In Desert of Cheerfulness zijn de twee mannen en de vrouw absoluut elkaars gelijken. De anekdote, die bij dans vaak op de loer ligt als de (fysieke) tegenstellingen tussen man en vrouw in de bewegingen worden bevestigd, is hiermee tot een minimum beperkt. Bij Fleming geen strijd tussen de mannen om de gunst van de vrouw, geen mannelijk vertoon van kracht waarbij de vrouw tot etherisch wezen wordt verheven. Nee, in Desert of Cheerfulness zijn de drie dansers allemaal even stoer, even zacht, even licht en even zwaar, al naar gelang de aard van hun bewegingen. Je ziet op het podium drie maatjes, en de achteloze naaktheid van de vrouw geeft het drietal de onschuld mee van spelende kinderen.
Maar ook de bewegingen zelf roepen dat beeld op van ravottende kinderen. Fleming - die zelf in deze voorstelling meedanst - heeft een fascinerende bewegingstaal. Beginpunt is de neutrale, ontspannen aanwezigheid van de dansers en de bijna dagelijkse bewegingen die ontstaan als de lichamen van de dansers elkaar raken. Ze lopen langs elkaar, hangen tegen elkaar aan, leunen op elkaars schouders of trekken elkaar weg. Bewegingsimpulsen worden doorgegeven, net als in de zogeheten ‘contactimprovisatie’. Maar bij Fleming gebeurt dat doorgeven voornamelijk in botsingen, waarbij de dansers elkaar wegduwen en op het laatste moment toch weer tegenhouden. Rusteloos, ruw, alsof ze een teveel aan energie hebben, maar ook uit een ontroerende behoefte aan fysiek contact. De choreografie is opgebroken in afzonderlijke onderdelen, maar ook binnen die onderdelen vertraagt de beweging zich soms bijna tot afzonderlijke poses. Bewegingsthema’s keren terug, maar zonder dat er een opdringerige betekenis mee wordt gesuggereerd. De noodzaak ligt puur in de ritmische opbouw en in de innerlijke logica waarmee de bewegingen elkaar opvolgen. En het knappe is dat Fleming in staat is zijn publiek in deze logica mee te nemen. Er is geen emotioneel of psychologisch verhaal. De bewegingen zijn het verhaal, samen met het (fysieke) gevoel dat iedere beweging oproept bij de dansers en bij het publiek.
Desert of Cheerfulness werd op het afgelopen Springdance Festival gepresenteerd door de Dans Werkplaats Amsterdam. Een nieuwe produktieplek waar beginnende choreografen werk kunnen maken en tonen, bijvoorbeeld in studiovoorstellingen met meerdere korte choreografieen van verschillende makers. Daarnaast biedt de Dans Werkplaats Amsterdam ervaren choreografen de ruimte om te ‘experimenteren met nieuw werk in laboratoriumprojecten’.
Donald Fleming is zo'n ervaren maker. Hij woont sinds enige tijd in Nederland, werkt al een jaar of tien als danser, docent en choreograaf en komt oorspronkelijk uit New York. En onmiskenbaar heeft zijn werk ook iets Amerikaans. Desert of Cheerfulnes doet denken aan choreografieen van Trisha Brown, haar Set & Reset ademt op dezelfde manier de atmosfeer van een grote, kosmopolitische stad. Dat heeft ook te maken met de muziek die Fleming gebruikt: een mengeling van fragmenten van onder andere Fred Frith, Meat Beat Manifesto en Marc Nukoop (die ook in de voorstelling danst). Muziek waar op de achtergrond vaak dagelijkse geluiden klinken, zoals loeiende sirenes of het gepiep van een elektrische wekker. Diezelfde openheid kenmerkt ook Flemings choreografie. Desert of Cheerfulness brengt je in een directe verbinding met de harteklop van het hedendaagse leven.