H.J.A. Hofland

Dappere leiders

Er is weer hoop. Afgelopen weekeinde heeft het nationale elftal van Irak het Aziatische voetbalkampioenschap gewonnen. Met 1-0 van Saoedi-Arabië en er zijn geen doden bij gevallen, zelfs geen rellen geweest. ‘Dit elftal is de toekomst van Irak’, meldde de Volkskrant groot op de voorpagina, een Iraakse supporter citerend. De International Herald Tribune bracht het nieuws met een driekoloms foto, ook op de voorpagina. Gun Irak zijn glorie, maar verwar voetbal nooit met politiek. Eén keer is er een echte voetbaloorlog geweest, tussen El Salvador en Honduras, in 1969, toen het leger van El Salvador het buurland binnentrok om zijn belaagde supporters te ontzetten: tweeduizend doden. Bij de WK in 1966 hebben de West-Duitsers tegen de Britten geprobeerd zich voor de Tweede Wereldoorlog te revancheren. Ze verloren met 4-2. Acht jaar later hebben wij in München zo’n poging gedaan. Ook vergeefs. Het werd 2-1. Toen in 1991 de oorlogen in Joegoslavië op het punt van uitbreken stonden, heeft de destijds beroemde ex-Ajacied Velibor Vasovic voorgesteld de politieke en militaire leiders in een stadion tegen elkaar te laten voetballen. Dat was veel gezonder geweest, maar niemand wilde luisteren. Acht jaar later waren er tweehonderdduizend doden. Voor niets. Voetbal kan op oorlog lijken, maar oorlog is geen voetbal.

Wat de toekomst van Irak is weet niemand. Oxfam, de humanitaire wereldorganisatie, beschrijft in een deze week verschenen rapport de rampzalige toestand. Vier jaar na het begin van de democratisering leeft 43 procent daar in absolute armoede, heeft 70 procent geen betrouwbaar drinkwater, lijdt 28 procent aan ondervoeding tegen 19 procent vóór de oorlog, heeft omstreeks de helft van de bevolking die kan werken geen werk, hebben 100.000 Irakezen door oorlogshandelingen het leven gelaten, is er een groeiend vluchtelingenprobleem waarvan ook de buurlanden in toenemende mate te lijden hebben. Oxfam trekt geen politieke conclusies. Hoeft ook niet. Het moet iedereen duidelijk zijn dat de wederopbouw van een zo grondig verwoest land jaren vergt, en dat in deze regio iedere partij daarbij haar eigen belangen zal hebben. Ook ‘na de oorlog’ blijft Irak een haard van onrust.

Maar zo ver is het nog niet. De Amerikaanse bevelhebber, generaal Petraeus, heeft nu op zijn beurt bekendgemaakt dat er licht aan het einde van de tunnel is. Dat zal in september voor iedereen te zien zijn, als hij zijn rapport publiceert. Binnen de Amerikaanse strijdkrachten in Irak begint zich een ‘bendewezen’ te ontwikkelen, van groepjes soldaten die buiten de grote strategie om zo goed mogelijk voor zichzelf zorgen. Al maanden verschijnen in de Amerikaanse media reportages en beschouwingen over het afbrokkelend moreel van de strijdkrachten. Bij de kiezers heeft Bush een nieuw dieptepunt in zijn populariteit bereikt. Maar hij blijft verzekeren dat het allemaal op zijn pootjes terecht zal komen.

Ook dit weekeinde is bekend geworden dat Amerika voor twintig miljard dollar wapens gaat verkopen aan Saoedi-Arabië, omdat dit land zich moet kunnen verdedigen tegen Iran dat aan een kernwapen werkt. Wel gaan er betrouwbare geruchten dat per maand tientallen terroristen van soennitische overtuiging de grens met Irak oversteken om daar tegen de sjiieten of de Amerikanen of allebei te vechten, maar dat heeft niets te maken met de hypermoderne wapens die de Saoediërs nu mogen kopen. Israël mag ook meer wapens kopen, drie miljard per jaar in plaats van de 2,4 miljard. Onder meer om zich eventueel beter tegen de Saoediërs te kunnen verdedigen. Intussen wordt Iran er ook van verdacht de sjiitische opstandelingen in Irak te steunen. Niet met de modernste zware wapens maar met bermbommen of zelfmoordaanslagen.

Intussen heeft secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer van de Navo aangekondigd dat in Afghanistan de bommen van vijfhonderd kilo worden vervangen door exemplaren van 250 kilo, om bij explosies het gevaar voor de burgerbevolking te verkleinen. Een maand geleden had president Karzai zich erover beklaagd dat in de strijd tegen de Taliban te veel burgers het leven lieten, waardoor de belangen van de vijand juist werden bevorderd.

Nog één nieuwtje. De nieuwe Britse premier Gordon Brown is op bezoek geweest bij George W. Bush. Veelbelovend: het was niet de sfeer van ouwe-jongens-krentenbrood zoals met Blair. Maar in grote trekken is de nieuwe premier het volkomen met de president eens: Stay the course!

Is het niet alsof we naar een absurdistisch toneelstuk zitten te kijken, een meesterwerk van Ionesco of Arrabal? Nee, dit is geen toneel, ook geen voetbal, dit is politiek wereldbeleid zoals dat wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de machtigsten van het Westen. Na de veelbelovende overwinning in Afghanistan, in ruim vijf jaar van mislukkingen niets geleerd. Dapper zijn deze leiders misschien wel, maar daar is alles mee gezegd.