Mail & Guardian beschuldigd

Dat is pas racisme

Afgelopen week beëindigde de Zuid-Afrikaanse mensenrechtencommissie haar verhoren van hoofdredacteuren over racisme in de media. Op de valreep werden door het ANC nog ernstige beschuldigingen geuit tegen de kwaliteitskrant Mail & Guardian.

JOHANNESBURG — Een oudere mevrouw, gepensioneerd lerares, doet haar beklag voor de commissie. Radio Pretoria, zegt ze, is een radiostation met een voortdurend racistische ondertoon. De wijze waarop er over zwarte Zuid-Afrikanen wordt gesproken, bijvoorbeeld. Schandalig. En dan speciaal de zwarte mensen die tegenwoordig in de regering zitten. Afgeschafte apartheidsnamen van provincies en steden worden nog gewoon gebruikt, weet de vrouw, en er zijn vrijwel dagelijks presentatoren die zich openlijk afvragen of apartheid in dit land eigenlijk wel heeft bestaan. En of het werkelijk zo erg is geweest als sommige mensen zeggen. Het is haar plicht, zegt ze, hier te getuigen voor de mensenrechtencommissie.

Fier verlaat ze de zaal als haar spreektijd om is. De radiozender mag reageren. Racistisch? vraagt directeur Jaap Diedericks zich af. Dat kán helemaal niet meer in dit land. Radio Pretoria is een blank station en blanken zijn in dit land in de minderheid, zegt hij. Bovendien hebben ze economisch en politiek niets meer in de melk te brokkelen. En wie in een underdog-positie zit, kan onmogelijk racistisch zijn, weet Diedericks uit niet bij naam genoemde ‘wetenschappelijke literatuur’.

Een curieuze verdediging, maar tenminste wel na een concrete klacht. Radio Pretoria ís een radiostation dat de overstap naar het nieuwe Zuid-Afrika nog niet heeft kunnen maken. Samen met bladen als Die Patriot en Die Afrikaner bedient het de schaarse groep ultraconservatieve Afrikaners en slingert daarbij regelmatig standpunten de ether in die de toets van de goede smaak niet kunnen doorstaan. Begrijpelijk dat in het interim-onderzoeksrapport naar racisme in de Zuid-Afrikaanse media Radio Pretoria en de voornoemde Afrikaanstalige bladen ruim aandacht kregen. Mediaonderzoekster Claudia Braude, die eigenlijk kunsthistorica is, had echter bij die specifieke obscure uitgaven moeten blijven, vindt het leeuwendeel van de Zuid-Afrikaanse hoofdredacteuren. Het leeuwendeel dat wit is en de afgelopen maanden heeft moeten getuigen voor een panel van de South African Human Rights Commission, onder voorzitterschap van oud-studentenleider Barney Pityana. Als gevolg van een klacht van de organisatie voor zwarte advocaten over racisme in de kranten Sunday Times en Mail & Guardian is de mensenrechtencommissie een groter onderzoek naar racisme in de Zuid-Afrikaanse media gestart. Het interim-rapport dat november vorig jaar verscheen, sloeg in als een bom. Naast royale aandacht voor de ultraconservatieve pers was er ook stevige kritiek op de reguliere media. Er was kritiek op dagblad The Star, bijvoorbeeld. Dat had nooit een foto mogen plaatsen van twee maraboes op een vuilnisbak. ‘Een symbool voor het vermeende verval van het steeds zwarter wordende centrum van Johannesburg’, oordeelde Claudia Braude — zich overigens niet bewust van het feit dat de foto in de Oegandese hoofdstad Kampala was genomen. Het vooruitstrevende kwaliteitsweekblad Mail & Guardian kreeg stevige kritiek vanwege de kop boven een artikel over de tentakels in diverse Afrikaanse staten van de bloedige oorlog in Angola. ‘Afrikaans oorlogsvirus’, stond erboven. En dat suggereert, vond de commissie, dat Afrikanen slechts oorlogszuchtige types zijn. Ook racisme dus.

Na het tussenrapport is begin maart een serie openbare verhoren begonnen. Aanvankelijk zouden de hoofdredacteuren worden gedagvaard, maar na interventie van het genootschap van hoofdredacteuren zijn de verhoren vrijwillig geworden — anders was er ook geen enkele journalist komen opdagen. In een zaaltje van het Braamfontein Recreation Centre, hartje Johannesburg, konden de hoofdredacteuren zich bij de mensenrechtencommissie verdedigen tegen de beschuldigingen uit het rapport. En konden mensen die meenden slachtoffer te zijn van racisme in de pers hun beklag doen.


