De Roemeens-Nederlandse voetbalfraude

Dan verkoop je toch de linksbuiten?

Nederlandse brievenbus-bv’s vormden een onmisbare schakel in fraude met Roemeense voetbaltransfers, blijkt uit ons onderzoek naar de duistere zakenwereld achter het internationale voetbal.

Medium vb5

Een medewerker van justitie zet Johan Versluis op woensdag 22 januari 2014 voor een webcam. Versluis, een dan 51-jarige geboren Rotterdammer met kort krullend haar en een grijze stoppelbaard, werkt als jurist in de trustsector. Hij is de belangrijkste getuige in een Roemeense fraudezaak met voetbaltransfers – deals waarin zijn brievenbusbedrijven een belangrijke rol spelen.

Via de webcam staat Versluis in verbinding met de Roemeense rechtszaal, die goed gevuld is met pers en publiek. Een Nederlandse officier van justitie stelt Versluis de vragen, die van tevoren op een lijstje zijn aangeleverd. Een tolk vertaalt zijn antwoorden naar het Roemeens. Of Versluis in God gelooft, wil de magistraat als eerste weten voor het afleggen van de eed of de belofte. ‘None of your business!’ snauwt de Hollander. De toon is gezet.

Voetbaltransfers? Versluis herinnert zich er niets van. De verdachten kent hij niet, de voetballers waarover het gaat ook niet. ‘Ik ken helemaal niemand.’ Wat zijn trustbedrijf zoal voor diensten verleent? Het blijft stil aan de andere kant van de lijn. Eén ding is duidelijk: de Rotterdamse zakenman gaat het Hof van Beroep in Roemenië niets wijzer maken over de geldstromen en de fiscale constructies achter een serie transfers van Roemeense voetballers. Na drie kwartier is het verhoor voorbij. ‘Belangrijkste getuige drijft rechter tot woede’, kopt een Roemeense krant de volgende dag.

Februari 2015. Een ijzige wind huilt door het roestende hekwerk rond stadion Stefan cel Mare. De thuisbasis van voetbalclub Dinamo Boekarest ligt aan een drukke verkeersader in de Roemeense hoofdstad. Van een afstandje zijn alleen de immense lichtmasten te zien, het stadion zelf ligt in een kom tussen grijze flatgebouwen. Het is winterstop in Roemenië, er is al een tijdje niet gevoetbald. In de rode en witte kuipstoeltjes staat een plasje bruin water. Een geasfalteerd pad loopt om het stadion heen. Aan de ene kant de afbrokkelende, met graffiti bewerkte betonnen stadionmuren, aan de andere kant een nondescript terrein met autowrakken. Sanitaire voorzieningen voor supporters bestaan uit een rijtje bont gekleurde portable wc’s. De in 2006 begonnen opknapbeurt is wegens geldgebrek nooit afgemaakt. Er zijn plannen voor een nieuw stadion, maar sinds september is de club technisch failliet.

Niet alleen Dinamo Boekarest heeft het moeilijk. Alleen al afgelopen seizoen gingen zeven Roemeense profclubs failliet. De transferfraudezaak speelde daar een grote rol in. Acht zaakwaarnemers en bestuurders deden een greep uit de clubkassen. Na hun veroordeling tot celstraffen van maximaal zes jaar durft geen investeerder zijn geld nog in het voetbal te steken.

De in Roemenië geruchtmakende fraudezaak, die in 2006 aan het rollen kwam en acht jaar voortsleepte, geeft een zeldzaam kijkje in het inwendige van de geldmachine die het moderne voetbal geworden is. Ter illustratie: vorig jaar betaalden alle clubs ter wereld gezamenlijk ruim vier miljard dollar aan transfersommen.

Veel van die transferdeals lopen via tussenpersonen of investeringsfondsen in belastingparadijzen met bankgeheim. Het is door de geslotenheid van de zakelijke zijde van de voetbalwereld meestal nauwelijks na te gaan wie zijn zakken vult met de miljoenendeals. Maar dankzij de vasthoudendheid van de Roemeense justitie is nu duidelijk geworden hoe makkelijk het kan zijn de kluit te belazeren met internationale voetbaltransfers. Nederland speelt daarin een rol als draaischijf voor het wegsluizen van met fraude verkregen geld.

