Opheffer

Dat gedicht van Komrij

De heer Jensma, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, zit aan zijn bureau de foto’s te bekijken van Willem-Alexander met zijn dochter. Welke foto moet op de voorpagina? Welke foto hij ook kiest, hij zal zich daarmee niet onderscheiden van zijn concurrenten.

Op dat moment gaat zijn telefoon.

«Met Komrij», hoort hij, «ik heb het gedicht af, hoor.»

«Wat? Ik bedoel… wat zeg je… gedicht af? Hoe…»

«Nou, ik ben toch door jullie uitgeroepen tot de dichter des vaderlands? Steeds als er iets belangrijks is, mag ik een gedicht schrijven en dan sta ik op de voorkant van de krant. Dus ik dacht: bij de geboorte van een prinses schrijf ik een mooi sonnet, en dan kom ik op de voorkant van de krant.»

De heer Jensma kucht. «Ja Gerrit… dat klopt… eh… ja… een gedicht, op de voorkant van de krant, zei je… ja… eh… laat eens horen?»

Komrij leest zijn gedicht voor, waarvan de laatste regels luiden: «Zorg dat het kind een leven krijgt dat echt is,/ Gun het een stem, een hart, een eigen pad —/ En schop de monarchie onder haar gat.»

Bij de laatste zin proest de heer Jensma het slokje koffie uit dat hij net tot zich heeft genomen.

«Hallo Jensma, hoe vind je het?» vraagt Gerrit vanuit Portugal.

«Ja… eh… ja… het is een sonnet, is het niet?»

«Ja, op de voorpagina van de krant… goed?»

«Ehm… eh… ik zit net voor de deadline, dus ik moet even opschieten, Gerrit… eh… ik bel je nog», zegt de heer Jensma.

Hij hangt de telefoon op. Hemel, wat te doen? De laatste zin zindert nog na in zijn hoofd: «En schop de monarchie onder haar gat.» Je kunt die laatste zin, met veel goede wil, nog lezen als: zorg dat de prinses monarchist wordt — de monarchie die dreigt weg te rennen moet worden teruggeschopt — maar daarmee zou hij zich flink belachelijk maken.

De opmaakredacteur komt binnen.

«Zeg, zetten we het gedicht van Komrij naast de foto van de prins en zijn dochter of er onder?»

De heer Jensma huivert. Een trotse, lachende prins op de 1, en daaronder het gedicht van Komrij met de mededeling dat de monarchie een trap onder de reet moet krijgen, dat kan natuurlijk niet.

«Zet dat gedicht van Komrij maar…» De heer Jensma twijfelt. Op de achterpagina is een mogelijkheid, nee, dat zal ook te veel aandacht trekken.

Hoe dan ook, in het commentaar op de 7 moet toch een kritische noot worden gekraakt. Daar moet iets worden gezegd van: «En nu een modern koningschap.» Want Komrij afvallen kan natuurlijk ook niet. Het waren nota bene de lezers van NRC Handelsblad zelf die om Komrij hadden verzocht.

Er is maar één oplossing: dat gedicht op de 3 zetten. «Zet maar op de 3», zegt Jensma, «en zet er even een regeltje bij dat Gerrit Komrij door de lezers van NRC Handelsblad is gekozen tot dichter des vaderlands, dan weet in ieder geval iedereen dat wij er eigenlijk niets mee te maken hebben, en is het mooi de schuld van de lezer zelf.»

De opmaker vertrekt.

Jensma zou wel overleg willen hebben. Waar is Maarten Huijgen bijvoorbeeld? Die is er niet. Die is zijn bijdrage voor het televisieprogramma De leugen regeert aan het voorbereiden.

Ondertussen belt iedereen: Nova, dat ze Gerrit gaan filmen in Portugal, Het Journaal, Barend & Van Dorp, Jezus, ook nog al die publiciteit. Nee, het is geen feestelijke dag.

De heer Jensma gaat naar huis. Hij zet de televisie aan, De leugen regeert. Hij ziet Maarten. Over de berichtgeving van de geboorte. Maarten zegt: «De media zijn niet tegen de Oranjes.» Jensma durft zijn eigen krant die dag niet op te slaan.