Na Spanje en Italië komen vluchtelingen nu via de Balkan

‘Dat daar is Griekenland. Succes’

Iedere nacht kruipen tientallen vluchtelingen door de akkers bij Orestiada. Doel: Europa. De Grieks-Turkse grens is zo lek als een mandje, ondanks de komst van getrainde Frontex-bewakers.

EDIRNE/ORESTIADA - Georgios Petropoulos, de tweede man van de politie in Orestiada, verlaat zijn huis nooit zonder zijn pistool achter de riem van zijn spijkerbroek te hebben gestoken. Leren jack aan, peuk in de mondhoek, het zwarte haar strak naar achteren: zo is hij op zijn best, ook deze nacht op een winderige heuveltop in een uithoek van Europa, nabij het drielandenpunt waar Griekenland, Turkije en Bulgarije elkaar ontmoeten. ‘Daar zie je de minaretten van de Suleyman-moskee in Edirne’, zegt hij, terwijl hij met zijn sigaret naar de Turkse grensstad in de verte wijst. ‘En daar’, hij draait naar links, ‘zie je de lichtjes van Kapitan Andreevo, de Bulgaarse grenspost.’
Eigenlijk heeft Petropoulos zijn wapen niet nodig. Voor ons staat in het donker een hoogmoderne thermo vision van van de Frontex-manschappen. Op het dak draait geruisloos een satellietschotel rond. Binnen turen twee Bulgaarse grenswachten naar zwart-witbeelden op een monitor. Ze volgen al een tijdje een kruipende beweging tussen enkele struiken. ‘Nog even wachten voor we hem oppakken. Het gaat ons vooral om de mensensmokkelaars, de mensen achter de migranten. Misschien komen we nog meer te weten.’ Lang duurt het niet meer. De Bulgaren geven aan hun collega’s in het veld door dat ze kunnen ingrijpen. ‘Met onze warmtecamera’s zien we elke beweging. Tegen ons heeft niemand een kans.’
De achterdeur van Griekenland staat op een kier, en dat bevalt de Europese Unie niet. ‘We kunnen het niet meer aan, help!’ gaf de Griekse regering eind oktober aan. EU-commissaris Malmström gaf gehoor aan de schreeuw om hulp, en daarom arriveerden op 2 november de eerste van ruim tweehonderd Europese grensbeambten van Frontex in Orestiada, een slaperig landbouwstadje in de uiterste noordoosthoek van Griekenland. De inwoners van Orestiada leven van de teelt van uien en katoen. Wie iets bereiken wil in het leven, neemt het vliegtuig naar Athene, zoals plaatsvervangend politiechef Petropoulos tien jaar geleden ook deed. Hij kwam bij de afdeling zware criminaliteit in de Griekse hoofdstad terecht, maar is sinds twee maanden terug in zijn geboortestad. ‘De meeste mensen willen hier weg. Ik ben teruggekomen. Het leven is het best in een provinciestad.’
In de zomer zuchten de Grieken in Orestiada onder de zinderende zon. In de winter drinken de mannen eindeloos koffie. Het is normaal gesproken een beschouwelijk leven, hier in Thracië. Deze herfst is echter alles anders.
Dat zit als volgt.
‘We beginnen op de Canarische Eilanden’, vertelt Izabella Cooper, een pittige Poolse met Italiaans paspoort, die opgroeide in Ghana, lang voor de VN in Kosovo werkte en momenteel in Orestiada als woordvoerster voor Frontex werkt. ‘De afgelopen jaren heeft Frontex verschillende EU-lidstaten ondersteund bij de bewaking van de EU-buitengrens. Door dit werk, en door bilaterale verdragen tussen Spanje en Senegal en Mauritanië enerzijds en Italië en Libië anderzijds, is de vluchtelingenstroom in die landen met ruim negentig procent afgenomen. Het is echter een beetje alsof je in een halfvolle ballon knijpt. Terwijl de vluchtelingenstroom op de ene plek afneemt, neemt ze elders toe.’ Oftewel: de migranten en de mensensmokkelaars zijn niet gek. Nu de Middellandse Zee-grenzen min of meer hermetisch gesloten zijn, verschuift de migratiestroom naar het zuidoosten van Europa.