Medium vb2

Pizzakoerier

Een eenvoudige deur van bruine kunststof blijkt de ingang van dna, de Roemeense justitiële dienst die zich louter bezighoudt met corruptiezaken. Het statige pand in Boekarest is voor de rest hermetisch afgesloten met hoge hekwerken. In de normaal gesproken autoluwe zijstraat staan minibusjes met satellietschotels op het dak schots en scheef op de stoep geparkeerd. Verslaggevers met camera en microfoon gooien hun kartonnen koffiebekers weg als de deur open gaat en een dame in de richting van de zojuist voorgereden koperkleurige Porsche Cayenne stiefelt. De journalisten duiken er bovenop, op jacht naar een quote. Corruptiezaken zijn een hot item in de Roemeense nieuwsbulletins.

dna overhandigt ons het volledige requisitoir in de transferfraudezaak: een betoog van 444 pagina’s op grond waarvan de acht verdachten zijn veroordeeld. Het dikke pak papier doet de Roemeense transferfraude gedetailleerd uit de doeken. Hoofdverdachten zijn Ioan (1952) en Victor Becali (1961). De twee broers, neven van de rijkste Roemeen en oud-europarlementariër George Becali, zijn echte selfmade men. Vóór 1989, onder het bewind van Ceausescu, handelden ze in bioscoopkaartjes op de zwarte markt. Na de revolutie werden ze de eerste Roemeense zaakwaarnemers met een Fifa-licentie. Al gauw bouwden ze een voetbalimperium op. Samen met een aantal clubbestuurders zetten deze mannen een geraffineerde handel in voetballers op, waarmee ze voetbalclubs én de Roemeense fiscus een poot uitdraaiden.

Neem de transfer van Ionel Ganea. De spits verhuisde in de zomer van 1999 van Gloria Bistrita naar VfB Stuttgart. Maar al in oktober 1998 sloot de eigenaar van Bistrita, Jean Padureanu, een contract met Phoenix BV, een brievenbusbedrijf in Rotterdam. Phoenix werd voor zeshonderdduizend dollar eigenaar van de ‘economische rechten’ van Ganea en verkocht die rechten de zomer erna door aan VfB Stuttgart voor twee miljoen dollar. Een winst van 1,4 miljoen dollar dus.

Had Phoenix dat bedrag als winst in de boeken gezet en er netjes belasting over betaald, dan was het weliswaar een wonderlijke woekerwinst geweest, maar juridisch helemaal in orde. Het liep anders. Van de miljoenen bleef slechts een commissie van twee procent, 28.000 dollar, in Rotterdam. De rest werd twee dagen later overgeboekt naar Tierney International Ltd. op de Britse Maagdeneilanden. Phoenix handelde alleen in opdracht van Tierney, blijkt uit een onderliggend contract. Ook het Caribisch gebied was niet de eindbestemming van het geld. Uit het onderzoek blijkt dat weer een paar dagen later 650.000 dollar werd bijgeschreven op bankrekeningen in Luxemburg en Gibraltar van de broers Ioan en Victor Becali, de zaakwaarnemers van Ganea. Bij de transfer van Paul Codrea was de winst nog groter. De Italiaanse club Genoa betaalde in 2001 2,65 miljoen dollar aan Phoenix voor de verdedigende middenvelder. De Rotterdamse bv had die rechten nog geen anderhalf jaar eerder gekocht van Codrea’s oude club, Dinamo Boekarest. Koopsom toen: zeventigduizend dollar: een winst van 2,58 miljoen. Phoenix mocht ook nu weer twee procent houden als commissie. De rest verdween achter de palmbomen op de Britse Maagdeneilanden.

In het dossier zit een btw-bonnetje voor een deel van de betaling van Phoenix aan Dinamo. Het vodje lijkt nog het meest op de vettige nota die de pizzakoerier tussen de dozen quattro stagioni’s en margharita’s frommelt. Alleen staat er niet: ‘1 pizza Napolitana: 5,95’, maar: ‘1 Transfer Codrea Paul: 20.000 $US’. Het postbusnummer van Phoenix BV in Rotterdam is met pen in de rechterbovenhoek gekrabbeld. ‘Dit moet wel de eerste keer zijn dat een voetballer wordt verhandeld als een consumptieartikel’, merkt de aanklager erover op in zijn requisitoir.

