Dansen om regen muziek

De voorstelling Monsoon is gebaseerd op een jeugdherinnering van trompettist Rajesh Mehta die op zesjarige leeftijd zijn geboorteland India verliet: het verlangen naar regen. Mehta zegt daarover: ‘Voordat de moesson komt brandt de verzengende zon al maanden en droogt de natuur en de mensen langzaam uit. Dan komt ineens die verlossende regen.’ Vier dansers en vijf musici verbeelden de gesel van de droogte, het verlangen naar water, de vreugde als het eindelijk gaat regenen en de rampzalige gevolgen als het te lang blijft regenen.

De oude zaal van de Melkweg, waar Monsoon vorige week een vijftal avonden te zien was, is ingericht als een soort poppenhuis. Op de balkonnetjes en in de nissen daaronder zijn hoekjes gecreëerd met een eigen sfeer. Het stuk opent heel sterk: Rajesh Mehta laat op zijn trompet een schrille wanhoopskreet horen die overgaat in een amechtig gepruttel en gesis. Ondertussen danst de Indiase Shakuntala, verantwoordelijk voor de choreografie en dramaturgie, een rituele dans waarbij ze met haar benen geworteld lijkt in de grond en de armen ten hemel heft. Op een grote schommel ligt een danseres uitgeput te slapen, op een bankje aan de andere kant van het toneel begint trompettiste Felicity Provan te neuriën, wat uitgroeit tot een luid en klaaglijk gezang.
Zo duidelijk en transparant als deze openingsscène is, zo rommelig en onevenwichtig is het vervolg. Op allerlei manieren heeft Mehta geprobeerd dans en muziek met elkaar in verbinding te stellen. Zo worden er plastic tuinslangen aan de blaasinstrumenten bevestigd die de dansers rondslingeren en waarmee ze het geluid manipuleren. Danseres Vicky Derks fungeert als een soort hinderlijke kleefvlieg door (soms letterlijk) aan de musici vast te plakken. In een duet tussen Mehta en Jírdis Jakubczick wordt de laatste opgezweept tot een woeste rondedans.
Ondanks pogingen om zo samenhang in de voorstelling aan te brengen is het vaak een hoop gedoe om niets. Eigenlijk is Monsoon een aaneenschakeling van tafereeltjes, effectjes en vondsten. Soms grappig, soms kinderachtig, soms mooi, soms irritant. Maar altijd verbrokkeld. Dat is ook een gevolg van de volstrekt verschillende stijlen van de drie dansers. Yusuf Daniels heeft een beheerste en gestileerde manier van bewegen die een rituele kracht uitstraalt. Jírdis Jakubczick heeft een lichte zwierige dansstijl, terwijl Vicky Derks als een slangenmens met haar lichaam kronkelt en draait. Deze verschillen in bewegen worden pijnlijk duidelijk als tegen het eind voor het eerst een gezamenlijke choreografie wordt uitgevoerd. Als gevolg van drie verschillende timingen gaat geen enkele arm en geen enkel been tegelijk de lucht in.
Dit in tegenstelling tot de musici (naast Mehta en Provan, Alan Purves op slagwerk, Cor Fuhler op synthesizer en Tobias Delius op sax) die elkaars idioom kennen en een coherent muzikaal verhaal neerzetten. Het muzikale aandeel van Monsoon is dan ook verreweg het meest geslaagd. De kleurrijke percussie van Purves, de uitbundige soli van Delius, de bizarre synthesizergeluiden van Fuhler en een prachtig duet tussen Mehta en Provan maken veel goed.

  • Luistervissen heet de tweede expositie die gastcurator Paul Panhuysen in De IJsbreker organiseert. Voor deze klankinstallaties van twee Franse en twee Amerikaanse beeldend kunstenaars wordt de zaal omgebouwd tot een interactief aquarium. T/m 28 augustus, woensdag t/m zondag van 14.00-19.00 uur. Gratis toegang.