interview Wouke van Scherrenburg

«Dat belachelijke voorstel»

De LPF en de pers hebben een moeizame verhouding. De aanstaande regeringspartij wil dat de overheid controle krijgt op de publieke omroep, omdat «de media niet onafhankelijk zijn». Verslaggeefster Wouke van Scherrenburg van ‹Den Haag Vandaag› is verbijsterd.

Hét gezicht van de parlementaire journalistiek laat Nederland voor even achter zich. Wouke van Scherrenburg staat op het punt om, parallel aan het Haagse reces, zes weken op vakantie te gaan naar haar lievelingsland Frankrijk. Terwijl ze druk de koffers aan het pakken is, wil ze nog even haar ei kwijt over «dat belachelijke voorstel» van de LPF om de publieke omroep te laten controleren door een onafhankelijke commissie.

Eigenlijk is ze vooral woedend. «Ik heb de afgelopen tijd met veel fractieleden gesproken en het rare is dat er ook buitengewoon verstandige, bevlogen, slimme mensen tussen zitten. Tegelijk is het ongelooflijk dat zo’n Ferry Hoogendijk, toch hoofdredacteur van Elsevier geweest, Mat Herben, ook oud-journalist, en nu ex-journaliste Philomena Bijlhout allerlei harde uitspraken doen naar de pers. Ik heb al langer geproefd dat er binnen die partij een oprechte diepe haat bestaat tegen journalisten. Wij zijn allemaal links tuig dat tegen hen samenspant. Maar om nu de publieke omroep aan banden te willen leggen, dat vind ik ronduit schokkend. Ik weet zeker dat de heer Fortuyn hier niet blij mee zou zijn. Hij hechtte enorm aan de vrijheid van meningsuiting, ook al lag hij vaak met zijn interviewers fors in de clinch en was hij erg kritisch op de parlementaire journalistiek. Die nazaten van hem willen het liefst de pers monddood maken.»

Dat Pim Fortuyn het niet erg op bepaalde journalisten had, liet hij graag merken. Regelmatig zei hij: «Wat is dat nou voor domme vraag, ga eerst je huiswerk maar eens maken», of haalde hij minachtend zijn schouders op als iemand hem iets vroeg wat hem niet zinde — «Jullie zijn één pot nat, verkleefd met de zelfgenoegzame paarse politiek». Tegen NOS-verslaggeefster Wouke van Scherrenburg, die hem met haar microfoon op de hielen zat, haalde hij uit met de gevleugelde uitspraak: «Mens, ga toch naar huis, koken.» Maar ook hield hij van het debat en van stevige interviews waarin hij kon schitteren door met kwinkslagen de journalist te attaqueren.

Na zijn dood verklaarden zijn erfgenamen de pers de oorlog, want de journalisten hadden door het demoniseren van Pim een klimaat gecreëerd waarin iemand nog slechts de trekker hoefde over te halen om het land te redden van deze gevaarlijk fascist. Na de moord scandeerden Fortuyn-aanhangers in Rotterdam: «Wouke en Wim, hebben jullie nu je zin?» Op websites van Fortuyn-aanhangers, tijdens interviews en op persconferenties viel vanuit de LPF telkens dezelfde kritiek te horen: de pers en Paars zijn twee handen op een buik; samen hebben zij ervoor gezorgd dat iedereen die inzake vreemde culturen en allochtonen afwijkt van de gangbare mening, jarenlang niet serieus werd genomen. «Ze» hebben samen een ongewenste werkelijkheid in stand gehouden. De parlementaire journalistiek, en in het bijzonder het NOS Journaal, Den Haag Vandaag en Netwerk, houdt Nederland al jaren in de wurggreep van links politiek correct denken.

Dat het niet meer blijft bij dit soort ronkende retoriek, wordt steeds duidelijker. lpf-mediaspecialiste Philomena Bijlhout maakte vorige week bekend dat de overheid straks meer greep wil krijgen op de publieke omroep. «Het Journaal en Den Haag Vandaag berichten niet objectief over ons. Journalisten zijn vooringenomen en negatief.» Ze stelde dat de publieke omroep onder toezicht gesteld moet worden van een onafhankelijke commissie, want «dan kunnen wij het mediabeleid schrijven en die commissie laten controleren of de omroepen zich eraan houden».