Klimop

Bij twee andere spelers, Bogdan Mara en Adrian Mihalcea van Dinamo Boekarest, liepen de financiële transacties niet via Phoenix, maar via A.L. van Duivenboden BV. Voor de transfer van Lucan Sanmartean moest geld worden overgemaakt naar Intermark International BV, en de overgang van Dan Alexa liep via Pyralis BV in Amsterdam. Maar de structuur was steeds dezelfde: Nederlandse bedrijven kochten of kregen voor weinig geld het recht om Roemeense voetballers aan buitenlandse clubs te verkopen. Van de winst mochten ze twee procent houden, de rest ging naar bedrijven op de Britse Maagdeneilanden. Bedrijven van de broers Becali, dat acht de Roemeense rechter bewezen.

De bestuurders van de Roemeense clubs deelden volgens de rechter in de miljoenenwinsten. Zij verkochten hun spelers bewust voor te weinig geld. De winst die met een offshoreconstructie via Nederland en de Maagdeneilanden bij de broers Becali terechtkwam, belandde óók in de zakken van de clubbestuurders. Zo kreeg Dinamo-directeur Cristi Borcea 150.000 dollar overgemaakt van zaakwaarnemer Victor Becali, zogenaamd als lening.

De constructies zijn vergelijkbaar met die van de vastgoedfraude. Zoals Jan van V. en zijn handlangers in de Nederlandse Klimopzaak met kantoorpanden schoven, zo deden de Roemenen dat met voetballers: zogeheten abc-transacties, waarbij spelers een paar keer werden doorverkocht om de prijs kunstmatig op te drijven. Waar in de vastgoedfraude het Philips Pensioenfonds slachtoffer werd van bestuurders die willens en wetens vastgoed verkochten voor een te lage prijs, zo waren het in Roemenië de clubbestuurders die de economische rechten op hun spelers bijna gratis weggaven aan Nederlandse bedrijven, om er persoonlijk beter van te worden. De clubs – en hun supporters – waren de dupe.

Ook het Roemeense Hof van Beroep zag het zo. De acht verdachten werden in maart 2014 definitief veroordeeld voor het oplichten van voetbalclubs, belastingontduiking en het witwassen van de opbrengsten via een offshoreconstructie. Als drijvende krachten achter de zwendel werden de broers Ioan en Victor Becali veroordeeld tot respectievelijk 6,4 en 4,8 jaar cel. De clubbestuurders kregen straffen tussen de 3,1 en 6,4 jaar cel. Totale schade: 10,5 miljoen dollar aan misgelopen inkomsten voor de voetbalclubs, en anderhalf miljoen dollar aan ontdoken belasting.

Geen windeieren

Over de Nederlandse betrokkenheid sprak de Roemeense strafrechter zich niet uit. Toch speelden de brievenbusfirma’s een belangrijke rol in de carrousel waarmee de fraudeopbrengst werd witgewassen. De vier betrokken bv’s blijken allemaal te herleiden naar Johan Versluis. Van Phoenix BV was hij via zijn bedrijf Hanota BV enig aandeelhouder. Pyralis BV was eigendom van L Global Rights in Den Haag, waar Versluis bestuurder was. Ook bij Intermark BV was Versluis bestuurder, en van A.L. van Duivenboden BV was hij enig aandeelhouder, gaf hij zelf toe in een getuigenverhoor.

Op het btw-vodje staat niet: ‘1 pizza Napolitana: 5,95’, maar: ‘1 Transfer Codrea Paul: 20.000 $US’

Wie is deze Versluis? Ons vooronderzoek leverde weinig op. Versluis heeft geen LinkedIn-pagina, geen Facebook, geen Twitter, en zoekmachines vinden tussen de vele andere Johan Versluisen weinig concrete aanknopingspunten. Wel vonden we via het kadaster zijn woning terug. Die staat momenteel te koop voor de leuke som van 5,25 miljoen euro: het is het duurste woonhuis dat in Rotterdam op de markt is. Zeven slaapkamers, vijf badkamers, achthonderd vierkante meter, ingericht door een binnenhuisarchitect. Wat Johan Versluis ook moge doen voor de kost, het legt hem geen windeieren.