Terwijl het afgelopen jaar de migranten vooral via de Egeïsche Zee naar Griekenland kwamen, proberen ze sinds enkele maanden massaal via de tweehonderd kilometer lange landsgrens tussen Turkije en Griekenland de EU in te komen. De reden: over land is het goedkoper, makkelijker en veiliger dan in een gammel bootje over zee. ‘De meeste migranten komen uit Afghanistan, Algerije, Somalië, Irak, Pakistan en Palestina’, vertelt Cooper van Frontex. ‘Voor de meeste van deze landen kent Turkije geen visumplicht. Nieuw is de toestroom van West-Afrikanen via Turkije. Mensen vliegen vanuit Marokko voor tachtig euro naar Istanbul. Daar bestaat een netwerk van mensensmokkelaars. Ze brengen de vluchtelingen in een bus of vrachtwagen naar de grens. Dan zeggen ze: ‘Kijk naar die lichtjes daar in de verte, dat is het eerste Griekse dorp. Veel succes.’
De landsgrens tussen Turkije en Griekenland wordt bijna in zijn geheel door de rivier de Evros gevormd. Het lijkt een gemoedelijk riviertje, maar hij heeft veel stroomversnellingen en is gevaarlijker dan de migranten, die vaak niet kunnen zwemmen, denken. Daardoor zijn er al tientallen, misschien wel honderden migranten verdronken. De meesten van hen komen in een anoniem massagraf in de heuvels bij Sidiro terecht. Hun familie zal nooit te weten komen wat er met hen is gebeurd.
Een strook van twaalf kilometer grensgebied achter Orestiada is sinds enkele maanden wel heel erg geliefd bij de vluchtelingen, gelukszoekers en asielaanvragers. ‘De Grieks-Turkse grens wordt door de grensrivier Evros gevormd. Alleen op deze twaalf kilometer niet’, vertelt Cooper. ‘Hier ligt de rivier landinwaarts op de Turkse kant. Mensen kunnen zonder probleem in Turkije de rivier oversteken en vervolgens door de akkers Griekenland proberen binnen te komen.’ Het is de grote frustratie van Georgios Salamangas, de chef van het politiedistrict Orestiada. Ondanks zijn imposante snor, zijn grote pet en zijn donkerblauwe pak maakt Salamangas een wat hulpeloze indruk. ‘Ik ben moe van het arresteren van migranten’, geeft hij onomwonden toe. ‘We hebben al meer dan dertigduizend migranten aangehouden dit jaar. Het is een Europees probleem. We kunnen het alleen niet aan.’ Hoewel hij zijn best doet om diplomatiek te blijven, kan Salamangas zijn kritiek richting Turkije niet voor zich houden. ‘We hebben geen contact met de Turken. Ze moeten hun werk doen, zich aan de regels houden.’
Dat probeert in ieder geval de Turkse soldaat aan de grenspost bij Karaagac, die de minuscule overgang met roadblock tussen beide landen bewaakt. Hij bevestigt de woorden van politiechef Salamangas: ‘We hebben geen contact met de Grieken. We weten dat ze worden ondersteund door Frontex, maar voor ons maakt het niet uit. We zijn geen lid van de EU.’ Volgens hem komen de migranten nog steeds: ‘Soms zijn het er twee, soms driehonderd op een dag. We brengen ze terug naar Istanbul. Wat er dan met hen gebeurt, weet ik niet. Ze komen elke dag. Het zijn vooral Palestijnen.’
Dat laatste klopt volgens Izabella Cooper van Frontex niet: ‘Veel vluchtelingen vertellen dat ze uit Palestina komen, omdat ze dan politiek asiel in Griekenland kunnen vragen. Juist om dit te doorzien, heeft Frontex internationale specialisten naar Griekenland gestuurd om de ware nationaliteit van de vluchtelingen te achterhalen.’
De traditioneel slechte verhoudingen tussen Griekenland en Turkije maken het er niet beter op; in het grensgebied liggen her en der nog steeds landmijnen verspreid, hoewel volgens de Griekse autoriteiten de laatste antipersonenmijnen eind 2009 zijn geruimd. Landmijnen of niet, de vluchtelingen blijven komen. De vluchtelingenstroom heeft de laatste jaren zo'n grote vorm aangenomen dat inmiddels een humanitaire catastrofe aan de voet van de Akropolis in Athene is ontstaan. Negen van de tien asielzoekers komen tegenwoordig via Griekenland de EU binnen.
‘Er zijn misschien wel een miljoen migranten in Athene’, vertelt Antonia Tsourakis, journaliste uit Athene. ‘Het is een ramp. Al die mensen hebben geen werk en geen inkomen. Ze organiseren zich naar nationaliteit en wonen in getto’s. De criminaliteit is enorm toegenomen in Athene. Sommige asielzoekers handelen in drugs. Meisjes komen in de prostitutie terecht. De parken worden ’s nachts openbare slaapplaatsen. Mensen durven ’s avonds de straat niet meer op.’
