Dat is flipper

Het boek Dialoog met de natuur, het ecodocument van Irene van Lippe-Biesterveld, voert inmiddels de top-tien aan, ondanks (of dank zij) het gejammer van de boulevardpers, die altijd al op voet van oorlog met de gewezen prinses heeft gestaan. ‘Zo gek is Irene’ (Story). ‘Prinses doet schaamteloze onthullingen’ (Party). ‘Zij dumpte haar geliefde op advies van een boom’ (Prive). ‘Is Beatrix boos over Irenes boek?’ (Weekend).

In de echte kranten houden lof en kritiek elkander in wankel evenwicht. De meisjesjournalisten (Trouw, Volkskrant, Telegraaf) staan achter de schrijfster. De jongetjesjournalisten, vooral de columnisten onder hen (Trouw, Volkskrant, Telegraaf, Parool, NRC Handelsblad), nemen haar genadeloos in de maling. ‘Vooralsnog is een boodschap duidelijk doorgekomen’, schrijft Ruud Verdonck in het protestants-christelijk ochtendblad; 'Greet Hofmans is gereincarneerd als tomaat op een boterham.’
Mag allemaal. Sprekend met bomen en flirtend met dolfijnen roept men per definitie veel komiekerij over zich af. Het beste, zo niet enige goede stuk, is niettemin geschreven door Jan Greven, de hoofdredacteur van Trouw. Hij is dominee, dus weet dat bomen hoogstens de bron zijn van goed en kwaad. Achter Irenes ogenschijnlijk holisme herkent hij het zelfportret van een eenzaam kind. Op haar zesde verjaardag stonden er zesduizend andere kinderen in de paleistuin. Het bracht de kleine prinses in paniek en verwarring. 'Ik zou zo graag met de kinderen spelen. Ik haat de hekken die tussen mij en de andere kinderen staan.’ Vandaar haar poging om troost te vinden bij bomen om 'weg te dromen en mezelf te zijn’. Greven vindt dit niet zo belachelijk. Integendeel: 'Ik vind het heel pijnlijk dat klaarblijkelijk voor mijn staatsrechtelijke behoeftes een kind schade heeft opgelopen aan haar ziel.’
De opiniebladen, De Groene incluis, hebben redelijk hun gemak gehouden. Theo van Gogh heeft zich natuurlijk niet de kans laten ontgaan om voor open doel te scoren. Hij reveleert niet zonder hoon Irenes verrukte beschrijving van de wijze waarop zij door een dolfijn in het gezicht is gepoept en geplast - en zong, samen met zijn collega-columnist Theodor Holman, het lied: 'Daar heb je Flipper! Flipper! Hij is geweldig, wat een dolfijn, om trots op te zijn!’ Aardig stuk hoor, begrijp mij goed, mij symphatieker dan dat eeuwige gejeremieer over de 5 mei-industrie. Het enige stuitende is de illustratie. Die vertoont Irene, met opgeschorte rokken liggend in Gods vrije natuur, terwijl zij op idyllische wijze in haar gezicht wordt gepiest.
Door Joop van Tijn, haar partner, in werktijd hoofdredacteur van Vrij Nederland. In zijn krant stond een uitgebreid interview met de schrijfster, waarin zij andermaal uitlegt hoe de dolfijnen haar 'de weg’ hebben gewezen. 'Ik denk dat die de rest van mijn leven zullen bepalen.’ Het moet ingezonden stukken hebben geregend, maar geen daarvan heeft zijn weg naar VN’s Vrije Tribune gevonden. Het wakkere weekblad heeft bovendien twintig columnisten onder contract die zich tien jaar geleden stuk voor stuk over deze esoterische materie vrolijk zouden hebben gemaakt. Nu zwijgen zij als moffen, zelfs de onverwaterd-republikeinse Hugo Brandt Corstius. Die Joop! Hij heeft zijn schaapjes goed onder de duim!