Dat is pas schrijven

Het moet een diepe, diepe teleurstelling zijn geweest voor Seamus Deane toen hij, na eerst al de Booker Prize op het nippertje te zijn misgelopen, ook nog eens het onderspit dolf in de Groene-Boek-van-de-Maandcompetitie. Want Lezen in het donker is een prachtige roman, die die prestigieuze bekroningen ten volle verdient.

Seamus Deane debuteerde als romancier met Lezen in het donker op 56-jarige leeftijd. De ex-klasgenoot van Nobelprijswinnaar Seamus Heaney schreef eerder vier dichtbundels en enkele non-fictionele werken over de Ierse geschiedenis en cultuur. In zijn debuutroman speelt die historie ook een vooraanstaande rol: de verteller, een jonge jongen, groeit op in een Iers gezin dat al jarenlang lijdt onder een immense smet op het familieblazoen, daar aangebracht door oom Eddie, die werd vermoord als verrader in de IRA-opstand van 1922. De jonge verteller begrijpt er niet het fijne van, maar naarmate de jaren vorderen en naarmate hij vaker de verhalen over moord, verraad, schuld en straf afluistert die de familieleden elkaar vertellen, ontdekt hij meer van de schande die zo op zijn directe omgeving drukt. Hij ziet zijn moeder lijden, zijn zes broertjes en zusjes en de talloze neven en nichten, ooms en tantes die rond het goed katholieke gezin dartelen.
Deane heeft zijn roman opgebouwd uit 47 korte tot zeer korte anderhalve bladzijde) hoofdstukken. Het eerste is gedateerd februari 1945, en het voorlaatste juni 1961. Daarna volgt een epiloog, waarin de jongen nog één keer terugblikt en de hele geschiedenis - die van hemzelf, die van zijn familie en die van Ierland in de jaren veertig en vijftig - nogmaals de revue laat passeren. Hij doet dat door, als zo vaak, in te zoomen op zijn moeder. Dat is een van de mooiste verhaallijnen van de roman, die relatie tussen de jongen en zijn moeder. Hij heeft medelijden met haar als ze gekweld is, maar neemt ook afstand als hij ziet dat ze weigert te spreken en zich liever lijkt te wentelen in haar schaamte.
Lezen in het donker doet denken, al is het maar door de stemmige omslagfoto, aan de film Distant Voices, Still Lives van Terence Davies. Daarin gaat de regisseur-verteller terug naar zijn jeugd in het vroegere Groot-Brittannië, en vertelt op een licht melancholieke toon over de liedjes die werden gezongen in de cafés, de huwelijken die werden gesloten tussen mensen die elkaar eigenlijk niet konden lijden, de ruzies en conflicten en vooral over zijn eigen volwassenworden. Het is vooral de sfeer die bepalend is voor het verhaal, en eenzelfde nostalgische stemming ademt ook Lezen in het donker.
‘De leraar Engels las een voorbeeldig opstel voor dat, tot onze verrassing, was geschreven door een jongen van het platteland. Het was een verhaal over zijn moeder die de tafel dekte voor het avondeten en dan samen met hem wachtte tot zijn vader thuiskwam van het land. (…) Alles was zo simpel, vooral de manier waarop ze wachtten. …) Dan werd er niet meer gesproken, alleen het getik van de klok en het geborrel van de ketel en de porseleinen hondjes op de schoorsteenmantel die elkaar, zoals altijd, schuin aankeken. “Dat”, zei de meester, “is nog eens schrijven. Dat is gewoon de waarheid vertellen.”’
Zo is het exact met Lezen in het donker: met een subtiele eenvoud vertelt Seamus Deane een ontroerend verhaal over een gekwelde jongen in een gekweld gezin in een gekweld land. Of de waarheid van de jongen ook dè waarheid is, doet er niet toe. Het gaat erom hoe die verteld wordt. Gewoon.