Darten voor de provincie

Het is volgens de kenners niet gek als het opkomstpercentage bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten, komende woensdag, onder de krappe vijftig procent van vier jaar geleden blijft steken. Maurice de Hond drijft er in Binnenlands Bestuur de spot mee: ‘Dat nog vijftig procent van de kiezers wél opkomt voor iets waarvan ze niet eens weten wat het doet en waaraan ze niets hebben, daarvoor mogen de provinciale bestuurders God wel op hun blote knietjes danken.’

Toch zullen na afloop de provinciale bestuurders God niet op hun blote knietjes danken. Net als vier jaar geleden zullen de lijsttrekkers zeggen: ‘Zie je wel, we zijn weer overschaduwd door de landelijke politiek. Zo'n Dijkstal die in een Drents achterafzaaltje van de gelegenheid gebruik maakt om collega Melkert een hak te zetten, dat is schieten onder onze duiven. Door die Haagse bemoeienis hebben de kiezers ons opnieuw niet kunnen afrekenen op wat wij gedeputeerden in de provincie de afgelopen vier jaar allemaal hebben gerealiseerd.’ Grote onzin natuurlijk. Als je als burger je provinciale bestuurders moet gaan afrekenen, kun je maar het beste thuisblijven. Niet alleen omdat provinciale bestuurders geen moer uitvreten, ook omdat je er als burger nooit achter zou komen als ze wél een moer zouden uitvreten. In Utrecht begint dat besef door te sijpelen. Op de verplichte open dag, afgelopen zaterdag, hadden de Utrechtse gedeputeerden de fameuze darter Raymond van Barneveld uitgenodigd om een pijltje met hen te komen werpen. Zo pak je dat aan. Duizenden mensen kwamen erop af. Op de andere provinciehuizen in den lande bleef het zaterdag akelig stil.