Griekenland heeft inmiddels een achterstand bij de verwerking van asielaanvragen van meer dan 52.000 gevallen. Elke dag neemt het hoofdbureau van de politie in Athene enkele tientallen aanvragen in behandeling. De kans op politiek asiel is in Griekenland tachtig tot negentig keer kleiner dan in Nederland. Het was in oktober reden genoeg voor de toenmalige staatssecretaris Albayrak om het terugsturen van 2140 asielzoekers vanuit Nederland naar het eerste land van aanvraag, in dit geval Griekenland, op te schorten. Volgens het zogenaamde Dublin II-verdrag van de EU dienen asielaanvragen te worden afgehandeld in het land waar de aanvraag werd ingediend. Niet alleen Nederland heeft de uitzettingen opgeschort, ook andere EU-lidstaten gingen hiertoe over. Hiermee leggen deze regeringen een bommetje onder het Europese asielbeleid. In december behandelt het Europese Hof in Straatsburg een zaak van een Irakees die door België naar Griekenland werd teruggestuurd. Sindsdien leeft hij daar als dakloze. Experts verwachten dat het eind van het huidige Europese asielbeleid nabij is.
Om de Griekse tragedie te beperken zijn inmiddels ruim tweehonderd Frontex-ambtenaren naar Griekenland gestuurd. Men kan discussiëren over de vraag hoe zinvol de detachering van deze politietroepen is, maar één ding is zeker: ze houden de horeca in Orestiada goed op de been. Alle hotels zijn volgeboekt, voor de ingang staan de patrouillewagens van de Frontex-medewerkers uit Duitsland, Oostenrijk en Roemenië. ‘Morgen houden we een poolparty’, vertelt een Oostenrijker zijn geliefde via de telefoon in de hotellobby. ‘Nou ja, we hebben geen pool, maar het wordt vast leuk.’ Wat verderop praten de Duitsers over de hoogte van de onkostenvergoeding die de Denen krijgen.
De leiding over de 104 personen tellende Frontex-macht in Orestiada is in handen van marechaussee Jos Jenner en Jürgen Hrdlicka uit Frankfurt. Nederland levert met zestien mensen de op een na grootste Frontex-macht. ‘We zien nu al dat het aantal migranten afneemt’, volgens Jenner. ‘Het is echter nog te vroeg om al conclusies te trekken.’ Hrdlicka heeft gehoord dat er inmiddels een toename van migranten langs de Turks-Bulgaarse grens schijnt te zijn. Wat er na de twee maanden durende Frontex-missie gaat gebeuren, weten beide heren niet. ‘Dat zullen we dan zien.’
De volgende dag gaat Jenners collega Alexander Pasveer samen met Duitse en Griekse politiemensen op grenspatrouille. Veel boeiends hebben ze niet te melden; ze zijn getraind in het niets zeggen. Yvonne Apitz uit de buurt van Dresden vindt het werk ‘interessant’. ‘Al die verschillende talen. Die komen goed van pas bij het aanhouden van de migranten.’ Verstaan die dan Duits, Nederlands of Engels? ‘We hebben altijd nog het internationale stopteken’, zegt Apitz. En ze steekt haar hand naar voren, alsof ze iemand terugduwt. ‘Dat begrijpt iedereen.’ Behalve achtergelaten kledingstukken in een greppel levert de patrouille niets op. Hoe lang haar missie duurt, weet ze niet. ‘Misschien zit ik hier met Kerst nog wel.’ Is de Frontex-missie dan nog niet afgelopen? ‘Ik denk dat Frontex hier voorlopig niet weggaat.’

ALS HET ZWART van de nacht overgaat in het grauw van de ochtend komen degenen die de oversteek vanuit Turkije die nacht gelukt is tussen de mistflarden uit de akkers achter de laatste boerderijen van Nea Vissa te voorschijn. Welcome, staat op het BP-tankstation in Nea Vissa. Terwijl een paar Frontex-mannen koffie drinken in het plaatselijke café wordt de migrantenoogst van die nacht in bussen afgevoerd naar het detentiecentrum in Filakio, zo'n twintig kilometer verderop. Gehuld in dichte mist doemt het getraliede gebouw in the middle of nowhere op. Links van de ingang liggen twee paar sportschoenen, een leeg identiteitsmapje en een grijze broek. Rechts van het zware ijzeren hek staat een bushokje. Athens 60 euro, 85 USA, staat er in onhandig Engels op het loket. Eens in de twee dagen vertrekt een bus voor de vijftien uur durende rit naar de Griekse hoofdstad, op het moment dat weer genoeg vluchtelingen uit het detentiecentrum ontslagen zijn.
