Dario Fo (24 maart 1926 – 13 oktober 2016)

Nobelprijswinnaar voor literatuur Dario Fo vertegenwoordigde een ander, beter Italië dan het clichébeeld. En hij bleef er tot het einde in geloven, ondanks de tegenslagen. Samen met zijn ijzersterke vrouw, de actrice Franca Rame.

‘Het grandioze van het theater van mijn ouders was dat ze op de planken brachten wat ze was overkomen. Want de eerste stap naar het veranderen van de dingen is beginnen ze te vertellen, vertellen, vertellen. Het was hun léven dat ze opvoerden, niet slechts een oefening theatrale buitelingen op de vleugels van hun immense talent.’ In de stromende regen voor de Dom van Milaan sprak Jacopo Fo (61) afgelopen zaterdag de menigte toe. Hij is de enige zoon van Italië’s zesde winnaar van de Nobelprijs voor literatuur Dario Fo (90) en zijn in 2013 overleden echtgenote Franca Rame (83), de onvergetelijke Franca. Zo mooi dat Dario Fo zijn hele leven is blijven herhalen dat hij nog steeds niet wist hoe het had kunnen gebeuren dat ze hém wilde in 1953. ‘Ze drukte me na de voorstelling tegen de muur en zoende me ongeduldig op de mond. Verlegenheid kan een enorm goede truc zijn, als je het er niet om doet. Ik durfde haar nauwelijks aan te kijken.’ Behalve van een verpletterende schoonheid was Franca Rame ook een reuzin op de planken naast Dario Fo, en zijn onmisbare wederhelft als theatermaakster. ‘De Nobelprijs is voor de helft van Franca’, zei Fo meteen toen hij hem kreeg in 1997.

Eén monoloog bedacht en speelde ze alleen. Lo stupro, ‘De verkrachting’, het verhaal van de politieke verkrachting die Franca Rame in de avond van 9 maart 1973 onderging. Vijf mannen trokken haar in een gepantserd busje toen ze op weg was naar huis, het vrolijke artistieke bolwerk vol theatermaskers in de buurt van de Porta Romana in Milaan. Ze werd vier keer systematisch verkracht en toen weer de straat op geschopt. Het waren de jaren van de Rode Brigades en Fo en Rame waren boegbeelden van de linkse strijd. Het commando voor de verkrachting zou zijn gegeven vanuit een carabinieri-station in Milaan, de beruchte ‘Divisione Pastrengo’, een op drift geraakte capsule van het staatsapparaat.

Het was vermoedelijk de wraak van extreem-rechtse krachten achter de schermen op het theaterstuk Morte accidentale di un anarchico (1970), ‘Toevallige dood van een anarchist’, dat Fo en Rame samen hadden geschreven. Hierin wordt het incident nagespeeld dat het ontstekingsmechanisme was voor de bloedige Italiaanse bleierne Zeit, uiteraard doorspekt met ironie. De ‘toevallige’ dood van de anarchist Pinelli, die onterecht was beschuldigd van de bomaanslag op de Banca dell’Agricoltura in Milaan op 12 december 1969, en na drie etmalen zonder slaap op het politiebureau van Milaan uit het raam van de vierde verdieping zou zijn ‘gevallen’, volgens de Italiaanse justitie. Ironie was levensgevaarlijk in die tijden, Italië was in burgeroorlog, het doel heiligde alle middelen aan beide kanten, en slachtoffers waren er veel. Spelregels bestonden niet meer, het was de staat tegen de burger en vice versa.

Iedere keer dat Franca Rame aan de monoloog van Lo stupro begon, verliet Dario Fo het podium en liep weg achter de schermen. Het was de enige waarheid die hij niet kon aanhoren. En de wetenschap dat zij had geboet voor de symboolfunctie die vooral hij vervulde, moet voor hem onverdraaglijk zijn geweest.

Maar ze hebben zich nooit beklaagd. Het leven ging dóór, en het leven stond op dat moment te trampelen voor hun deur. Mistero Buffo (1969) reisde de hele wereld over, in de Lage Landen werd Dario Fo dankzij Jan Decleir en zijn Vlaamse theatergroep De Internationale Nieuwe Scène (naar Fo’s Nuova Scena) een enorm succes. Het ademloos opratelen van enorme hoeveelheden absurdistische teksten, de door elkaar buitelende clownsfiguren, middeleeuwse jongleurs en kermisartiesten was de sensatie van het Holland Festival 1973. Het was de taal van de tijd, die niet zozeer letterlijk werd verstaan, maar wel als anarchistisch totaalspektakel precies de tijdgeest vertegenwoordigde.

‘Verlegenheid kan een enorm goede truc zijn, als je het er niet om doet’

‘Dario Fo, die in navolging van middeleeuwse hofnarren de macht geselt en de waardigheid van de onderdrukten hoog houdt’, luidde de motivatie van zijn Nobelprijs in 1997. Hij zat in een autootje op de snelweg Rome-Milaan naast de starlet ‘Ambra’, voor een televisieprogramma dat jonge talenten met grootheden liet kennismaken. ‘Dario’, gilt Ambra aan het stuur, ‘kijk nou eens: je hebt de Nobelprijs gewonnen!’ Het zijn nog net de tijden van voor de mobiele telefoontjes, een autootje van de redactie is ze achterop gereden met een papier tegen het raam: ‘HAI VINTO IL NOBEL!!!’ De reactie van Dario Fo is van de groten. Hij kijkt opzij, blijft volkomen rustig, en zegt: ‘Noooooo.’ En dan, terwijl Ambra opgewonden blijft snateren, heel kalm: ‘Dat werd me al jaren voorspeld. Ik heb het nooit geloofd. Ma che bello!’ En hij geeft Ambra een tedere kus op haar wang.

Net zo rustig bleven Fo en Franca Rame onder het bedrag van 1,6 miljoen gulden. Er was geen sprake van dat ze het zouden houden. Het ging onmiddellijk naar de onderbedeelde gehandicapten van Italië, die een brief mochten sturen met hun verhaal. Franca Rame kreeg zoveel brieven dat ze er depressief van werd. ‘Ik dacht dat het een mooi bedrag was, maar het is níets, níets’, zei ze half huilend na een jaar.

Hun oude dag hebben ze nog besteed aan de politiek. Franca Rame was na twee jaar klaar met haar functie als lid van de Senaat, ‘omdat ik er achter ben gekomen dat geen enkele gedachte, geen enkel initiatief dat niet van een partij komt, een kans maakt’. En ze mochten het riante pensioen waar ze recht op had houden. Ze was disgusted van de Italiaanse politiek.

Dario Fo heeft zich met meer vreugde ingezet voor Beppe Grillo’s Vijf Sterren Beweging. Vanaf 2010 was de opkomst van ‘Dario’ op het podium naast Beppe het highlight van de pleinen. Hij hoefde niet veel te zeggen, genoeg was dat hij er wás. Een getuigenis van een betere wereld, van een ander Italië.


Beeld: 10 januari 1962 (Giorgio Lotti / Mondadori Portfolio via Getty Images)