Van Scherrenburg vindt dit plan, ook al staat het CDA er niet achter, een teken aan de wand. Ze is heel boos. «Als mevrouw Bijlhout, die nota bene zelf journaliste is geweest van het onafhankelijke Radio Rijnmond, een commissie wil gaan instellen die meer greep moet krijgen op journalisten door de inhoud van programma’s te controleren, dan druist dat regelrecht in tegen de grondwet. Dat kan helemaal niet. Het is ongekend in onze democratie. Ik denk onmiddellijk aan Italië, waar Berlusconi een forse greep heeft gekregen op het publieke bestel. Terwijl hij bezig is om kritische journalisten eruit te werken en de oude garde in hoog tempo vervangt door jaknikkers, gaan de zittende journalisten als een hondje op hun rug liggen, in plaats van een schop terug te geven. Dat kan dus blijkbaar allemaal. Die journalisten nemen zichzelf kennelijk niet serieus. Het zijn brave, kritiekloze mensen. Dat lijkt mij in Nederland ondenkbaar. Ik heb al mijn hoop gevestigd op de andere partijen en de oppositie. Ik kan me niet voorstellen dat journalisten hier er zo gemakkelijk in meegaan. Mijn god, nee zeg. Dan ga je je schamen voor je vak. Mochten er beperkende maatregelen worden doorgevoerd, dan denk ik dat iedere journalist hier ongelooflijk zal gaan protesteren. Wij gaan de barricades op, dat weet ik zeker.»

Ze voegt er evenwel aan toe dat ze erg verbaasd is dat er niet een veel grotere respons is gekomen vanuit de gelederen die nu onder vuur liggen. «Ik ben geschrokken van de lauwe reactie vanuit de journalistiek. Je moet meteen stelling nemen! En waarom staan de andere politieke partijen niet op hun achterste benen! Dat kan twee dingen betekenen: ze nemen de LPF niet serieus, want die partij is over een tijdje toch verdwenen. Het kan ook zijn: laten we er maar niet al te veel tegenin gaan; al dat gedonder met die LPF. Ook vind ik het raar dat er vanuit de partij zelf geen reactie komt. Er zijn zoveel toegankelijke, aardige LPF’ers die echt van plan zijn iets goeds te maken van het kamerlidmaatschap. Ze zeiden tegen me: ‹We hebben wat gedonder gehad, maar na het reces gaan we ertegenaan.› Ik dacht net dat het een aardige fractie ging worden. Ik ben verbluft dat ik van hen niks hoor.»

Ze hamert erop dat dit soort geluiden erg serieus moeten worden genomen, want de LPF maakt al langer duidelijk de pers te willen aanpakken. De een na de ander uit de LPF-fractie laat zich met veel fanatisme kritisch uit over «de vooringenomen media die nooit verslag doen over wat het publiek werkelijk wil weten». Tijdens de partijbijeenkomst in Rotterdam, vorige week, waar partijleider Mat Herben met kalme stem «de LPF een partij van fijne mensen» noemde — en dat was ondanks de beerput die was opengegaan bij de ruzie tussen het partijbestuur en de fractie niet ironisch bedoeld — werd er naar de aanwezige journalisten in de bovenste banken van de zaal met een vinger gewezen: «Die ratten daarboven.»

In het Algemeen Dagblad zei Mat Herben begin deze maand dat hij met de publieke omroep nog «een appeltje te schillen» had. «Sinds de gemeenteraadsverkiezingen heb ik alleen maar tegenwerking gehad. Vooral de NOS nam ons niet serieus. Ongeschonden komen ze er niet vanaf.» Fractiegenote Winnie de Jong (nummer 4 op de lijst) deed er later in Buitenhof en Pauw in Panama nog een schepje bovenop: «De media zijn niet objectief. Daar willen we eens kritisch naar kijken (…). Als je de wet wijzigt, krijg je andere reportages.» De gifpijlen richten zich voorlopig alleen op de publieke omroepen, omdat de commerciële omroepen en de kranten en weekbladen niet financieel afhankelijk zijn van de overheid.

