Mens versus dier: De wolf

‘Dat is ’m, de moordenaar’

Schapenboer Jantinus de Groote doet zijn naam eer aan: hij is ‘waarschijnlijk de grootste schapenhouder van Drenthe’, zowel qua veestapel (3500 schapen) als lijf (1.93 meter). En De Groote is rap op weg ook de bekendste schapenhouder van Drenthe te worden. Helaas niet vanwege de tientallen stagiairs van allerlei scholen die hem ieder jaar helpen met aflammeren, of om de ‘zorgjongens’ die door een verblijf op De Groote’s schapenhouderij hun leven weer op de rails proberen te krijgen, of gewoon om hoe hij eigenhandig zijn bedrijf in dertig jaar van de grond af heeft opgebouwd tot wat het nu is. Nee, wie hem googelt leest: ‘Veertien schapen dood: wolf actief in Drenthe?’ En: ‘De Groote wil discussie over wolf in Drenthe.’ In maart vond hij vier van zijn schapen doodgebeten in de wei, sindsdien is hij actievoerder. Tégen wolven in Nederland, die dit jaar al minstens zestig schapen doodden, voornamelijk langs de grens met Duitsland.

Onderweg naar zijn boerderij in Tiendeveen stoppen we even bij een van zijn schaapskuddes. ‘Ze liggen er zo vredig bij.’ In de luwte van een enorme omgevallen boom ligt een vijftigtal schapen fotogeniek te doezelen, zich van geen dreiging bewust. Maar, vertelt De Groote later, veilig zijn ze niet, het hek houdt een wolf niet tegen. In de gezellige woonkamer – schapenbeeldjes, schapenschilderij, schapenuitzicht – van De Groote’s boerderij is het eerste wat hij over wolven zegt: ‘Ik vind het een prachtig dier.’

Even later bekijken we op de televisie een internetfilmpje van een wolf, in april in Drenthe opgenomen met een wildcamera. De Groote laconiek: ‘Dat is ’m.’ De moordenaar, bedoelt hij. Toch neemt hij het de wolf niet eens echt kwalijk. Dat hij de schapen niet opat, dát verwijt hij het beest. Een bloedbad, vier drachtige ooien ‘op ’t ongelukkigste moment doodgemaakt’, voor niks. En al vergoedt het Faunafonds extra voor drachtige schapen, De Groote’s vervolgschade – de niet-geboren lammeren – wordt volgens hem onvoldoende gedekt; een bezwaarschrift is ingediend.

Het belangrijkste punt dat De Groote wil maken (‘Maak dat maar eens duidelijk!’) is dat het niet de één miljoen Nederlandse schapen zijn die meer bescherming nodig hebben, aan die wolf moet iets gebeuren: ‘Je hoeft maar één wolf te pakken! Geef die een chip of een halsband waardoor hij niet bij vee in de buurt kan komen. Zoiets is de oplossing.’

Tijdens de terugrit naar het station wijst de schapenboer naar buiten. Overal bosschages, boerderijen en weilanden. ‘Elke tien minuten komt-ie iets tegen; de wolf past hier gewoon niet.’