Dans, EU, dans!

Mwoehahahaha. In Brussel hoor je het bijna schateren vanuit het oosten. Macht! Zoete, zoete macht! De toekomst van de EU ligt in mijn handen! Dans, EU, dans! Maar dan in het Tsjechisch.
Plots weet iedereen wie de president van Tsjechië is. De beruchte euroscepticus Václav Klaus weigert vooralsnog zijn handtekening te zetten onder het verdrag van Lissabon, dat de Ieren vorige week goedkeurden. De Poolse president zette gisteren de zijne. Daarmee is Klaus de enige en allerlaatste horde in de uitputtingsrace die ratificatie heet.

Hij neemt het er van. Europa wil iets van hem en dat bevalt hem wel. Hij denkt te kunnen onderhandelen. Donderdag eiste hij opeens de toevoeging van een voetnoot aan het verdrag. ‘Als ik het goed begrepen heb, had het iets van doen met het handvest van de grondrechten’, verduidelijkte de Zweedse premier Frederik Reinfeldt, huidig voorzitter van de EU.
Klaus wil zijn nieuw gevonden superpowers nog niet verliezen. Eerder al liet hij twaalf bevriende senatoren een klacht indienen bij het Tsjechische grondwettelijke hof tegen het verdrag, dat ongrondwettelijk zou zijn. Die procedure kan maanden duren. Met een beetje geluk (voor Klaus en andere tegenstanders van het verdrag) duurt het tot mei volgend jaar, wanneer de Britten de Conservatief David Cameron zullen verkiezen als nieuwe premier. Die heeft beloofd Lissabon te onderwerpen aan een referendum, dat ongetwijfeld op ‘nee’ zal uitdraaien.

Het verdrag gaat Klaus te ver. Zijn argumenten zijn bekend en echoën door heel eurosceptisch Europa. Hij vreest voor het verlies van nationale soevereiniteit en – natuurlijk – macht. Maar dat hij zijn zin krijgt is onwaarschijnlijk. Het Tsjechische hof heeft al laten weten deze zaak voorrang te geven. Jan Fischer, de premier van het land, verwacht een uitspraak voor het einde van het jaar. Dan zou niks de president meer in de weg kunnen staan.
De functie van president van Tsjechië is weinig meer dan een ceremoniële. Het parlement heeft het verdrag al goedgekeurd, evenals de premier. Toch is het de ceremoniële handtekening die de boel tegenhoudt. ‘Ondemocratisch!’ wordt er geroepen: ‘Hoe kan het dat één man de evolutie van de Europese Unie kan tegenhouden?!’ Een vergelijkbaar geluid hoorden we bij het Ierse nee van vorig jaar.
Dat kan. In een intergouvernementele samenwerking tussen soevereine staten, wat de EU is, heeft iedere deelnemer evenveel inspraak – tenminste bij dit soort zwaarwegende beslissingen. Het is nu Tsjechië, maar het had net zo goed Malta kunnen zijn. In dat geval zou een landje van 800.000 inwoners het lot bepalen van 499,2 miljoen mede-Europeanen. Het alternatief is een supragouvernementele unie, à la Verenigde Staten. Maar dat gaat vooralsnog niet alleen Klaus te ver.