Dark

Op verdronk de Britse dichter Percy Bysshe Shelley tijdens een zeiltocht in de Baai van Spezia, in de buurt van Livorno. Tien dagen later spoelde zijn lichaam in verregaande staat van ontbinding aan op het strand, waar het werd verbrand door zijn vrienden, onder wie Lord Byron en Mary Shelley. Zijn hart werd uit de vlammenzee gered en gewikkeld in het manuscript Adonais: An Elegy on the Death of John Keats. Het verhaal gaat dat Byron in plaats van het hart liever Shelley’s schedel had willen meenemen als relikwie, maar die knapte stuk in de vlammen. Omdat ook de borstkas openbarstte kon wel het hart uit de vuurzee worden gevist. Dat hart ging naar de weduwe Mary Shelley in wier nalatenschap het later werd teruggevonden, als bladwijzer in een boek. Bij nadere beschouwing bleek het om een uitgedroogde lever te gaan.

Het is een beetje de vraag of we de overlevering hier mogen geloven, maar de anekdote geeft wel op een mooie manier iets van de morbide geestesgesteldheid van de romantici weer. Volgens de samenstellers van de tentoonstelling Dark, te zien in Museum Boijmans van Beuningen, is een dergelijke romantische gemoedstoestand en de belangstelling voor de duistere kant van het bestaan weer zeer actueel. Zeventien kunstenaars, onder wie Rita Ackermann, Folkert de Jong, Kara Walker, Terence Koh, Marc Bijl en zelfs Luc Tuymans worden binnen het thema, of moet je zeggen binnen de fascinatie, samengebracht.

Om misverstanden te voorkomen: de tentoonstelling gaat niet per se over een opleving van de romantische verbeelding. Rein Wolfs noemt Dark in de catalogus een «gerucht», een «eigentijdse vorm van authenticiteit». De kunstwerken hebben een bepaalde mindset met elkaar gemeen, maar die hoeft zich niet altijd te uiten in melancholie, depressiviteit of dweepzucht met de dood. «Dark is niet noodzakelijkerwijs zwart, soms is Dark stralend wit», aldus de curator. Toegegeven: dat klinkt een beetje als een wasmiddelenreclame met Jules Deelder in de hoofdrol, maar het snijdt wel degelijk hout.

Van de Belgische meester Tuymans is onder meer het schilderij The Worshipper (2004) te zien. Het is een afbeelding van een spookachtige priester die als een soort zombie naar voren wankelt, met holle ogen en zijn hand trillend uitgestoken. Zoals we dat kennen van Tuymans is de voorstelling tegelijk aanwezig en afwezig, zowel zeer opvallend op de voorgrond als ook weggeschilderd achter een mistlaag. Het levert een merkwaardig filmische projectie op van een levende dode die welhaast moet zijn opgestaan uit een verhaal van Edgar Allen Poe.

Gregory Crewdson put op een andere manier uit de literaire Angelsaksische traditie. Zijn foto Ophelia (2001) refereert zonder omwegen aan het beroemde schilderij van John Everett Millais over de tot waanzin en zelfmoord gedreven geliefde van Hamlet. Alleen drijft ze hier niet in een vijver met vergeet-mij-nietjes, maar in het diep donkere water van een Twin Peaks-achtig interieur.

Kara Walkers silhouetten doen denken aan achttiende- of negentiende-eeuwse kinderboeken, maar dan met een gruwelijke twist. De blikvanger is een nachtelijk landschap waar een onheilspellend grote maan een vreemd voodoo-achtig tafereel belicht met een knagende rat, een zichzelf geselend meisje en een kotsend kind. Wat er nou precies aan de hand is, is niet duidelijk, maar misschien is dat maar beter ook.

De tentoonstelling bouwt de spanning op tot iets wat je horrorkunst zou kunnen noemen. Dark gets darker. Onze eigen Folkert de Jong heeft van isolatieschuim een afschrikwekkend tafereel gemaakt van een meer dan levensgrote joker die triomfantelijk boven op een eiland staat dat vergeven is van schedels, botten, afgesneden ledenmaten en rondgestrooide munten. We Deal, You Lose (2006) is de veelzeggende titel. De middeleeuwse heiligenbeelden uit de collectie van Boijmans die naast het virtuoze pop-art-achtige werk hangen geven het geheel iets apocalyptisch. Gruwelijk maar boeiend tegelijk.

Toch wordt Dark nergens echt bloederig. De martelingen en andere wreedheden blijven onderhuids. Rita Ackermanns tekeningen van enge tienermeisjes refereren vooral aan verborgen agressie en mutilatie, aan het boze sentiment dat heerst in menig meisjeskamer: You Don’t Have to Be Mean, Even if You Are Ugly and Unlucky (1995). En Fumie Sasabuchi tekent enge schedels, ingewanden en tatoeages over foto’s uit modetijdschriften. Het zijn vanitasbeelden, waarbij de jeugdige schoonheid en onschuld van de modellen, vaak kinderen, op een pijnlijke, Japans ingetogen manier geweld wordt aangedaan. Verschillende, sterk uiteenlopende stemmingen van angst, decadentie, onderdrukking en verval doen je huiveren.

Maar de duistere kant is dubbelzinnig, want oefent ook een enorme aantrekkingskracht uit. In de kabinetten van het museum wordt een stemming gecreëerd die op een intuïtieve manier je gedachten scherpt. Het is een welkome afwisseling na al die geëngageerde documentaire kunst die we de afgelopen jaren hebben moeten verwerken. Kunst komt immers niet alleen voort uit het hoofd, uit goede bedoelingen, maar ook uit tweeslachtigheid, de hang naar dood, verderf, eenzaamheid en afzondering.

Terence Koh heeft met zijn installatie The Whole Family (2003) een soort tussenruimte gecreëerd die «eigentijdse authenticiteit» perfect verbeeldt. Het is een ingesneeuwde plek waar de tijd stil staat als in een vreemde droom. Een plek die zich nauwelijks meer verhoudt tot de realiteit met al zijn beperkingen, nutteloosheid en banaliteiten. Hier heerst de realiteit van de schemerzone, de dreamscape die voert van verval naar verlichting, zoals dat ook bij de romantici de bedoeling was.

«Peace, peace! he is not dead, he doth not sleep- _He hath awakened from the dream of life- _’T is we, who lost in stormy visions, keep _With phantoms an unprofitable strife, _And in mad trance, strike with our spirit’s knife _Invulnerable nothings.- We decay _Like corpses in a charnel; fear and grief _Convulse us and consume us day by day, _And cold hopes swarm like worms within our living clay.»

Percy Bysshe Shelley

(Adonais: An Elegy on the Death of John Keats, 1821_)_

Dark, Museum Boijmans van Beuningen,

Rotterdam, tot en met 17 april.

www.boijmans.nl