Jeroen Bosch op Ibiza

Dansend naar de hel

Wat moest een godvrezend man als Philips II met het vrijzinnige drieluik De tuin der lusten van Hiëronymus Bosch? Op het werk gaat de mens van het paradijs naar de vrije wereld naar het gevolg: de hel. De koning was bang voor seks.

INTEELT KENT VELE VORMEN. In het geval van de familie Buéndia – de in de wildernis aan haar lot overgelaten familie uit Gabriel García Márquez’ roman Honderd jaar eenzaamheid – manifesteert het zich uiteindelijk in een gekruld varkensstaartje, boven de billen van een pasgeboren kind. Eerder al komt het aan de oppervlakte, in de onnatuurlijk grote seksuele organen van de mannelijke Buéndia’s: ‘Beiden begonnen zich te ontkleden naast het bed. De vrouw keek onwillekeurig in de richting van José Arcadio en staarde met een soort pathetische vervoering naar zijn prachtige dier in ruste.
“Jongen!” riep ze uit. “Moge God hem zo voor je bewaren!”’
Een non-fictieve deformatie van inteelt is te zien in het Museo del Prado, het kunstpaleis in Madrid; door verschillende zalen heen hangen portretten van de zestien- en zeventiende-eeuwse Spaanse vorsten. Maximiliaan I door Rubens; Karel V door Titiaan; Philips II door Sofonisba Anguiscola; Philips IV door Diego Velázquez. Generaties lang trouwden de Spaanse Habsburgers met de Oostenrijkse, neefjes met nichtjes. Het genetische gevolg, door de jaren heen steeds zichtbaarder, waren enorme kinnen en dikke lippen. Waar het bij Maximiliaan door Rubens (1518) nog begint als een puntig kinnetje met een kuiltje heeft het bij Karel V, goed te zien in Titiaans portret (1548), al de vorm aangenomen van een centenbak, die net zo fier vooruitsteekt als de lans die Karel naar de horizon richt. De Philipsen, II tot en met IV, hebben een soort hoefijzervormig bakbeest onder hun getuite zoenlippen.
Zodoende zouden de Habsburgers bij hun geboorte al een spraakgebrek hebben. Omdat het hof de vorst imiteerde, nam de aristocratie dat gebrek over; de gegoede burgerij nam het van de aristocratie over; het gewone volk nam het van de burgerij over. De theorie wil dat de klank van de Spaanse taal vandaag – de harde r’en, slissende s’en en de keelklanken – een directe erfenis is van dat inteeltgerelateerde spraakgebrek.