HET ZIJN DE laatste dagen van de verhoren. In de gang loopt Claudia Braude onrustig heen en weer. De fel bekritiseerde drijvende kracht achter het onderzoeksrapport wordt geflankeerd door een vaste schare medewerkers die ongevraagd aan iedere belangstellende uitleggen dat hier heus geen heksenjacht gaande is, zoals veel boze hoofdredacteuren menen. Nee, hier wordt aan bewustwording gedaan. En dat is nodig, want niet iedereen weet dat de Zuid-Afrikaanse pers er qua raciale verhoudingen zo ernstig aan toe is, zegt Phumla Mthala van het Media Monitoring Project. De media worden nog te veel gedomineerd door blanke mannen, zegt ze. ‘Je ziet dat bij veel grote kranten nog altijd blanken de leiding hebben. Die mensen vertegenwoordigen een blank beeld van de samenleving. En dan kunnen ze nog zo veel zwarte journalisten in dienst hebben, de inhoudelijke beslissingen worden door de blanke bazen genomen. Ze voelen zich aangevallen door ons. Ten onrechte. Wij willen slechts stereotyperingen uitbannen. Het gaat erom hierover bewustzijn te creëren. We willen discussie over door raciale verhoudingen bepaalde berichtgeving.’


‘NATUURLIJK, er ís racisme in de Zuid-Afrikaanse media’, zegt Tim du Plessis van The Citizen. ‘We leven in een door en door racistisch land en de media zijn dan ongetwijfeld ook racistisch.’ Op zijn hoofdredactionele bureau op een industrieterrein net buiten Johannesburg ligt ostentatief The Sowetan opgeslagen — met bijna twee miljoen lezers de grootste krant van Zuid-Afrika. En vooral gelezen door zwart Zuid-Afrika. De Engelstalige Citizen is van oudsher een meer behoudende krant. Van oudsher, want nu Du Plessis er de scepter zwaait, zal de koers waarschijnlijk wel wat veranderen. Voor zijn komst was Du Plessis adjunct-hoofdredacteur van Beeld, in de voormalige Transvaal de belangrijkste Afrikaanstalige krant. Nog maar drie jaar geleden legde Du Plessis vrijwillig een verklaring af bij de Waarheidscommissie. De Zuid-Afrikaanse pers had zich tijdens de apartheidsjaren kritischer moeten opstellen, betoogde hij. Voor zijn carrière had hij die verklaring echter beter achterwege kunnen laten. Toen bekend werd dat hij het boetekleed had aangetrokken, werd op het laatste moment een ophanden zijnde transfer van Beeld naar het Kaapse dagblad Die Burger afgewimpeld. Door de leiding van Die Burger. De beoogde hoofdredacteur had niet mogen breken met zijn verleden, vond de directie van die krant toen. Du Plessis was veel te progressief voor Die Burger.

Diezelfde Du Plessis moest zich nu verantwoorden bij de mensenrechtencommissie voor vermeend racisme. Dat zit hem niet helemaal lekker. Maar begrijpen doet hij de situatie wel, denkt hij. Du Plessis: ‘Na de verhoren van de Waarheidscommissie was er een algemeen gevoel onder de nieuwe machthebbers dat niet de volledige waarheid over de media gedurende de apartheidsjaren was achterhaald. Daarbij komt dat pas nu, in het post-Mandela-tijdperk, de rassenkwestie daadwerkelijk is teruggekeerd in de Zuid-Afrikaanse samenleving. Omdat vrijwel iedereen zich ervan bewust was dat het enorm belangrijk was de hele boel te laten ontploffen, werd de discussie angstvallig gemeden. Men had het over zoiets als de Rainbow Nation: onder Mandela’s vleugels zou iedereen gemoedelijk kunnen samenleven. Tegelijkertijd wist iedereen dat raciale verhoudingen door het verleden in geen samenleving belangrijker zijn dan in de onze. De regenboognatie was een creatie om de boel een paar jaar bij elkaar te houden, nu gaan we verder. De verhoren van de mensenrechtencommissie zijn hier volgens mij een uitvloeisel van.’