Van Scherrenburg: «Ze vermengen persoonlijke rancune met hun positie als politicus. Voor mij is de toon gezet, de boodschap is ondubbelzinnig. Gevaarlijk en zeer onwenselijk.» Inmiddels wordt de bewegingsvrijheid van de media ten aanzien van de LPF-fractie al ingeperkt. In een vorige week verschenen bericht van LPF-fractievoorlichter Ines Scheffers aan «de dames en heren parlementaire pers» staat dat het voortaan verboden is «zonder afspraak opnames dan wel interviews te maken in onze ruimten. (…) Als de LPF nieuws te melden heeft, doet zij dit via een persbericht dan wel persconferentie of persbijeenkomst.» Van Scherrenburg: «Voor ieder interview moet je eerst naar de voorlichter, je mag niks meer direct op de man af vragen. Ik vind dat ongekend. Nooit eerder vertoond op het Binnenhof. Ik zou dit Russisch willen noemen. De LPF gaat zich in extreme mate gedragen op een wijze waar ze zelf zo op tegen is: achterkamertjesgekonkel, politici die niet direct aanspreekbaar zijn op hun gedrag en onbereikbaar zijn voor kritiek. Ze gaan zich afschermen door een haag van voorlichters. Als zij hun zin krijgen, wordt het in Den Haag één grote achterkamer. Wie mag de volksvertegenwoordigers nog kritisch aan de tand voelen?»

Als het aan de LPF ligt vast niet dat «grote blonde beest» (een bijnaam die naar verluidt ooit verzonnen werd door VVD’er Zalm) van de NOS. Als er iemand ergernis weet op te wekken door de wijze waarop ze uitspraken uit politici trekt, dan is het wel Wouke van Scherrenburg. Ze jaagt, zit dicht op de huid, interrumpeert en vraagt maar door en houdt als een terriër net zo lang vast tot ze beet heeft. Bij haar heet een meningsverschil al gauw «een crisis» en een compromis «een nederlaag lijden». Van kleine incidenten wordt al gauw een spektakel gemaakt. Ze vraagt aan een naar een antwoord zoekend politicus: «Zegt u het zelf of moet ik het dan maar gewoon concluderen?» Met haar keurige stem die geen ruimte laat voor tegenspraak stelt ze volgens haar tegenstanders geen vragen, maar poneert ze stellingen die slechts bevestigd dienen te worden. Ze heeft bovenal altijd «dat toontje» van ironie en meewarigheid. «Een strenge meesteres der beleefde vasthoudendheid», een «bruut Haags kuitenbijtertje», zo is de 56-jarige veteraan weleens omschreven door haar collega’s van de schrijvende pers.

Zelf heeft Van Scherrenburg altijd over haar imago gezegd dat wanneer je als vrouw Haagse heren pittig ondervraagt, je al gauw een haaibaai bent of veel te assertief wordt bevonden. «Velen denken nog altijd dat je als vrouw een luisterend oor biedt en niet moeilijk zal doen», zegt ze. Haar aanhangers vinden dat haar harde confrontatie de enige manier is om door het weinig zeggende gedraai en omfloerste geouwehoer van politici heen te prikken.

Wat dat betreft zou je denken dat zij als luis in de pels van de gevestigde politiek goed ligt bij de LPF. Maar nee. Zij is dan wel niet links, maar valt wel in de gehate categorie journalisten die is vastgegroeid aan het pluche. Ook Van Scherrenburg is lid geweest van «de grote gezellige familie» op het Binnenhof die na afloop van debatten in perscentrum Nieuwspoort een kopje koffie of een glaasje wijn ging drinken. Dat Wouke het heel goed kan vinden met Annemarie (Jorritsma) zou slechts een voorbeeld zijn van de kleffe verhoudingen tussen de pers en het establishment. Bijlhout beschuldigde Van Scherrenburg maart dit jaar nog van «nauwe banden met de VVD, wat neerkomt op belangenverstrengeling».

Maar al lang voordat de emotiepartijen Leefbaar Nederland en LPF waren geboren, klonken er geluiden van afkeuring op de te innige banden tussen Paars en de pers. D66-leider Thom de Graaf riep de media vorige week zelfs op tot meer zelfkritiek.