Duidelijk is dat Versluis carrière maakte in de trustsector, de branche waarin ook zijn vader actief was. Hij was betrokken bij onder meer Zarf Trust en Rekencentrum Versluis BV, bedrijven die nu onderdeel zijn van tmf, een groot, internationaal opererend trustkantoor, waar we J. Versluis tegenkomen als managing director.

Twee bestuurders van de bv’s die in de Roemeense aanklacht genoemd worden zijn Mark Timmermans en Leo Vroegindeweij, die een aantal contracten met Roemeense voetbalclubs sloten. Ook zij werkten in het verleden voor Zarf Trust, en nu voor trustbedrijf FP Management in Rotterdam. Telefoontjes naar Versluis, Timmermans en Vroegindeweij leverden weinig op. Na lang proberen werd het enige bekende 06-nummer uiteindelijk opgenomen door Vroegindeweij. Maar hij wilde inhoudelijk niks over de zaak kwijt. ‘Het is lang geleden. Ik ben nu met pensioen en wil er niets meer mee te maken hebben.’

Wie wel wilde praten, was Aldo van Duivenboden. Hij is, blijkt uit de KvK-stukken, naamgever van het betrokken bedrijf A.L. van Duivenboden BV. Toen we hem uitlegden in wat voor fraudezaak zijn naam opdook, schrok hij zich rot. ‘Ik ben ooit een blauwe maandag van plan geweest voor mezelf te beginnen. Ik heb een bestaande bv gekocht, zodat ik niet de toen verplichte veertigduizend gulden kapitaal hoefde te storten. Maar al snel besloot ik dat een vast dienstverband toch beter bij me paste. Ik heb de bv weer verkocht.’ Aan wie? Dat wist hij niet meer. ‘Wat ik me afvraag nu ik dit verhaal hoor: kan het zomaar dat vreemden met een bedrijf onder mijn naam zich bezighouden met fraude? Als jullie nog een jurist spreken, hoor ik graag hoe die erover denkt.’

Medium vb4

Geen frisse sport

De transferfraudezaak kwam in Roemenië aan het licht door een onthulling in de nationale krant Gazeta. Op de redactie spreken we de journalist die het artikel schreef. Marius Margarit, kort grijs haar, blauwe fleece trui, leesbril bungelend aan een koordje, ploft neer in een bureaustoel in het vergaderzaaltje. Hij is een ervaren rot in het vak en spreekt gepassioneerd over de zaak. ‘Op 6 februari 2006 kregen we een anonieme tip. Het begon met de transfer van spits Florin Bratu van Rapid Boekarest naar Galatasaray. Bratu was opgeleid bij de piepkleine derdedivisieclub Tractorul Brasov, dat bij Bratu’s transfer naar Galatasaray recht had op een opleidingsvergoeding. Ze kregen zesduizend dollar. Veel te weinig, vond de manager van Tractorul. Hij controleerde de transfergegevens bij de Fifa. Wat bleek? Van de 2,75 miljoen dollar die Galatasaray voor Bratu had betaald, was bij Rapid maar honderdduizend dollar in de boeken gezet.’

Toen Margarit die informatie bevestigd kreeg van een anonieme bron bij Rapid wist hij dat hij explosief materiaal in handen had. Miljoenen verduisterd in het voetbal, daar zou wel eens gedonder van kunnen komen. En inderdaad, een van de grootste fraudezaken uit de Roemeense sportgeschiedenis was geboren. ‘De belastingdienst en dna hebben toen dertig transfers onderzocht.’ Dertig? ‘Ja, de zaak was in eerste instantie nog groter. Maar sommige transfers waren al verjaard en bij andere kregen de aanklagers niet genoeg medewerking van instanties in het buitenland. Uiteindelijk hebben ze twaalf transfers tot op de bodem uitgezocht.’

Over de rol van de Nederlander Johan Versluis sprak Margarit met de aanklager. ‘Versluis was bang voor de Roemeense autoriteiten. Hij wilde eerst weten in wat voor rol hij verhoord werd, als getuige of als verdachte. Omdat hij alleen getuige was, heeft hij toch gepraat. Hij kwam niet naar Roemenië. De aanklager is in 2007 naar Nederland gegaan om Versluis te verhoren. Voor het hoger beroep is hij vorig jaar verhoord via een live videoverbinding.’