Du Plessis heeft kritiek op de commissie, zoals zo veel blanke hoofdredacteuren. Hij betwijfelt of het rapport van Claudia Braude wel zo wetenschappelijk was en echt serieus genomen had moeten worden. ‘Maar waar ik echt moe van word’, zegt Du Plessis, die na een half uur Engels onverwacht overschakelt op de taal waarin hij jarenlang voor Beeld heeft geschreven, ‘is van al die Afrikaner journalisten die onder de apartheid muisstil waren en zich nu opeens over zoiets als persvrijheid opwinden. Ze zouden moeten matigen. We hebben stuk voor stuk voor kranten gewerkt die in meer of mindere mate de Nationale Partij steunden. Terwijl er in feite nu pas echt persvrijheid is. Nog steeds bestaan er weliswaar wetten die de pers verbieden over bepaalde onderwerpen verslag te doen, maar niemand houdt zich daaraan en er is ook geen haan die daar nog naar kraait.’


VORIGE WEEK woensdag, de laatste dag van de openbare verhoren — De Persombudsman moet zich verantwoorden voor het feit dat hij nooit enig onderzoek heeft gedaan naar racisme. En het Freedom of Expression Institute luidt de noodklok omdat door al dit politiek correcte gedrag de vrijheid van meningsuiting in het geding dreigt te komen. Het ware spektakel komt echter na de lunch. De kip nauwelijks achter de kiezen deelt minister Jeff Radebe rake klappen uit. Aan de hand van de met de Bookerprize bekroonde Zuid-Afrikaanse roman Disgrace van J.M. Coetzee poogt hij het overheersende gevoel van zijn blanke landgenoten, en dus ook de witte hoofdredacteuren, over de veranderingen in Zuid-Afrika te verwoorden. In het boek wordt een jonge witte vrouw verkracht door drie mannen, die daarna ook nog haar huis leegroven en haar vaders auto stelen. Het is een boek, volgens de minister, dat uitgaat van het idee dat alle zwarte Zuid-Afrikanen wraak willen nemen voor de apartheidsjaren. En dat de blanke weerloos moet wachten tot de barbaren ook hem bezoeken.

‘Weerloos, omdat zijn wapens, zijn bezit, zijn rechten en zijn waardigheid hem zijn afgenomen’, buldert minister Radebe door de ademloze zaal. ‘Nelson Mandela werd door de witte media vaak beschreven als een “wonder”, als de meest ideale architect van het nieuwe Zuid-Afrika. Er was maar één probleem: Nelson Mandela was zwart. Maar de blanke media losten dit probleem snel op door Mandela tot uitzondering op andere zwarte leiders te verklaren. Hij gedroeg zich als zwarte op een atypische wijze.’

De minister heeft alles zien veranderen toen Thabo Mbeki meer invloed kreeg en zich langzaam opmaakte voor het presidentschap. De white fear keerde terug in de samenleving en in de kranten. In de Mail & Guardian bijvoorbeeld. Daar werd van de aanstaande president in het artikel ‘A Short Leap to Dictatorship’, waarachtig een karikatuur gemaakt. Radebe: ‘Dit soort onbeschaamde racistische journalistiek portretteert Mbeki als een crimineel en een hiv-besmette verkrachter van blanke vrouwen, verder gaat ze niet.’

De uitsmijter van de ANC-minister is nog het meest opzienbarend. Een siddering gaat door de zaal als hij beweert dat het kritische stuk uit de Mail & Guardian niet is geschreven door Lizeka Mda, wier naam en foto erbij gedrukt stonden, maar door hoofdredacteur Phillip van Niekerk, een blanke Zuid-Afrikaanse man. Vol van white fear.

Enkele dagen later, in het kantoor van de Mail & Guardian in Auckland Park, Johannesburg — Van Niekerk is nog altijd niet over de schrik heen. Dit is een ernstige aanval op zijn integriteit, zegt hij, het ergste wat hem in twintig jaar journalistiek is overkomen. Twintig jaar, waarvan hij de eerste tien niet voor Zuid-Afrikaanse kranten kon werken, tegendraads als hij was. Hij werkte voor buitenlandse kranten, waaronder de Nederlandse Volkskrant, waar hij wél zijn kritiek op het apartheidsregime kwijt kon. Sinds 1997 is hij hoofdredacteur van de Mail & Guardian, vooruitstrevend sinds de oprichting. Ook híj wordt nu een racist genoemd. Het ANC, waar hij in 1994 en vorig jaar bij de presidentsverkiezingen nog op stemde, beschuldigt hem zelfs van zwendel met auteursnamen om de ‘racistische’ kritiek op de regering in een politiek correct sausje te gieten. Lizeka Mda reageerde na de beschuldigingen in The Star, de krant waar ze tegenwoordig werkt. Furieus was ze. Hoe durfde het ANC te beweren dat ze dit stuk niet zelf geschreven had? En waarom denkt juist het ANC dat een zwarte vrouw niet zelfstandig kan nadenken? Dat is pas racisme.