DE SPANJAARDEN ZELF zouden deze theorie terugvoeren op de ‘Zwarte Legende’, het idee dat toen de moderne, geprofessionaliseerde geschiedschrijving vorm kreeg zij half Europa bezetten, waardoor ze in te veel historische bronnen negatief worden beschreven. Vooral Philips II is het zwarte schaap. Zijn politiek beleid was dominant, streng tegen alles wat afweek van de dogma’s van de heilige moederkerk – op de portretten in het Prado is Philips zonder uitzondering in het zwart gekleed, als een priester, met alleen het wapen van de prestigieuze Orde van het Gulden Vlies als teken van superioriteit.
In werkelijkheid was Philips milder. Zoals Andrew Wheatcroft hem beschrijft in zijn biografie van de Habsburgers (The Habsburgs, Embodying Empire) was hij niet enkel de kwaadwillende godsdienstfanaat; hij was een vriendelijke familieman die de excessen van de koninklijke familie en de aristocratie beperkte.
Philips II (1554-1598) was de vorst onder wie Spanje zich consolideerde als wereldmacht; onder Philips IV (1605-1665) kwamen de excessen echter terug, en onder zijn bewind verviel het rijk. Het verschil in karakter is mooi te zien in het Prado. De kunstverzameling van IV komt vooral van de hand van de meester Diego Velázquez. Het zijn kiekjes van het hof – jachtpartijen, diners – en portretten van indolente staatsmannen en dames in hun beste kledij. Velázquez’ meesterwerk, Las meninas, heeft een typische speelsheid. Je kunt het bijna postmodern noemen: wat afgebeeld is, is niet afgebeeld. Het enorme doek (2 meter 76 bij 3 meter 18) toont de koning en de koningin, maar gezien door hun ogen. Je ziet de hofdames en de jonge prinsesjes die hen proberen te vermaken terwijl zij poseren voor een schilderij – het schilderij waar de kijker naar kijkt. Velázquez is zelf prominent in beeld, fronsend, serieus, achter een groot doek, met de kwast in zijn hand. Alleen heel in de verte zien we in een spiegeltje de gezichten van Philips en zijn vrouw, Marianne van Oostenrijk. Met het oog op zijn kunstverzameling liet Philips IV een paleis midden in Madrid bouwen, Bien Retiro, vlak bij waar nu het Prado staat. Het was zijn intentie om zo zijn goede smaak, en de erfenis van de Habsburgers, openbaar te maken aan het publiek.
Wat een verschil met zijn grootvader, Philips II. Hij liet het kloosterpaleis El Escorial bouwen ver weg van de frivoliteit van Madrid; hij leefde er als een monnik en sliep in een cel. Zijn kunstverzameling diende vooral als een continue reminder van de kwetsbaarheid van zijn ziel. Het pronkstuk in zijn verzameling was De tuin der lusten, het drieluik van Hiëronymus Bosch. Het is een merkwaardige keuze.