Aan de wand in het vergaderzaaltje op de redactie hangen ingelijste covers over de zaak. ‘Hard to arrest’, luidt de vertaling van de kop op een voorpagina die is opgemaakt als een filmposter voor een actiethriller, met de tronies van de broers Becali als de bad guys. Margarit kijkt er bedenkelijk bij. ‘Cluj, Dinamo, Rapid, Bistrita. Allemaal failliet. Dat is wat deze mannen met onze voetbalclubs hebben gedaan. Sinds deze rechtszaak beginnen de fans, onze lezers, eindelijk in te zien dat voetbal geen frisse sport is.’

De volgende dag zitten we tegenover de man die aansloeg op Margarits artikel. Sebastian Bodu (44) was in 2006 hoofd van de Roemeense belastingdienst. Als ontmoetingsplaats heeft hij het café van een oud-voetballer van Dinamo uitgekozen. Rood-witte shirts, ingelijste actiefoto’s en kalenders aan de muur, een rijtje trofeeën op een richel boven de deur. ‘Ik las dat artikel, en het leek me geloofwaardig’, vertelt Bodu. Dat hij de betrokken zakenmannen niet kon uitstaan, gaf hem het laatste zetje om een groot onderzoek te openen. ‘I was pissed off by their attitude.’ Bodu vroeg in verschillende landen documenten op, en constateerde dat bij veel transfers de bedragen die betaald werden niet overeenkwamen met de bedragen in de boeken van de Roemeense clubs. Vervolgens droeg hij het onderzoek over aan anticorruptiedienst dna.

Van verschillende bronnen rond dna horen we dat ook de Nederlandse autoriteiten onderzoek doen naar Versluis. In 2013 zou de Fiod in Boekarest zijn geweest voor een onderzoek met vertakkingen in Roemenië en Zuid-Amerika, stellen de bronnen onafhankelijk van elkaar. De Roemeense openbaar aanklager wil dat echter niet officieel bevestigen.

Slimmerik

Een volgend puzzelstukje over het optreden van Johan Versluis vinden we in een sfeerloos bedrijfsverzamelgebouw op de hoek van twee drukke straten. Hier houdt Ion Cazacu kantoor, een van de duurste advocaten van het land, al is dat aan zijn werkruimte niet af te zien. We moeten even geduld hebben, de raadsman is druk. ‘Al die corruptieprocessen’, verontschuldigt hij zich als hij binnenkomt. ‘Als advocaat klaag ik niet hoor, het levert me veel omzet op. Maar voor het imago van Roemenië is het niet goed.’

De vergaderzaal waar hij ons naartoe leidt is aangekleed met een oude typemachine, een boekenkast vol wet- en regelgeving en een schildersezel met daarop een kitscherig schilderij van een boerenknol die een huifkar trekt in de sneeuw. Cazacu, zelfverzekerde grijsaard met handen als kolenschoppen die zijn basstem bij vlagen laat aanzwellen tot volume misthoorn, was advocaat van twee van de verdachten. Hij drukt ons op het hart dat de transferconstructies inderdaad niet door de beugel konden – ‘yéééz, iet waz a money-mazjien!’ – maar dat zíjn cliënten, de clubbestuurders Padureanu en Copos, daar niets mee te maken hadden. ‘Politieke veroordelingen zonder rechtsgrond’, zegt hij gedecideerd.

Cazacu was erbij toen Johan Versluis januari vorig jaar via een live videoverbinding verhoord werd als getuige. Na de eerdere verhoren in 2007 wilden de advocaten ook de kans hebben om Versluis te ondervragen. En dus werd de webcamconstructie opgetuigd. Opvallend was dat Versluis in het webcamverhoor andere verklaringen aflegde dan tijdens een eerder verhoor in Amsterdam. In 2007 had hij de aanklager nog een en ander uitgelegd over zijn business. Maar in 2014 leed Versluis plots aan algeheel geheugenverlies.

