Dansvloer

‘Mag ik een oude Bokma?’ Was dat mijn stem wel? Alsof ik opkwam als de schedel van Yorick in het theater waar ik ooit als Hamlet debuteerde.

Daar zat ik met het glas tussen de oude vingers. Normaal kom ik voor een serieuze herdenking niet van de dansvloer, maar je moet het een keer gedaan hebben.
Als mussen alcohol zouden gebruiken durf ik te wedden dat hun voorkeur uitgaat naar oude Bokma. Al komt het uit de fabriek, het heeft zo zijn goede kanten. Maar is daarbij nog niet iets wat je elke dag op tafel hebt staan.
Waren er jaren dat ik per avond niet opzag tegen een scherpzinnig onderverdeelde liter van het spul, nu gaat er wel eens een decennium voorbij waarin de consumptie ervan geheel stil ligt.
Ik blijk het meer voor speciale gelegenheden te bewaren. Toen er opeens iemand doodging met wie het vroeger goed innemen was, kreeg ik spontaan trek in oude Bokma. Maar wel gebonden aan de ranzige foyer van een oude bioscoop. Totaal niet toevallig wel het theater waar ik geheel doordrenkt van dat Friese nat Le sang des bêtes, La coquille et le clergyman en zelfs Zéro de conduite heb gezien.
Hoe zag De Groene van 8 maart ‘47 eruit? Behalve een prikkelend Klavertje vier: 'WELK KANTOOR heeft voor letterkundige op leeftijd met echtg. woonruimte over? Bereid toezicht te houden. Br. No. A 3197, bur. v. d. blad.’, ook nog drie advertenties voor jenever. Bols, van Zuylekom en Wijnand Fockink.
Kom daar nu maar eens om.
Waarom 8 maart '47? Waarom niet?
In Alhambra ging Gaslight, al voor de tiende week. In de Cultura Maria Chapdelaine met Jean Gabin.
Maar ik zat natuurlijk in Kriterion. Keek naar I Know Where I Am Going van Powell en Pressburger. Morgen naar Tuschinski. Niet alleen om That Night in Rio met Carmen Miranda, maar ook vanwege De 4 Morelli’s met hun plastic-adagio-act.