Dansen van angst

Tournee tot en met half mei. Van 5 tot en met 7 mei in Theater Cosmic, Amsterdam. Inlichtingen: 020-6237234.
Het monster van Frankenstein dat Michael Matthews vier jaar geleden neerzette in zijn theatervoorstelling Frank was een vertederend wezen.

Afschrikwekkend alleen vanwege zijn uiterlijk, dat hem anders maakte. Hij leed eronder dat hij het enige exemplaar was dat er van zijn soort op de wereld rondliep. En hij werd pas gevaarlijk toen zijn uitvinder weigerde een maatje voor hem te maken. ‘Ik ben geen monster’, zei dit monster van Frankenstein, en hij noemde andere namen ter vergelijking. Walt Disney bijvoorbeeld, dat vond hij een monster, omdat Disney de fantasie heeft gedood. En hij noemde ook dictators als Idi Amin en Pol Pot. Frank maakt deel uit van een trilogie die Michael Matthews maakt over mythologische monsters. Intussen is Matthews ook begonnen aan een trilogie over monsters die echt hebben bestaan, onder de verzamelnaam Eight Kings for a Mad Song. Vorig seizoen maakte hij een produktie over Idi Amin Dada, en nu is de beurt aan Pol Pot, in een voorstelling met de titel Cambodia, mon amour.
In Frank, solo-voorstelling gespeeld door Matthews zelf, kwam voornamelijk het monster aan het woord. En als Matthews een personage laat spreken, wordt het bijna automatisch sympathiek. Want hoe rauw en grillig de teksten van Michael Matthews misschien lijken, ze hebben altijd een zachte, melancholieke ondertoon. Het is dan ook tekenend dat in de voorstelling over Pol Pot de dictator zelf nauwelijks aan het woord komt. Het Spreken van Pol Pot speelt wel een belangrijke rol: de rode draad van de voorstelling is een interview dat de Amerikaanse journaliste Elizabeth Becker met de dictator zal hebben. Het podium waar het interview zal plaatsvinden staat al klaar, maar het blijft het grootste deel van de voorstelling leeg, terwijl Elizabeth Becker (gespeeld door Eva van Heijningen) zich samen met het publiek voorbereidt. Als Pol Pot eindelijk verschijnt, speelt Martin Schwab hem als een pop. Hij spreekt met een vervormde stem wat onbegrijpelijke halve zinnen. Elizabeth Becker zit er als een malloot bij. Of het nou ijdelheid is of totale verwarring, ze is in ieder geval niet in staat een woord uit te brengen. Ze zit daar als symbool voor het westerse onvermogen zich een houding te geven tegenover de dictator - die nog altijd in Cambodja huishoudt - en tegenover de bevolking van een diep getraumatiseerd land.
Die bevolking staat eigenlijk centraal in Cambodia, mon amour. Drie Rode-Khmersoldaten proberen uitdrukking te geven aan de manier waarop het schrikbewind hun persoonlijkheid heeft aangetast. Ook hier zijn woorden niet op hun plaats. De angst wordt voornamelijk gedanst, in heldere, sterke bewegingsscenes waarbij alledrie de spelers (Schwab, Peter Kho Sien Kie en Anat Geiger) overtuigen in hun engagement met datgene wat zij uitbeelden. De enigen in de voorstelling die goed met woorden uit de voeten kunnen, zijn de journalisten, de tv-presentator van de cynische martelshow en de juffrouw van het reisbureau die Vietnam en Cambodja 'een Pot nat’ vindt. De voorstelling is een krachtige en oprechte poging om door de beelden heen te breken die de massamedia ons bieden van een land als Cambodja. Die beelden tonen immers alleen maar de buitenkant, en daarin is er geen verschil tussen de bekende beelden van The Killing Fields en de foto’s in een reisfolder. Cambodia, mon amour zet tegenover die buitenkant een binnenwereld. De dramatische muziek van Rob Hauser, de gestileerde maar heel expressieve bewegingsexplosies en de poetische tekstflarden, ze spreken de taal van het hart. Er is een erg mooi lied dat op verschillende manieren terugkomt, en waarin het beeld wordt opgeroepen van de twee geliefden die almaar opnieuw worden vermoord. Dat beeld doet denken aan de 'Romeo en Julia van Sarajevo’, die als huppelende kinderen uit de stad probeerden te vluchten en werden neergeschoten. Dansen is soms het enige wat je kunt doen.