Cazacu herinnert het zich nog goed. ‘Hij kwam erg intelligent op me over en wist hoe het spel gespeeld moest worden. Hij gaf korte, afgemeten antwoorden op vragen van de Roemeense rechter, die door Nederlandse rechercheurs werden voorgelezen van een vel papier. “Ja, ik kreeg opdrachten van de bedrijven op de Britse Maagdeneilanden. Nee, ik ken Becali niet. Ja, ik betaal belastingen in Nederland.” Het viel me op dat de Nederlandse aanklager naast Versluis erg beschermend was. Bijna alsof hij zijn advocaat was. Bij moeilijke vragen intervenieerde hij bijvoorbeeld met: “Nee, je hoeft niet te antwoorden.”’

Net als andere bronnen rond dna typeert Cazacu Versluis als een scherpe jurist. Al vloog hij bij de eerste vraag van de rechter – gelooft u in God, voor het afleggen van de eed – wel uit de bocht: ‘None of your business!’ Cazacu herinnert zich het incident. ‘Normaal krijg je daar in Roemenië een boete voor, wegens gebrek aan respect voor de rechterlijke macht.’ Cazacu kijkt nog eens naar een foto die we hebben meegenomen van een man van wie we vermoeden dat het Versluis is. ‘Ja, dat is hem denk ik. Het is een slimmerik. Mijn cliënten zitten vast, en hij is een vrij man.’ Lachend buldert hij: ‘Good for him!’

Medium vb1

Wereldwijde vertakkingen

‘Geen commentaar.’ De woordvoerster van het functioneel parket heeft een week nodig gehad om dat antwoord te formuleren op onze vraag of het klopt dat het Openbaar Ministerie in Nederland onderzoek doet naar Johan Versluis. ‘En als er inderdaad een onderzoek loopt, dan zouden we daar niets over zeggen’, voegt ze eraan toe. Wel wil ze kwijt dat fraude in de sport ‘een prioriteit’ is. Ook de Fiod, die meewerkte aan het Roemeense strafdossier, wil niet reageren. En bij De Nederlandsche Bank, de toezichthouder op de trustsector, krijgen we evenmin gehoor. Dus gaan we zelf maar op onderzoek uit. We googelen wat verder op vier bv’s van Versluis. En wat blijkt? Die zijn niet alleen actief in Roemenië.

‘Ja, dat is Versluis denk ik. Het is een slimmerik. Mijn cliënten zitten vast, en hij is een vrij man’

In Frankrijk was sterrenclub Paris Saint-Germain tot enkele jaren terug verwikkeld in een fraudezaak rond verdachte voetbaltransfers. Bij een van die transfers incasseerde Intermark BV miljoenen om die door te sluizen naar de Britse Maagdeneilanden. De Fransen reppen met geen woord over Versluis en wijzen de Catalaanse spelersmakelaar Jose Maria Minguella aan als de man die bij Intermark de touwtjes in handen heeft. De naam van deze makelaar duikt ook op in een geruchtmakend Braziliaans parlementair onderzoeksrapport uit 2001, waarbij hij samen met de Argentijnse makelaar Carlos Marcelo Arguello nog werd getypeerd als sleutelfiguur in een wereldwijd frauduleus transferweb. Opvallend genoeg zien we deze Arguello ook in de Roemeense zaak terug, als de persoon die betalingsgegevens van Pyralis BV rondstuurt via een e-mailaccount van een firma op de Britse Maagdeneilanden.

In Spaanse rechtbankarchieven vinden we weer een ander puzzelstukje. Alle Nederlandse bv’s uit het Roemeense onderzoek (Pyralis, Van Duivenboden, Intermark en Phoenix) blijken samen met tientallen andere Nederlandse bedrijven voor te komen in juridische procedures die rond de millenniumwisseling speelden. Soms als schuldeiser van insolvente voetbalclubs, dan weer als belanghebbende in rechtszaken over portretrechten van spelers. Ook worden deze bedrijven genoemd rond de aanschaf van transferrechten van spelers.

Versluis blijkt daarnaast ook aan voetbal-bv’s te linken die we nog niet eerder tegenkwamen. In jaarverslagen van Portugese topclubs en Spaanse rechtszaken vinden we twee firma’s waar de Rotterdammer in het verleden eigenaar van was: Continental General Services BV en Schuchard SPI BV. De een omschrijft zich in het bedrijfsregister als ‘een bemiddelaar bij het afsluiten van contracten ten behoeve van professionele sporters’, de ander als een ‘houdster van financierings- en royaltiesactiviteiten’.

