Jamie McCartney, The Great Wall of Vagina, detail. Wandsculptuur van gipsen afgietsels van vulva’s, 23 juni in Alges, Portugal © Horacio Villalobos / Corbis via Getty Images

Er zijn boeken die je aanspreken en boeken waarin je aangesproken wordt. Make Women Come, het debuut van theatermaker en -regisseur Nina de la Parra, valt in de tweede categorie. ‘DRINGEND VERZOEK AAN ALLE VROUWEN OP DE WERELD’, schrijft ze, ‘STOP MET JE DIEET, NU.’ En zo heeft ze nog wel een paar adviezen. ‘Onzekerheid is niet zwak, girls. (…) Ik ben hier om jullie te vertellen: STA GEWOON IN JE ALGEHELE HORMONALE MOOD SWINGS. OWN THEM.’ En: ‘God heeft de clitoris geschapen FOR A REASON. Dus, schreeuw samen met mij onze mantra: MAKE WOMEN COME. HEAL THE WORLD.’

Girls? Ónze mantra?

Op de eerste plaats spreekt De la Parra in haar boek zichzelf aan. Grote Nina, een ‘Awesome’ en ‘Woke’ regisseur van 33, heeft Kleine Nina gecast ‘als het hoofdpersonage in deze romantische comedy’. Wat willen vrouwen in romantische comedy’s? Mannen. Om precies te zijn: één man, de man van hun dromen, zo één om mee te trouwen en voor te baren – een man als oplossing voor al hun problemen. Zo’n quick fix spreekt ook Kleine Nina wel aan, die met haar 23 jaar overigens al heel wat menstruatieweken op de teller heeft staan en alleen maar ouder wordt (’Fast forward, frrrrrrrt’).

Hoofdschuddend kijkt de oudere Nina toe hoe haar jongere ik het aanlegt met onder anderen de Lichtman, de Poëet, de Noor, Vergilio en Quincy. Of ze nu een naam krijgen of niet, allemaal zijn ze teleurstellend. Ze houden er meerdere vriendinnen op na, zijn te innig met hun moeder of komen uiteindelijk met een ‘het ligt niet aan jou het ligt aan mij’-verhaal aanzetten. En het ergst: ze laten haar zelden klaarkomen. Niet dat de jonge Nina daarbij stilstaat, daarvoor gaat ze te veel op in haar zoektocht naar die ene man die met haar ‘over postkoloniale literatuur kan praten’ maar haar ook ‘aan stukken rijt’. Een slechte zaak, aldus de 33-jarige Nina: ‘O Kleine Nina, how wrong you are.’

Er is iets vreemds aan Kleine Nina. Deze vrouw (geen meisje!) studeert Engelse literatuur en Duitse taal en literatuur aan de Universiteit van Edinburgh, alwaar ze essays schrijft met titels als Deconstructing Madness in the Work of Virginia Woolf. Ze gaat naar haar ‘genderstudieklasje’. Haar vriendinnen zijn ‘hoogopgeleide bitches’ die alles weten van ‘Schots avant-garde anarchisme en the male gaze’ en ‘briljante theorieën’ over Sylvia Plath uit hun mouw schudden. In haar vrije tijd leest Nina We Should All Be Feminists van Chimamanda Ngozi Adichie en van een man wil ze graag eerst weten of hij dat standaardwerk wel van kaft tot kaft heeft doorgenomen. In hoeverre kan deze jonge Nina nog een nitwit zijn die na een mislukte flirt tegen zichzelf zegt dat ze zich voortaan ‘in de strakste jurk die er is’ moet hijsen en het ‘vooral over hem’ moet hebben om een man in bed te krijgen? Waarom schildert De la Parra deze jonge vrouw zo infantiel af, met haar ‘crisisvriendinnenberaad’ en gedroom over de perfecte man? Omdat de Nina van 33 haar anders niks meer kan leren?

Je kunt je bedenkingen hebben bij de eindeloze stroom kapitalen (op vrijwel elke pagina schreeuwt De la Parra je toe) en het Engels (‘Oké, got the picture. He’s hot’), maar vooral dringt de vraag zich op: als de jonge Nina geen dertien is, heeft De la Parra dan niet gewoon een boek voor een jong publiek geschreven? Maar dan zou je niet achteloos de namen Virginia Woolf, Sylvia Plath, Dylan Thomas en Gertrude Stein laten vallen. In een hoofdstuk over gewichtsverlies heeft De la Parra het over haar ‘poging om dit een leuk Bridget Jones-achtig boek te laten lijken’. Het verschil is dat Bridget Jones in haar dagboeken met zichzelf worstelt en naar alle waarschijnlijkheid altijd zal blijven worstelen, terwijl de oudere Nina alles aan haar jongere ik uitlegt. De adviezen zijn vaak nogal gratuit. Zo wil ze de jonge Nina duidelijk maken dat ze niet zoveel tijd moet besteden aan tobben over een jongen voor wie ze iets voelt. Als ze ook maar een klein deel van die tijd had gestoken in ‘DANKBAARHEID voor [haar] bestaan’ en ‘EMPATHIE voor de wereld’, dan ‘was de wereld een mooiere plek geweest’.