Van Niekerk: ‘Lizeka Mda is voorzitter van de vereniging van zwarte journalisten. Ik viel van mijn stoel van verbazing toen ik de beschuldiging hoorde. Meer dan driehonderd jaar kolonialisme heeft dit land racistisch gemaakt. Dat verander je niet zomaar. De pers heeft daar ongetwijfeld een tik van meegekregen. Als je krantenartikelen onder het vergrootglas legt, vind je altijd wel wat. In willekeurig welk land in Europa zal het zelfs nog ernstiger zijn dan hier, vermoed ik. Wanneer ik schrijf over de oorlog in Kosovo word ik beschuldigd van eurocentrisme, wanneer ik over de oorlog in Congo schrijf, suggereer ik volgens het onderzoek dat zwarte mensen zichzelf niet kunnen regeren.’

Vijf zwarte hoofdredacteuren, onder wie die van de grootste televisie- en radiozender (SABC) en het grootste dagblad (The Sowetan) beklaagden zich begin maart bij de mensenrechtencommissie over de machtspositie van hun blanke collega’s. ‘Als een witte hoofdredacteur wil dat de minister van Financiën vertrekt, dan wordt dat opgepikt door de Financial Times in Londen en staat hij zo op straat’, beweerden de vijf.

‘Crap’, meent Van Niekerk. ‘Hoe kunnen zij beweren dat ze geen macht hebben? Ze zeggen in feite dat mijn weekblad met 36.000 lezers méér macht heeft dan het grootste televisiestation en de grootste krant. Dan is er niet bij ons iets mis, maar bij hen. The Sowetan zou het beste dagblad van het Afrikaanse continent moeten zijn, maar dat is het niet. Het is zelfs een zwakke krant. Als de hoofdredacteur vindt dat hij niet machtig genoeg is, moet hij wat aan zijn krant veranderen. Wij hebben ervoor gekozen corruptiezaken in het overheidsapparaat uit te zoeken en daar kritisch over te berichten. Daar kan men waarschijnlijk niet tegen. Racisme is dat niet.’

Wanneer minister Radebe de beschuldigingen tegen de Mail & Guardian niet snel terugneemt, zal zowel Lizeka Mda als Phillip van Niekerk hem aanklagen. Van Niekerk: ‘De minister heeft onder ede gelogen voor een officieel overheidsorgaan. Daar staat een half jaar gevangenisstraf op. We eisen excuses.’


HET LIJKT EEN ravage die de Human Rights Commission in het Zuid-Afrikaanse medialandschap heeft aangericht — over en weer beschuldigen zwarte en blanke journalisten elkaar van racisme of stigmatiserende berichtgeving. Tim du Plessis van The Citizen ziet het — ‘al zal ik wel naïef zijn’ — minder somber in. ‘De commissie is er in ieder geval in geslaagd bewustzijn te creëren over zoiets als raciale vooroordelen. Veel blanken moeten ondertussen nog leren begrijpen wat apartheid met de zwarte mensen heeft gedaan, dat de littekens nog heel vers zijn. Het steekt dat sommige mensen zeggen: maar dat is tien jaar geleden, dat is verleden. Voor zwarte Zuid-Afrikanen is het dat niet.’

Nieuwsredacteur Tefo Mohale van muziekzender Kaya FM had het niet beter kunnen verwoorden. Mohale — die overigens geen flauw idee heeft waarom hij ook bij de commissie moest getuigen — na afloop van zijn verhoor: ‘Natuurlijk zijn de media racistisch, over zwarte cultuur wordt vaak op veel denigrerender wijze gesproken dan over blanke cultuur. Maar of het nou zo’n verstandig idee was om de aanpak van racisme in dit land te beginnen bij de pers? Journalisten zijn veel te eigenwijs, veel te trots.’

Tijdens de theepauze probeert de radioman aan Margaret Legaum, het blanke panellid, uit te leggen op welke wijze hij op zijn zender probeert de zwarte Zuid-Afrikanen mondig te maken. ‘Niet door mensen tegen elkaar op te stoken, zoals Radio Pretoria dat doet, maar door voortdurend in gesprek te blijven over het verleden — de apartheid mogen we niet vergeten.’ Legaum is geïnteresseerd en wil graag eens naar het station luisteren. Ze vraagt waar ze het kan ontvangen. En hoe lang haar gevoelige oren de afschuwelijke muziek zullen verdragen. ‘Of draaien jullie misschien ook wel eens Beethoven?’