De vraag is: waarom liepen deze geldstromen via Nederland? Dat lijkt alles te maken te hebben met het fijne fiscale klimaat. De truc met image rights is een gekend fenomeen. Voetballers laten zich niet uitbetalen in salaris, maar krijgen een vergoeding voor het gebruik van hun in een Nederlandse bv ondergebrachte beeldrechten. Zulke royalty-inkomsten worden niet belast, en kunnen doorgesluisd worden naar belastingparadijzen.

Voor de Nederlandse rol in de Roemeense transferfraudezaak is ook een fiscaal argument aan te voeren, legt Rodrigo Fernandez uit. Hij is als financieel geograaf verbonden aan de KU Leuven en Somo, een ngo die onderzoek doet naar multinationale ondernemingen. ‘Doordat Nederland met veel landen belastingverdragen heeft afgesloten is het aantrekkelijk om economische rechten of een vergoeding voor bemiddelingsdiensten in een Nederlandse bv onder te brengen. Nu Roemenië EU-lid is, is dat minder relevant, maar ten tijde van de transfers kon het geld via de Rotterdamse bv’s zonder inhouding van bronbelasting worden uitgekeerd naar de bedrijven op de Britse Maagdeneilanden.’

Nederland als fiscale springplank naar de belastingluwe Cariben, dat is op zichzelf een bekend fenomeen. Geld kan makkelijk en goedkoop Nederland in en uit stromen. Nederlandse belastingadviseurs, advocaten en trustkantoren helpen buitenlandse klanten maar wat graag om van die gunstige regelingen gebruik te maken. Maar valt Johan Versluis met zijn brievenbusbedrijven iets te verwijten, nu de geldmachine werd gebruikt voor het oplichten van Roemeense voetbalclubs? Fernandez denkt van wel: ‘Het doorsluizen van het geld door een Nederlandse bv is op zichzelf niet illegaal, alleen gebeurt het met illegaal verkregen geld. De Nederlandse bestuurders zou je daarom kunnen verdenken van het witwassen van crimineel verkregen geld.’

Wat weten we verder over Versluis? Door rechtbankstukken naast elkaar te leggen, zien we een ontwikkeling in de acht bv’s die aan hem zijn te linken, en die handelden in de voetbalsector. In de jaren negentig waren deze bedrijven vooral actief met royalty-constructies in Spanje. Vanaf de eeuwwisseling zien we de voetbalbedrijven rond Versluis geld verdienen aan contractbemiddelingen en lijkt de core business van de firma’s te verschuiven naar transfers: we zien de bv’s transferrechten opkopen en optreden als intermediair bij spelerstransfers. De afgelopen twee jaar lijken de zaken minder te worden. Op 16 september 2013 schreef Versluis drie bedrijven uit bij de Kamer van Koophandel, een paar maanden later volgde de vierde. Bevindingen die we toch wel eens willen voorleggen aan Versluis zelf.

Afrika

‘Vooruit, kom maar even binnen’, zegt de secretaresse bij Van Steenderen Mainport Lawyers door de intercom. Enkele bedrijven van Versluis zijn ingeschreven op dit adres aan de Zeemansstraat in het monumentale Rotterdamse Scheepvaartkwartier. Maar zodra een van de aanwezige advocaten doorheeft dat we journalisten zijn, worden we met zachte dwang weer richting uitgang geduwd. ‘Nee, die bedrijven staan hier niet meer ingeschreven. Wij huren dit pand alleen maar, en we weten niet wie er nog meer zitten. Goedendag nog.’

Even verderop, aan de statige Parklaan, zetelt FP Management, het trustbedrijf waar de in de Roemeense fraudezaak genoemde bestuurder Mark Timmermans voor werkt. Als we willen aanbellen, zien we tot onze verrassing nog een naamplaatje: ‘J. Versluis’.

We drukken op beide bellen en de secretaresse van FP doet open. Mark Timmermans heeft geen tijd, zegt ze. Johan Versluis is er niet. Waar we hem wel kunnen bereiken, dat weet ze niet.

