Darwin en ik

Fouten horen bij het leerproces, zeggen de pedagogen, maar als je 95 bent, zoals ik, laat je het maken van fouten graag aan anderen over.

Toch ben ik er weer in gestonken. In Darwin heb ik nooit geloofd. Ik wist niet beter dan dat mijn kerk het met mij eens was. Totdat deze week de Heilige Vader mij een lesje gaf. Darwin, zei hij, heeft met zijn evolutieleer voor een deel gelijk. Dus het feit dat ik m'n hele leven ontevreden over m'n knopneus ben geweest, heeft wel degelijk te maken met het feit dat wij van de apen afstammen. Althans lichamelijk, want, zo benadrukte de paus: ‘Er was een interventie van God nodig om de Neanderthaler tot mens te promoveren. Dank zij een Godsgeschenk als de ziel.’
Nu zit ik, peinzend in m'n rolstoel, met de vraag: als God apen tot mensen kan promoveren, kan hij vast ook mensen tot apen degraderen, een proces dat, heb ik de indruk, al op grote schaal gaande is. Nu zou ik de fout niet willen maken te beweren dat mij zoiets niet kan overkomen. Maar voorlopig, ook al draait die verdomde bovenbuurman de hele dag housemuziek, blijf ik een mens - en daar mag ik, als ik de Heilige Vader goed begrijp, apetrots op zijn.