Das war einmal

Welke romans moet je als scholier echt gelezen hebben voordat je je diploma haalt? De medewerkers van Dichters&Denkers geven advies.

Dat waren nog eens tijden – dat je als leraar Nederlands een lijst van, zeg, honderd titels samenstelde, ‘van de Middeleeuwen tot heden’, waaruit de leerlingen er twintig (havo) of dertig (vwo) moesten kiezen voor hun mondeling examen literatuur. Nog verder terug liggen de tijden waarin zo’n lijst niet eens nodig was omdat je ervan uit mocht gaan dat leerlingen zelf uitstekend in staat waren het kaf van het koren te scheiden en mij, want ik was zo’n leraar, niet zelden trots wilden laten zien wat hun voorkeuren zoal waren.

Dan heb ik het over de vroege jaren zeventig. Literatuuronderwijs stond niet ter discussie, de canon evenmin, dat was hoogstens het geval als het om ‘de methode’ ging. Leraren Nederlands waren vanzelfsprekend bezeten lezers, waarom zouden ze anders voor dat vak gekozen hebben? Van den vos Reynaerde, sonnetten van P.C. Hooft, kluchten van Bredero, drama’s van Vondel – niemand keek ervan op dat je die pronkstukken uit de literatuurgeschiedenis klassikaal las en besprak, fragmentarisch of integraal maar in elk geval gedetailleerd. Natuurlijk had je ook toen al leerlingen die het daar Spaans benauwd van kregen, maar dat waren, als ik me niet ongelooflijk om de tuin heb laten leiden, uitzonderingen.

Maar das war einmal. ‘Elke middelbare scholier’ moet inmiddels zelfs voor de meest flexibele docent een onhanteerbare abstractie zijn. Met het gros van de boeken op die oude lijsten van mij zou ik hem of haar vermoedelijk met een ongeneeslijke boekenfobie opzadelen. Maar dan blijven er toch nog onnoemelijk veel hoogst waardevolle titels over waarmee de uitbraak van een kleinschalige leesmanie niet mag worden uitgesloten.

Ik noem: de vroege verhalen van Jacques Hamelink uit Het plantaardig bewind, in het bijzonder Een opgehouden onweer en Door een vlies van slaap en tranen. Ik ken geen ander Nederlands proza waarin het riskante en diffuse kinderlijke grensgebied tussen (erotische) droom en realiteit met zulke overtuigende zintuiglijke beelden en met zo’n vertelperspectivisch raffinement wordt verkend.

Bezoekjaren van Joke van Leeuwen. Een slim en moedig Marokkaans meisje vertelt over haar broer die wordt verdacht van staatsgevaarlijke, terroristische activiteiten en daarom in de gevangenis is beland. Met ogenschijnlijk speels gemak, en met de nodige subtiele humor, slaagt de schrijfster erin tussen alle valkuilen van wat gewoonlijk geëngageerde literatuur wordt genoemd, door te laveren.

De aaibaarheidsfactor, een van de mooiste boeken van Rudy Kousbroek , intelligent en gevoelig als al zijn werk; vanwege de ernst waarmee hij zijn dierenliefde beschrijft, bijvoorbeeld in de hilarische ‘Kattentest’, navoelbaar voor iedereen wiens emotionele binnenzee nog niet definitief is dichtgevroren.