Volgende stop: de villa van 5,25 miljoen van Johan Versluis aan de Kralingseweg. Na drie keer bellen zwaait het stalen hekwerk automatisch open. Versluis’ zoon wacht ons op in het leistenen deurportaal en zegt dat zijn vader ‘vakantie viert in Afrika’. Tot wanneer? ‘Zeker nog tot mei.’ Een lange vakantie zeg. ‘Ja, het is deels vakantie, deels werk.’ Versluis junior heeft nog een ander telefoonnummer voor ons. Daarop is hij ‘soms’ bereikbaar.

We steken nog wat straten in Kralingen door, naar het hagelwitte huis van Versluis’ ex-vrouw, dat we via het kadaster vonden. Hopelijk komen we via haar iets meer te weten over de zakelijke besognes van Versluis. Een vriendelijke vrouw in sportkleding doet open. Geduldig, maar met tegenzin staat ze ons te woord. ‘Hij is de vader van mijn kinderen en hij is absoluut geen slecht mens’, benadrukt ze. Voetbal? ‘Dat was maar een klein deel van zijn bezigheden. Hij is een zakenman. Over de rest van zijn activiteiten kan ik niet veel vertellen. Je weet hoe dat gaat in de trustsector. Van de afspraken weet meestal niemand iets af, behalve de betrokkenen zelf.’

De telefoon gaat over. Na tien seconden stilte horen we een stem. ‘Hans Versluis’, klinkt het glashelder vanuit een Afrikaans land. Hans? We stellen hem verschillende vragen over de Roemeense transferfraudezaak, over zijn betrokkenheid bij de voetballerij, over het justitiële onderzoek naar zijn praktijken. ‘Geen commentaar’, blijft hij herhalen. En het mogelijk lopende justitiële onderzoek tegen hem? ‘Ik weet niet of er nu onderzoek gedaan wordt, en het doet er ook niet toe.’


Third Party Ownership

De constructie van de Roemeense voetbalfraude sluit naadloos aan bij een felle discussie in de voetbalwereld over het fenomeen Third Party Ownership (TPO), een concept dat de Fifa per 1 mei wil verbieden. Bij TPO liggen de ‘economische rechten’ van voetballers niet bij een voetbalclub, maar bij een bedrijf, een investeringsfonds of een andere derde partij.

Vooral in Zuid-Amerika en Zuid- en Oost-Europa wordt de constructie veelvuldig gebruikt. Clubs die geen geld hebben om dure nieuwe spelers te kopen, laten de benodigde afkoopsom betalen door investeerders, die op hun beurt weer een percentage van de opbrengst vangen als de speler weer wordt doorverkocht. TPO ligt onder vuur, omdat het gevaar bestaat dat spelers niet langer baas zijn over hun eigen carrière, maar een investeringsfonds bepaalt wie waar speelt. Ook ontstaat een prikkel om spelers voor almaar hogere prijzen door te verkopen.

De Roemeense transferfraudezaak laat haarfijn zien hoe makkelijk het frauderen met transfersommen gaat als de werkelijke eigenaar van een speler zich schuilhoudt achter een postbusfirma in een belastingparadijs. Clubbestuurders en zaakwaarnemers kunnen in het geniep afspraken maken over de hoogte van transfersommen en zichzelf zo verrijken ten koste van de club.

Of TPO helemaal verdwijnt met het verbod per 1 mei, is de vraag. Wereldvoetbalbond Fifa heeft het onderwerp al jaren op de agenda staan, maar echte bereidheid om TPO te tackelen lijkt te ontbreken bij clubs, bonden en makelaars. Ook bestaat de kans dat het afschaffen weer nieuwe, nog schimmiger financieringsconstructies in de hand werkt.


Dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Tips? Mail sport@onderzoeksredactie.nl

Onderzoeksredactie.nl


Beeld: (1) Supporters van Dinamo Boekarest tijdens de Liga I-wedstrijd tegen FC Universitatea Cluj in het Dinamo-stadion (Catalin Soare); (2) Omslag van de Gazeta, 26 februari 2014, de mannen achter de Roemeense transferfraude; (3 + 4) Het stadion van Dinamo Boekarest (Christopher Voitus).