VEEL IS ER NIET bekend over Hiëronymus Bosch – of ‘El Bosco’, zoals de Spanjaarden hem noemen. Waarschijnlijk werd hij in 1453 geboren in ’s-Hertogenbosch als Jeroen van Aken. Ook zijn vader en grootvader waren kunstschilders. Volgens stadsarchieven trouwde hij tussen 1479 en 1481 met ene Aleyt Goyaerts van den Meerveen en trokken ze in op het landgoed dat zij geërfd had, nabij Oirschot. Waarschijnlijk ontmoette Bosch Albrecht Dürer toen deze in ’s-Hertogenbosch was; hij lijkt in ieder geval beïnvloed te zijn door Dürers tekeningen van pas ontdekte beesten zoals giraffes en neushoorns. Desiderius Erasmus woonde een tijdlang gelijktijdig in de stad, en zou Bosch’ werk iets spottends hebben meegegeven, iets vrijzinnigs.
Maar dat is speculatief. Bosch stierf in 1526 en hij liet geen brieven of dagboeken na. Zijn ideeën over kunst zijn nooit opgehelderd. Volgens historische bronnen was De tuin der lusten rond 1505 gemaakt voor het Brusselse stadspaleis van Engelbrecht II, Graaf van Nassau, een oudoom van Willem van Oranje. Die invloed van Engelbrecht zorgde er wellicht voor dat Bosch zich vrijheden kon veroorloven, want de voorstellingen op het drieluik waren te libertijns voor de kerk in die tijd.
Want wat zien we op het doek? De twee zijpanelen zijn duidelijk genoeg. Links zien we Adam en Eva, met Christus tussen beiden in, in het paradijs. Dieren leven vreedzaam, aan de bomen groeien vruchten in overvloed en in een vijver staat een soort roze fontein van eeuwige jeugd. Alles is licht en harmonie – de mensen en dieren werpen nauwelijks een schaduw.
Het rechterzijpaneel toont het omgekeerde, namelijk de hel, of anders de Apocalyps op aarde. Legioenen vreemdsoortige wezens jagen de naakte mensen op alle mogelijke manieren op, folteren ze, verkrachten ze. Verschillende zonden lijken afgebeeld: gokken, onkuisheid. Een vogelachtig monster op een troon lijkt mensen op te eten en uit te poepen. Op de achtergrond staat een stad in lichterlaaie. Er is geen boom te zien en alle dieren hebben zich tegen de mensen gekeerd.
Zo duidelijk als de zijpanelen zijn, zo raadselachtig is het middenluik. Grote hoeveelheden naakte mensen dansen, zwemmen, zoenen, vrijen, berijden enorme vogels of stukken fruit. Niemand lijkt zich daadwerkelijk voort te planten, maar genoeg figuren lijken daar aanstalten toe te maken. Er is eten en drinken in overdaad. De fontein van jeugd op het linkerpaneel heeft zich vermenigvuldigd, waardoor er vijf ruimteschipachtige gebouwen op de achtergrond staan. Mensen spelen verstoppertje in enorme eierschalen. Er zijn boeken volgeschreven over de symboliek in De tuin, en geen enkel met sluitende antwoorden (waarom zit er een vogelbekdier de Bijbel te lezen?).
Draait het om seks? Naar hedendaagse maatstaven doet het nog het meest denken aan een orgie, of aan een landschap zoals je dat kunt zien wanneer de stranden en discotheken in Lloret de Mar, Ibiza en Rimini in de zomer vollopen. In het midden is een vijver afgebeeld met daarin groepjes naakte, langharige vrouwen. Daaromheen cirkelen allerlei vrolijke, naakte mannen te paard, zoals tv-indianen altijd doen, die de vrouwen lijken te gaan bestormen.
Via Engelbrecht kwam het drieluik bij Willem de Zwijger terecht. Holland was inmiddels in opstand gekomen en in opdracht van Philips II kamde de hertog van Alva de landen uit op zoek naar ketters. Gek genoeg zag Alva De tuin niet als ketterse kunst. Integendeel, hij deed grote moeite om het in zijn bezit te krijgen. Volgens bronnen liet hij ene Pieter Coll oppakken, de conciërge van het paleis in Brussel, en folterde hem totdat hij vertelde waar het drieluik verborgen was. Ze hingen een gewicht van honderdvijftig pond aan zijn voeten, zetten gloeiende ijzers op zijn lichaam en trokken zijn nagels uit. Alva stuurde het werk naar Spanje, waar Philips II al zijn invloed uitoefende om het in zijn bezit te krijgen.
In het Prado hangt het drieluik in een zaal op de begane grond, naast andere werken die door Philips II zijn verzameld: soortgelijke Boschen, maar ook apocalyptische werken van Pieter Bruegel de Oude; De triomf van de dood, uit 1562, bijvoorbeeld, een duidelijk op Bosch geënt doek waar de vier ruiters van de Apocalyps afrekenen met een zondige maatschappij. Toch blijft Bosch’ werk radicaal anders. Al die naakte mensen. Normaal gesproken kwam dat niet door de keuring van de kerk; de zijpanelen hadden weliswaar een bijbelse strekking, maar het middendeel blijft ongerijmd. Uit historische bronnen wordt nergens duidelijk waarom de aristocratie, eerst in Holland en daarna in Spanje, het doek zo hoog aansloeg. Wat moest een godvrezend man als Philips II ermee?
Net als bij Las meninas lijkt het te gaan om wat er niet op staat: de zondeval. Aan de zijkant van het middendeel zien we een groepje mensen rond een appelboom, eentje plukt zelfs een appel. Het moet een verwijzing zijn naar de verbanning van Adam en Eva uit het paradijs. Als je het luik zo bekijkt, van links naar rechts, ga je van het paradijs naar de vrije wereld in het middendeel, en daar vandaan naar het gevolg, de hel. De feestende, kussende, vrijende, lachende, gierende, dansende massa – dat was de angst van Philips II. Seks. Niets is enger.

De tuin der lusten en Las meninas maken deel uit van de permanente collectie van het Museo del Prado. Geopend van dinsdag tot en met zondag. www.museodelprado.es