‘Werken en een kind opvoeden: you can have it all’, werd de moeder van Nina beloofd

Make Women Come past in de bredere trend van vrouwen die open over seks en met name vrouwelijke seksualiteit willen praten – en waar niet aan te ontkomen valt. Actrice Joy Delima schrijft om de week ‘in klare taal’ een column over seks in Volkskrant Magazine. Na het boek Damn Horny publiceren podcastmakers Marie Lotte Hagen en Nydia van Voorthuizen deze zomer Fucking Horny, een bundel met seksverhalen en ‘een tool voor de lezer om breder na te kunnen denken over seksualiteit’. Ook Hilversum is op de hoogte. Als je de televisie aanzet, zie je de Sekszusjes, Geraldine Kemper die een gipsafdruk van haar vagina laat maken of Eva Jinek die uitlegt dat je de weken na een bevalling niet noodzakelijk penetratie moet willen nastreven. ‘Hoe doen we het?’ vraagt de boekcover van Milou Deelens bundel vol interviews met ‘inspirerende vrouwen’ over seks. Ik wil het niet weten, denk ik onwillekeurig. Niet nog meer onbekenden die vertellen hoe vaak ze masturberen.

Misschien is die vermoeidheid niet alleen het gevolg van overkill, maar ook van de manier waarop deze boeken en programma’s aan de man worden gebracht: als taboedoorbrekend. Zo noemt de achterflap van Make Women Come het boek een ‘vrijheidsmanifest’. Maar in hoeverre kun je nog van een taboe op vrouwelijke seksualiteit spreken als zelfs de commerciële zenders op een onderwerp zijn gedoken? Wie moeten er hier precies bevrijd worden, en waarvan?

Als je De la Parra’s passages over ‘kutten’ leest – ieder ander woord is volgens haar een eufemisme -, die ‘insane, crazy, ranzige, bloedende, afscheiding uitstotende, rondlopende MONSTERS’, dan lijkt het antwoord duidelijk: het vrouwelijk lichaam moet worden terugveroverd op de mannelijke blik. Ooit was feminisme mooi en gezellig, liepen opgemaakte en in gelakte laarzen gestoken Dolle Mina’s ludiek mannen na te fluiten. Tegenwoordig zijn feministen unapologetic, om maar even in de voertaal te blijven hangen. De herovering gaat gepaard met een openheid die onderstreept dat het afgelopen is met de vrouwelijke schaamte. We zijn er, ditmaal inclusief doorgelekte spijkerbroek.

Tegelijkertijd hebben wegbereiders als Caitlin Moran, Amy Schumer en Lena Dunham, van wie De la Parra titels heeft opgenomen in haar leeslijst, ervoor gezorgd dat het anno 2022 eigenlijk al niet meer zo interessant of op een grappige manier bevrijdend is om nog over iemands vaginale schimmelinfectie of ‘kutlucht’ in het algemeen te lezen. Die tomeloze openhartigheid is misschien niet meer zaligmakend, maar eerder een vals eindstation, iets wat de aandacht juist afleidt van de echte pijnpunten. De sporadische momenten van twijfel, bijvoorbeeld die waarop de jonge Nina zich afvraagt waarom het ondanks al haar feministische principes nog altijd ondenkbaar is om haar baas te mailen dat ze last heeft van menstruatiekrampen, zijn van groter belang. Maar dan is daar direct de oudere Nina weer, die ons mededeelt dat je je hormoonschommelingen ‘gewoon’ moet ‘ownen’.

Waar vrouwen mannen vaak nog ontzien als het gaat om praten over menstruatie of anticonceptie, worden zij zelf voortdurend herinnerd aan hun seksualiteit. Ooit liet het patriarchaat ons geloven dat we been-, schaam- en okselhaar moesten scheren, nu lees je overal dat je lekker zelf mag weten wat je met dat haar doet. Ooit kregen meisjes te horen dat hun lichamen te zeldzaam waren om zomaar aan iedereen weg te geven, nu zijn er andere manieren om hun lijven te mythologiseren, met de vagina als ‘een diep gelaagde portal naar een intergalactic universe’.

‘Het vrouwenlichaam’, aldus De la Parra, ‘is bedoeld voor een connectie die buitenaards is. Voor een transcendentale, spirituele verbinding met de wereld.’ Zou het? Misschien kan het vrouwenlichaam ook een keer gewoon een lichaam zijn, een lichaam zonder bedoelingen, in plaats van altijd maar een buitencategorie.

‘Werken en een kind opvoeden: you can have it all’, werd de moeder van Nina beloofd toen zij in verwachting was, ‘maar niemand heeft haar generatie verteld wat voor schuldgevoel bij die belofte komt kijken.’ Zo brengen nieuwe feministen nieuwe beloftes met zich mee, net zo goed als een nieuwe weerbarstige praktijk. Een mannelijke geliefde blijkt uiteindelijk niet de oplossing voor de jonge Nina – maar waarschijnlijk is zo hard mogelijk roepen dat vrouwen moeten klaarkomen dat ook niet.

Tessa Sparreboom is neerlandicus en oud-redacteur van Propria Cures