Zit er niet toch een kern van waarheid in de kritiek op de journalistiek, die de LPF nu — mogelijk door onervarenheid — wel heel onverbloemd en plat — want ze zeggen gewoon wat ze denken, en doen wat ze zeggen — naar buiten brengt?

«Welnee, dat vind ik nou echt onzin», retourneert Van Scherrenburg. «Dat zou betekenen dat we allang allemaal jaknikkers van de politiek zouden zijn. Je kent elkaar allemaal, je zit daar allemaal met elkaar op dat Binnenhof. Maar hemel, alle partijen zijn heel kritisch aangepakt. Ik vind ook helemaal niet dat Pim Fortuyn en zijn partijgenoten in de aanloop naar de verkiezingen door de media niet serieus zijn genomen. Hier en daar zijn ze best hard aangepakt, maar niet harder dan iedere ander partij. Toen indertijd het CDA met De Hoop Scheffer een crisis doormaakte, dook iedereen diep het verleden in en kwam alle shit weer boven. Ja, zo werkt het in de journalistiek, en zo hoort het ook. Als we één club, die in het begin zoveel blunders maakte, mild en liefdevol hebben behandeld, dan is het wel de LPF. We hebben ze alle credits gegeven om zich te bewijzen. Ze kregen in de aanloop naar de verkiezingen enorm veel aandacht. Fortuyn was een meester in het bespelen van de media en zijn succes is er zeker niet minder door geworden. Het was een nieuw fenomeen, dus dat vind ik allemaal heel vanzelfsprekend. We keken met verbazing hoe hij als een komeet omhoog schoot. Het was ook leuk: er kwam leven in de brouwerij. We zagen meteen dat hij voor de uitzending voortreffelijk was, een heel heldere spreker, vaak verfrissend en een verademing. We waren als redactie eigenlijk wel blij met zo’n nieuwkomer; het was zó saai geworden in Den Haag. Ik heb me de laatste twee jaar rot geërgerd aan het Torentjesoverleg. Met Pim Fortuyn liep het eigenlijk heel goed. Met hem was het een gelijkwaardig tiktakspel, wat hem bovendien geen windeieren legde. Een deel van zijn achterban heeft daaruit afgeleid dat die man mij haatte als de pest. Daar heb ik veel last van gehad. Ook ik ben bedreigd. We zijn in een heel rare situatie terechtgekomen. Als de LPF hard wordt aangepakt, zoals Paul Rosenmöller vorige week deed tijdens het debat in de Kamer, dan constateren we allemaal tegelijk — ook leden uit de LPF-fractie: nou, dat is weer zes weken extra beveiliging. Veel LPF’ers vinden die bedreigingen ook vreselijk.»

Na haar vakantie zal Van Scherrenburg haar werk weer gewoon hervatten, daar is ze van overtuigd. Ze zal zich niet belemmerd voelen in haar bewegingsvrijheid. «Ik ben niet van plan rancuneus te worden. Gewoon werken, de zaak kritisch volgen, geen centje verschil. Als iemand mij openlijk haat, dan zal ik naar die persoon stappen en vragen er eens over te praten. Anders hebben we met z’n allen een groot probleem. We moeten gedifferentieerd tegen die groep blijven aankijken. Er zitten goede mensen bij, maar er zit ook gewoon tuig tussen. We mogen die partij niet gaan ontzien uit angst. En politici moeten een inhoudelijke discussie durven aan te gaan. In september moeten ze eerst maar eens gaan meedraaien. Laten zien wie ze werkelijk zijn.»

De Nederlandse Vereniging van Journalisten heeft inmiddels aangegeven op korte termijn een gesprek met de LPF te willen over de opvattingen van de partij met betrekking tot de redactionele onafhankelijkheid van de media. De raad van bestuur van de NOS heeft zich «uiterst bezorgd» getoond over de uitlatingen ten aanzien van de televisiejournalistiek en geëist dat de partij haar uitspraken over de publieke omroep officieel terugneemt. Het CDA heeft laten weten met «afgrijzen» over de plannen te hebben vernomen.