‘dat is gewoon zo’

De Gereformeerde Theologen Studentenvereniging Voetius in Utrecht bestaat dit jaar honderd jaar. Voetius is een warm nest voor de orthodoxe gelovige die geconfronteerd wordt met de harde wetenschap. Want die confrontatie kan tot grote crises leiden.

UTRECHT, LOMBOK. In de Van Diemenstraat schijnt na een regenbui even de zon. Deuren gaan open en Arabische muziek schalt over straat. Mannen maken in vreemde talen een praatje, twee vrouwen hangen uit het raam en kinderen rennen in het rond. Het is bij elven als op nummer 30 een discussie tussen twee geestdriftige studenten zijn hoogtepunt bereikt. Erik: ‘Volgens mij zit de wetenschappelijkheid van theologie erin dat de methode voor iedereen toegankelijk is. Als je allerlei gekke dingen gaat beweren en zegt: ja, zo geloof ik nu eenmaal en omdat ik zo geloof is het zo. Dán zeg ik: misschien kun jij daar als gelovige mee toe, maar wetenschappelijk vind ik het onzin, want het is gewoon hartstikke inconsistent.’ Willem-Maarten: 'Maar jij gaat er wel vanuit dat de hypothese God bestaat van dezelfde aard is als de hypothese Elektronen bestaan in de natuurkunde.’ Erik: 'Ja ja. Precies.’ Willem-Maarten: 'En dát kan dus volgens mij niet.’ Erik: 'Volgens mij… Waarom zou het niet kunnen?’ Willem-Maarten: 'Omdat in alle wetenschappen de empirie de laatste toetssteen is en dan wordt het bij theologie heel moeilijk. Een uitspraak Jezus is heer, wat in de theologie een basale uitspraak is, die kun je op geen enkele manier toetsen.’ Erik: 'Binnen de natuurkunde ga je ook van bepaalde vooronderstellingen uit. Laten we zeggen van de continuity of nature. Als dat niet zo blijkt te zijn, dan kun je wel ophouden. Stel je nou eens voor dat je een experiment doet en de natuur is niet continu.’ Willem-Maarten: 'Maar we hebben daar wel aanwijzingen voor. We kunnen experimenten herhalen en dan blijken daar steeds weer dezelfde aanwijzingen uit te komen.’ Erik: 'Ja, maar dat is op zich geen waterdicht bewijs. Je neemt het gewoon aan. Snap je?’ Nee. Willem-Maarten legt zich er niet bij neer. Hij vindt de claim God bestaat van een heel andere orde dan een natuurwetenschappelijke claim. Hij zegt: 'Elektronen bestaan kun je met empirische argumenten onderbouwen en God bestaat niet.’ Erik: 'Volgens mij zou dat best kunnen. Waarom niet? Waarom neem je hem niet als uitgangspunt?’ Willem-Maarten: 'Als je om je heen kijkt, kun je al concluderen dat men het daar veel minder over eens is dan over de vraag of er continuïteit in de natuur is.'¶Erik: 'Dat is zo.’ Willem-Maarten: 'Nou, waar zou dat door komen dan?’ Erik: 'Dat is een kwestie van ongeloof.’ STUDIEBOEKEN, computer, een oude bank - geen televisie. Erik de Bas (23) schenkt koffie en thee in zijn nette studentenstulp. Hij serveert een schaaltje koekjes en ieder neemt er een. Erik zelf, die steeds alert is. Willem-Maarten Dekker (22), die wat dromerig en peinzend uit het raam kan staren, zit in een hoek. De vriendelijk en onschuldig ogende Hans (23) en Bas (30) bezetten de bank. Ziehier: vier voetianen, leden van de Gereformeerde Theologen Studentenvereniging Voetius. Dit jaar bestaat hun vereniging honderd jaar. Of oud-lid Andries dan van de partij zal zijn, weten deze mini-Knevels nog niet. Hij is geen reünist. Erik, die praeses is, heeft verteld dat de vereniging 75 leden telt (waaronder dertien vrouwen). Ze komen minstens een keer per week samen in een van de studiekringen. Die hebben onderwerpen als: belijdenisgeschriften, J.H. Bavinck, eschatologie, Gereformeerde Epistemologie en de theologie van Paulus. Voorwaar: Voetius is geen gezelligheidsvereniging. Wel biedt Voetius een warm nest voor de orthodoxe gelovige die geconfronteerd wordt met de harde wetenschap. Want die confrontatie kan tot grote crises leiden. Erik: 'Sommige mensen raken zo ondersteboven door wat ze in hun studie te horen krijgen, dat ze gewoon zeggen: heel mijn verhouding met God staat op nul.’ Willem-Maarten: 'Het gaat er dan om of je die vragen een tijdje naast je neer kunt leggen. Als je bent gaan studeren met de heel orthodoxe visie dat Jezus inderdaad de zoon van God is, maar je komt met de nieuwtestamentische wetenschap in aanraking waar ze dat allemaal weer heel anders zien, dan kun je daar helemaal in verstrikt raken. Kijk eens, als je opeens hoort dat Jezus gewoon een rabbi was die toevallig wat populairder is geworden dan de anderen, dan tja… Je hebt eerst de bijbel gelezen als een boek waarin God direct tot jou spreekt. En dat komt je dan opeens heel naïef over. Zo kun je het niet meer lezen. Je denkt steeds: ja maar heeft Jezus dat wel ooit gezegd?’ Gelukkig zijn er dan de ouderejaars voetianen. Die weten wat je doormaakt. De Utrechtse faculteit is vrij orthodox. De liberalen zijn de uitzonderingen en alleen Erik kan zich een student herinneren die niet gelovig was. Dit in tegenstelling tot de docenten. Niet alle docenten geloven, en de wel-gelovigen zijn over het algemeen véél liberaler dan de studenten. Erik: 'Het is niet ideaal. Op een gegeven moment houdt het leren van een niet-gelovige op. Een bijbeltekst wordt behandeld vanuit allerlei perspectieven en kanten maar het stopt waar ik als gelovige de vraag stel: Waar verwijst het theologisch naar?’ Willem-Maarten: 'Het probleem met de bijbelwetenschappen is dat ze vaak niet eens een poging doen om te formuleren wat de tekst wil zeggen. Het is veel historische en filologische achtergronden bij een tekst. Maar het gáát Paulus ergens om. Docenten gaan vaak niet met zo'n auteur in gesprek over die zaak. Of ze proberen niet eens te formuleren waar het ’m nou om gaat.’ Erik: 'Als ik zo'n auteur zou zijn, dan zou ik me een soort bekeken voelen of zo.’ Willem-Maarten: 'Dan zou ik me belazerd voelen!’ Erik: 'Ja, nou oké…’ Echte wrijvingen ontstaan, zegt Bas, als docenten een sneer uitdelen naar gelovigen. Dat gebeurt niet veel, maar allemaal hebben ze het wel een keer meegemaakt. Een docent die zei: wat Paulus daar zegt is natuurlijk volslagen onzin. Of dat bij een tentamen gevraagd werd om een vergelijking te maken tussen een oudtestamentische en een oude Egyptische geloofstekst. Sommige studenten weigerden die vraag te beantwoorden, anderen schreven een preek en zeiden dat ze voor de docent zouden bidden. En dan is er nog het thuisfront. Daar blijkt dat de dominee soms precies zegt waarvan jij net hebt geleerd dat de vork een ietsje anders in de steel zit. Erik doet met lichte bulderstem voor hoe zijn dominee preekt over Jesaja 43: 'De profeet spreekt tot de ballingen. Maar als de mensen dan goed hun lesje zouden kennen, hadden ze gezegd: nee, dat kan niet. Want Jesaja is achtste eeuw voor Christus en de ballingen is zesde eeuw voor Christus. Dus u heeft zich vergist.’ Hans: 'Dat merken ze niet eens, hè.’ Erik: 'Dat merken de mensen niet óf ze hebben het gewoon niet door.’ Hans: 'Ze weten gewoon niks.’ Erik: 'En dat vind ik dus verhullend. Dan moet je zeggen: de tweede helft van Jesaja is in de ballingschap pas geschreven. Doceer dat maar gewoon en ga er maar vanuit dat het normaal is. En doe het heel geleidelijk. Ga niet direct zeggen van: gemeente, de deutero-Jesaja is in de ballingschap ontstaan, want dan word je gelijk uit je ambt gezet.’ Bas: 'Je moet een bepaald niveau hebben om te begrijpen wat er aan de hand is. En als je mensen die hun hele leven die bijbel beschouwd hebben als dé waarheid…’ Erik: 'Dan vraag je ook te veel hè.’ Bas: 'Maar ik ben het met jullie eens, het moet wel doordringen op een bepaald niveau.’ Willem-Maarten: 'Je krijgt anders een steeds sterkere discrepantie tussen de wetenschappelijke theologie en de gemeentetheologie.’ Erik: 'Die discrepantie is al ontzéttend groot.’ Bas: 'Ik vermijd het ook vaak hoor, zulke vragen. Het is gewoon niet altijd verstandig. Zij begrijpen je niet. Ze denken: die is ongelovig geworden.'¶Hans: 'Als je nou gelooft dat Jona niet echt in de walvis gezeten heeft. Dat maakt helemaal niets uit wat mijn relatie tot God betreft.’ Bas: 'Maar zeg niet dat de relatie historie-theologie onbelangrijk is. We zijn geen Nico Terlinden natuurlijk hè.’ Zo. Dat moest even duidelijk gezegd worden. 'Wel waar maar niet echt gebeurd’, zegt Bas, 'dat zal ik nóoit zeggen.’ Erik had het al gezegd: waar theologen zijn, ontstaat discussie. Nog even terug naar de discussie over theologie en wetenschap. Willem-Maarten zegt tegen Erik: 'Kijk, die empirie als laatste toetssteen, daar kom je niet onderuit. Die continuïteit van de natuur, dat blijft gewoon een punt. Je kunt altijd die experimenten blijven herhalen. Je kunt misschien niet automatisch zeggen dat als je iets 899 keer hebt gedaan, dat het ook de negenhonderdste keer zal gebeuren. Maar je kunt wel dat negenhonderdste experiment doen.’ Erik: 'Maar het punt is: de continuïteit van de natuur is als zodanig niet bewijsbaar. Het kan ook toevallig zijn. Het kan ook zijn dat er geen continuïteit is en dat wel al die proeven op dezelfde manier slagen.’ Willem-Maarten: 'Aha, maar dan hebben we heel duidelijke gronden om aan te nemen dat die er wel is.’ Erik: 'Maar als je aan een natuurkundige vraagt: waarom is er continuïteit in de natuur? Dan is volgens mij ten slotte het antwoord: dat is gewoon zo.’ Willem-Maarten: 'Nou, dan zal-ie zeggen: uit onze ervaringen van de werkelijkheid maken wij die claim.’ Heel even zwijgt Willem-Maarten en dan zegt hij: 'Kijk, en zo maakt een christen uit zijn ervaringen van de werkelijkheid de claim dat God bestaat.’ Erik: 'Ja, precies.’ Geeft Willem-Maarten toe? Nee. Willem-Maarten: 'Gelovigen ervaren hun geloof als iets dat God aan jou doet. En niet als iets wat je ontdekt. God is een subject dat juist onze werkelijkheid ten volle te boven gaat, dat maakt ook dat wij er niet zo over kunnen spreken als over andere dingen. Wij krijgen God nooit in onze vingers. Wij kunnen hem nooit ten volle beschrijven. Zoals we dat met de rest van de werkelijkheid misschien wel kunnen.’ Ook daar heeft Erik een antwoord op: 'Je zou ook kunnen zeggen dat je wat God van zich bekend maakt, kunt doordenken. Binnen de kaders van de kerk kun je zo wetenschappelijk over God spreken.’ DE THEOLOGISCHE studie lijkt inmiddels zowaar een aanslag op het geloof. Maar dat blijkt schijn. Hans: 'Ik heb gemerkt dat mijn mate van orthodoxie niet eens zo gek veel te maken heeft met hoe letterlijk ik de Schrift opvat.’ Het weerleggen van twijfel sterkt de voetianen juist in hun geloof. Erik: 'Hier vraag je waarom je eigenlijk gelooft. En dan ontdek je dat je dat doet omdat het gewoon waar is. Nu geloof ik iets niet omdat Calvijn het zegt. Maar ik geloof gewoon omdat ik inzie dat het waar is.’ Willem-Maarten: 'Ik denk dat je je geloof heel erg kunt verdiepen. Ik zie ook bepaalde theologiestudenten die de theologie-opleiding eigenlijk zien als een soort hindernis op weg naar het predikantschap. Veel kerkmensen vinden de wetenschappelijkheid van de theologie eng, dat tast je geloof maar aan. Maar God helpt je ook door zo'n studie.’ Hans: 'Er zijn er ook bij die in een defensieve houding blijven. Van: o, dat is allemaal eng en dat moet ik op een afstand houden, want straks raak ik mijn geloof nog kwijt.’