die ze thuis tekortkomt, zoekt Laura al vanaf de brugklas bij jongens met voornamelijk Marokkaanse roots. Na de eerste keer seks volgen talloze anderen. De jongens weten: Laura is een gewillig slachtoffer. Ze is dan pas dertien jaar oud en de slet van de school. Met een hoofddoek om, zo weet Laura, zullen de grootste lastpakken haar met rust laten en misschien zelfs wel respecteren.

De hele zomervakantie oefent ze haar verhaal, zelfs hardop: haar echte naam is Lamyae en ze is geadopteerd uit Marokko. Door een Surinaamse moeder en een Nederlandse vader zou ze qua uiterlijk door kunnen gaan voor een Marokkaanse. Op de eerste schooldag na de vakantie is ze door haar hoofddoek haast onherkenbaar. En natuurlijk duurt het niet lang voordat iedereen weet dat Lamyae die ‘hoer’ is.

Het schrijnende aan dit verhaal is niet dat Laura H. naar het kalifaat gaat, maar dat Laura H. óók naar het kalifaat gaat. Maar net zo goed zit de pijn in het feit dat ze als kind al roept dat ze net als haar broertje ziek wil zijn zodat zij ook extra aandacht krijgt, dat ze als dertienjarig meisje op een dag met tien verschillende jongens achtereen seks heeft, dat ze op haar zestiende een kind krijgt van een jongen die (lang) niet meer van zich laat horen, vijf maanden na de bevalling al weer in verwachting is, zich vervolgens tegen haar wil een abortus aan laat praten in ruil voor een huwelijk dat natuurlijk nooit komt. Eigenlijk komt er geen eind aan alle hartverscheurende gebeurtenissen. En dan moet ze Ibrahim nog ontmoeten, de man met wie ze binnen twee weken trouwt en de vader van haar jongste kind. En vooral: haar Palestijnse kwelgeest uit Alkmaar die haar dagelijks bruut mishandelt en meeneemt naar Syrië. Want daar, op heilige grond, zal hij het geweld tegen haar staken. En dan hebben we het ook nog niet gehad over Jeugdzorg, dat haar kinderen dreigt af te nemen, en het overlijden van het broertje.

Het is in meerdere opzichten een uniek boek, een verhaal dat zo bizar is dat het vaak amper te geloven is, en het beste wat er over dit onderwerp geschreven is. Het kalifaat werd niet eerder vanuit Nederlands perspectief met zoveel details beschreven, net als de terroristenafdeling van de gevangenis in Vught. Alles waarvan haar man in Nederland over het kalifaat had gezegd dat het onzin was of zelfs barbaars blijkt in de overtreffende trap alledaags. Yezidi-vrouwen die als (seks)slaaf worden gehouden, vrouwen die om vermeend overspel worden gestenigd, bijzonder slechte hygiëne en veel willekeurige doden.

Hier ontstaan de eerste (openlijke) scheurtjes in haar toch al broze geloof. Vrouwen mogen namelijk helemaal niks en zelfs dat is niet genoeg. Nog meer bedekkende kleding in die verstikkende hitte, niet praten als er een man in de buurt is. En voor Laura zelf: de dagelijkse afranselingen gaan ook in het heilige Shaam gewoon door, een belangrijke reden dat ze zich door haar man heeft laten overhalen om af te reizen. Ze krijgt bijvoorbeeld enorme klappen als ze de uien voor op de pizza eerst bakt in plaats van ze rauw te laten.

Thomas Rueb sprak niet alleen honderden uren met alle betrokkenen inclusief Laura zelf, hij kreeg ook toegang tot WhatsApp- en Facebook-gesprekken, dagboekaantekeningen, mails en andere berichten, politiedossiers en psychologische onderzoeken. Natuurlijk, dat geluk moet je misschien net hebben als schrijver, maar al dat materiaal is ook in erg goede handen bij Rueb. Hij heeft niet alleen goed onderzoek verricht, hij vond in Irak een Koerdische ooggetuige van Laura’s ontsnapping die tot die tijd tot bij de rechters in Nederland veel vragen opwierp over haar geloofwaardigheid. Hij ontrafelde daarmee een belangrijk mysterie; en het is ook buitengewoon knap geschreven.