Zo'n 35 vluchtelingen zijn vanochtend al vroeg afgeleverd, zegt de chagrijnige poortwachter, terwijl hij contact probeert te krijgen met het politiebureau in Orestiada. Ondanks een persaccreditatie van Frontex moet politiechef Salamangas persoonlijk toestemming geven om naar binnen te mogen. Volgens mensenrechtenorganisaties heersen er wantoestanden in de Griekse detentiecentra: honderden vluchtelingen worden in centra gepropt die slechts voor enkele tientallen mensen zijn bedoeld. Nationaliteiten worden door de autoriteiten willekeurig ingevuld. In sommige detentiecentra worden kinderen van hun ouders gescheiden en wachten de vluchtelingen wekenlang op hun vertrek.
De bewaker heeft slecht nieuws: een half uur geleden is de Alphabank in Orestiada overvallen. ‘De filiaalleider heeft vier kogels in zijn buik’, zegt de bewaker. ‘We weten niet of hij het overleeft.’ Politiechef Salamagas blijft uiteraard onbereikbaar. Twintig kilometer verderop hangen Adnan, Hussein, Yasser, Mohsen en Hamid aan het uiteinde van het perron in Orestiada rond. Ze wachten op de trein naar de Griekse hoofdstad. Adnan plukt een stuk onkruid langs het spoor en stopt het in zijn mond. ‘In Irak eten we deze planten. Ik heb honger.’ Adnan is net als de anderen deze ochtend vrijgelaten. Hij haalt een papier te voorschijn, waarop in het Grieks staat dat hij binnen dertig dagen het land moet verlaten. ‘Iraq no good’, zegt hij, terwijl hij zijn wollen muts afschuift om wonden van een bomaanslag te laten zien. ‘Er is geen werk in Mosul.’ Adnan kwam samen met Hussein uit de Noord-Iraakse stad per bus en vrachtwagen naar Edirne. Het kostte beiden duizend dollar om Europa te bereiken. Wat ze nu precies willen, lijkt onduidelijk. ‘Werk vinden in Athene. Of naar Duitsland.’ Adnan heeft een vrouw en zeven kinderen in Irak. Mohsen en Hamid komen uit de buurt van Herat, in het westen van Afghanistan. Mohsen wil naar Zwitserland. ‘Daar woont mijn broer.’ Bijna alle vluchtelingen willen verder naar ‘Europa’, maar dat is zo makkelijk nog niet. De reis gaat óf met de veerboot naar Italië, óf via Servië richting Hongarije. Dit jaar zijn al honderden Afghanen langs de Servisch-Hongaarse grens opgepakt.
Vanuit Orestiada nemen de vluchtelingen die niet met de bus gaan de trein naar de Griekse havenstad Alexandroupolis, ruim twee uur naar het zuiden. Terwijl in de hoofdstraat Engelse toeristen in het naseizoen bij de Zara een nieuwe jas kopen en Griekse mannen eind november nog steeds vanaf de terrassen naar de voorbijlopende vrouwen kijken, hangen tweehonderd meter verderop op het station afgematte Pakistani, Afghanen, Palestijnen en West-Afrikanen rond. Voor stationschef Babis is het inmiddels een bekend beeld. ‘Elke dag verschijnen een stuk of dertig, veertig vluchtelingen’, vertelt de man die tot zes jaar geleden in de buurt van Aken woonde. ‘Frontex of niet, de migranten blijven komen.’ Veel migranten die eenmaal over de Turks-Griekse grens zijn gekomen, nemen contact op met familie of kennissen in Athene, volgens Babis. ‘Hun familie of vrienden sturen dan geld via Western Union naar Orestiada of Alexandroupolis. Zo kunnen ze de reis betalen.’ Veel vluchtelingen slapen ’s nachts op het station. Ze veroorzaken echter geen problemen. ‘De meesten zijn op doorreis. De echte problemen ontstaan in Athene. Daar is een miljoen vluchtelingen gestrand. Niemand weet wat er met hen moet gebeuren. En het gaat al zo slecht met de Griekse economie.’