Dat heet dan saga

Ugo Riccarelli
Gedroomde tijd
Uit het Italiaans (Il dolore perfetto, 2004) vertaald door Els van der Pluijm
De Arbeiderspers, 318 blz., € 17,95

Globaal bestrijkt het verhaal de periode van iets voor de Eerste en iets na de Tweede Wereldoorlog met als plaats van handeling Colle, dat ergens onder Milaan of verder, in Toscane, moet liggen. Zo’n familiegeschiedenis van ettelijke generaties waar je de namen en leeftijden moeilijk uit elkaar kunt houden, zo’n ‘ratjetoe van dood, bloed, leven, broers en zussen, neven en nichten’ heet dan saga. De vergelijking met Honderd jaar eenzaamheid op de flap begrijp ik niet, of het moet zijn dat er af en toe iets wonderbaarlijks gebeurt. Een vrouw wordt door een varkenshouder op haar fokkwaliteiten gekeurd, baart een tweeling, wordt dan beeldschoon en verdwijnt met een poppendokter. Net als een latere tweeling is de tweede een verrassing die niet zonder moeite ter wereld komt. De broer van de eerste tweelingzuster, de hoofdpersoon die twee families verbindt, komt na vijftig jaar terug en onder het vuil blijkt het gezicht van een twintigjarige schuil te gaan. Toch is het een voornamelijk realistisch verhaal. Met de komst van de Schoolmeester, die bij een jonge weduwe intrekt, heeft het dorp een oproerkraaier, een anarchist, hoe bescheiden en sympathiek ook. Hij zal in Milaan door de politie worden doodgeschoten. De kinderen en kleinkinderen van dit paar hebben allemaal iets bijzonders. Zo bouwt een kleinzoon Ideale een perpetuum mobile. Als soldaat verdwijnt hij aan het Russische front, maar hij blijkt in Oekraïne een tweede leven te hebben geleid. Zijn dochter daar zorgt voor aanvullingen op het apparaat, waarvan de bouwtekening ook te zien is als een stamboom van Colle.

Spil van het lokale perpetuum is het volmaakte verdriet, waarnaar ook de oorspronkelijke titel verwijst. Twee families botsen met elkaar en vermengen zich: twee werelden, twee politieke bewegingen ook. Genoemde Annina, met wie het boek begint en eindigt – en aan wie de titel Gedroomde tijd is ontleend – is de dochter van varkenshouder Ulysses en de mooie Rosa. Ulysses gaat een bondgenootschap aan met zijn broers Hector en Achilles. Alle leden van die woeste familie dragen homerische namen. Ulysses wordt krankzinnig, verkracht zijn schoonzus en hangt zich op met de darmen van de grootste zeug. Achilles wordt burgemeester onder Mussolini, waait behendig met alle winden meer. Zijn stiefzoon is een gevaarlijke zwarthemd. De fascisten moorden even willekeurig als voorheen de Spaanse griep.

Als familiesaga is het een ingewikkeld verhaal, als politieke continuing story is het eenvoudiger – dat is het knappe van het boek: Riccarelli (1954) stileert, maar versimpelt niet.