Dat nooit!

Sinds de oorlog is het aantal onafhankelijke kranten gestaag gedaald. Met de verkoop van het Algemeen Dagblad en de NRC aan, wie weet, De Telegraaf, wordt in dat proces een zorgwekkende grens overschreden. Maar wie protesteert?
EEN DAGBLAD is geen rookworst. Een opinieweekblad is geen autobandenfabriek. Maar Pierre Vinken heeft dat nooit begrepen. Toen hij dit voorjaar aftrad als bestuursvoorzitter van Elsevier Reed was binnen dat gigantische bedrijf de aanbidding van de doelmatigheid verheven tot het enig toegelaten Grote Geloof. En de doelmatigheid stond in dienst van de apotheose: winst. En daarna: meer winst. En daarna: nog meer winst. Toen Pierre Vinken in de jaren zeventig de Nederlandse Dagblad Unie (NDU) onderdeel wist te maken van zijn concern, moet dan ook een grootheidsvisioen het brein van Vinken hebben doorkruist. Hij hield niet van dagbladen. Eens stelde hij in een interview dat er steeds meer dagbladen zouden moeten verdwijnen, tot er in Nederland maar twee over zouden zijn, en een van die twee zou eigendom zijn van Elsevier.

In de archieven is niet te vinden dat Pierre Vinken zijn vreemd radicale visie op de toekomst van de krant in Nederland ooit heeft herzien. Wel is duidelijk dat hij de NDU nooit echt heeft liefgehad. De bestuurders van de NDU in Rotterdam deden wat ze konden om ‘Amsterdam’ te plezieren. 'Amsterdam’ regeerde evenwel via het edict. Steeds werden nieuwe streefcijfers verordonneerd, die moeilijk of in het geheel niet te realiseren waren.
In hoeverre het commerciele en organisatorische genie Vinken echt weg is bij Elsevier valt moeilijk in te schatten. Maar wat zonder de geringste twijfel bij Elsevier Reed bleef, is de cultuur waarmee hij in de zestien jaar van zijn bewind niet alleen de mensen maar - lijkt het - zelfs de gebouwen en de wijze van archiveren en corresponderen heeft doordrenkt. Het besluit NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad, Rotterdams Dagblad, Brabants Nieuwsblad en een reeks kleinere componenten (bij elkaar de NDU) af te stoten, is lineair verbonden met het beleid-Vinken. De motivering die Elsevier Reed heeft gegeven voor het in de etalage zetten van de NDU is een omfloerste waarheid. De NDU - heet het - past niet meer binnen het zakelijk concept van de onderneming. Aardig gevonden. Je zegt natuurlijk niet, als je een onderneming wilt verkopen, dat de winst niet voldoet aan je hoge normen. Noch stel je dat de winstvooruitzichten voor de eerstkomende tien jaar matig tot zeer matig zijn. Maar in werkelijkheid is er geen enkel verschil tussen het afstoten van de NDU door Elsevier en het weer eens dumpen van een onderneming door Joep van den Nieuwenhuyzen van Begemann.
JURIDISCH HEEFT Elsevier Reed natuurlijk het volste recht de NDU te verkopen. Juridisch is een dagblad gelijk aan een rookworst of een bandenfabriek. Maar ethisch gezien heeft de uitgever van een dagblad, een opinieweekblad en een (bepaald soort) maandblad te maken met een loden factor: het functioneren van onze samenleving. Zonder een vrije, pluriforme pers kan de democratie niet functioneren. Er bestaan veel vormen van democratie; geen enkele vorm kan buiten de vrije, onafhankelijke pers. Welnu, met de verkoop van de NDU - inclusief de krant die in Nederland bijna een instituut is geworden: NRC Handelsblad - dreigt een grens te worden overschreden. Noch Pierre Vinken, noch de huidige leiding van Elsevier Reed kunnen dat helpen. Ze zijn, buiten hun schuld, terechtgekomen op het punt waar een al zachte bodem overgaat in een moeras.
De historische feiten laten geen enkele twijfel toe.
Voor de oorlog, in 1939, toen Nederland miljoenen minder inwoners telde dan nu, waren we honderdtwintig dagbladtitels rijk, inclusief vijftig kopbladen. Zonder de kopbladen dus zeventig onafhankelijke kranten. In 1946, vlak na de oorlog, was dit aantal onafhankelijke kranten zelfs toegenomen: 124 titels, waarbij een onbekend aantal kopbladen. Sindsdien zette de afkalving zich versneld voort. Kopbladen niet meegerekend, waren er in 1960 61 titels, in 1985 43 titels en in 1995 39 titels.
Deze cijfers zijn eigenlijk nog iets te mooi. Want er zitten enkele 'bijzondere categorieen’ bij. Zoals de Staatscourant, het Financieele Dagblad, het Reformatorisch Dagblad. Geheel uitgekamd blijven er zegge en schrijve 32 onafhankelijke titels over, inclusief het inmiddels al aan de (Brabantse) VNU verkochte en ten dode opgeschreven Brabants Nieuwsblad.
Gaan we ervan uit dat vooralsnog de dagbladpers onderworpen blijft aan de ijzeren wetten van de markteconomie, dan zal op korte of iets langere termijn nog een aantal dagbladen gedoemd zijn te verdwijnen. Nog maar tien jaar geleden kon een krant rond draaien, mits verspreid binnen een redelijk compact afzetgebied, met een oplage van 40.000. Op het ogenblik ligt de hongergrens bij het absolute minimum van 50.000. Hetgeen wil zeggen dat het Friesch Dagblad (22.000) snakkend naar adem probeert te blijven leven, dat De Gooi- en Eemlander (52.500) bedreigd is en Het Nederlands Dagblad (22.000) ook met de strop rond de nek loopt.
De opvoering van het schimmenspel rond de verkoop van het Brabants Nieuwsblad door de NDU aan de VNU is kenmerkend voor de actuele situatie in de dagbladwereld. Het is nobel dat de redactie van het Nieuwsblad een hele dag staakte om te protesteren tegen de voorgenomen samenvoeging van hun ex-NDU-krant met De Stem. Het is van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) Greenpeace-achtig stuntwerk om eisen te stellen aan de VNU via een kort geding en de victorie te proclameren (en intrekking van het geding) op basis van de vage VNU-belofte om af te zien van de fusie tussen De Stem en het Nieuwsblad. Maar wie in het hele gedoe iets anders waarneemt dan een tijdelijk tactisch terugtrekken van de VNU-heren teneinde te kunnen toeslaan zodra de gemoederen gesust zijn, is ronduit naief. Want dit zijn de harde cijfers: het Brabants Nieuwsblad heeft een oplage van om en nabij de 53.000. Het blad is dus nauwelijks rendabel. De Stem daarentegen zit tegen de 110.000. Een fusie zou, als rekening wordt gehouden met enig verlies aan lezers, kunnen rekenen op 150.000. En de daarbij behorende winstmarge van ruim negen procent. Of anders gezegd: aangezien in West-Brabant nauwelijks ruimte is voor twee provinciale onafhankelijke kranten, is de fusie onvermijdelijk. (Zoals in Rotterdam het samengaan onvermijdelijk was van eerst Het Vrije Volk en Rotterdams Nieuwsblad en later het opgaan van die twee in de nieuwe titel Rotterdams Dagblad.)
HET VERDWIJNEN van een kleine provinciale krant tast natuurlijk de pluriformiteit aan. En de waarde van de pers in een bepaald verspreidingsgebied. Maar Nederland heeft al stilzwijgend aanvaard dat we het zullen moeten doen met een krant per regio. Zelfs de grote steden hebben in het huidige krantenklimaat slechts recht op die ene krant. En op die ene krant rust dus de loodzware taak als 'vrije pers’ de democratie te dienen.
Elsevier Reed heeft, behalve nog twee kranten (Dordtenaar en Rijn en Gouwe), slechts twee grote vissen in de vijver. Maar het zijn heel grote vissen: Algemeen Dagblad (408.000) en NRC Handelsblad (265.000). Via kranten, tijdschriften, radio en televisie zijn speculaties gelanceerd over de vraag wie de grote vissen zou kunnen kopen. Vrij Nederland van de afgelopen week heeft zelfs vijftien gegadigden gelocaliseerd. Koele, heethoofdige, afwerende en deftig Duits sprekende gegadigden. Waarbij opgemerkt dat we de Duitsers niet al te serieus moeten nemen.
De harde waarheid is natuurlijk dat niet te voorspellen is hoe het balletje in de roulette zal gaan rollen. Ze hebben er, mogen we gerust aannemen, zelfs bij Elsevier Reed geen idee van. Men hanteert bij Elsevier slechts een dogma, vervat in de erfenis van Pierre Vinken: Elsevier Reed zal alles doen om voor de resterende NDU-bladen, als geheel of in mootjes gehakt, zoveel mogelijk guldens, dollars, ponden sterling of Duitse marken binnen te halen. Of misschien aandelen in een begerenswaardige maatschappij in binnen- of buitenland. Aan wie wordt verkocht, zal Elsevier geheel niets kunnen schelen. Het concern heeft geen andere dagbladen, hoeft dus niet te vrezen voor concurrentie in althans deze sector.
DE NEDERLANDSE gegadigde die het meest wordt genoemd, is uiteraard de Telegraaf Holding. Niemand twijfelt eraan dat dit bedrijf beschikt over de nodige middelen om de 900 miljoen gulden of zelfs het miljard dat Elsevier Reed voor ogen schijnt te zweven, op te hoesten. De NRC-redactie heeft zich als een stel lammeren al bij voorbaat neergelegd bij De Telegraaf als moeder. Kleine moeilijkheid wat die Telegraaf betreft: het 'herenakkoord’ zou moeten worden bijgezet in het pershistorisch museum. Het 'herenakkoord’ is een documentloze afspraak tussen alle leden van de Nederlandse Dagblad Pers (NDP) dat geen concern meer dagbladen zou kunnen bezitten dan een derde van het totaal. Met NRC en AD zou De Telegraaf ver boven die 33 procent uitkomen - De Telegraaf bezit al 24 procent.
Aangezien De Telegraaf, net als Elsevier Reed, slechts een heilig doel kent, namelijk winst maken, zijn roetzwarte scenario’s geschreven over wat er zou kunnen gebeuren. De Telegraaf zou het AD kunnen opslokken, precies zoals in Brabant de VNU het Brabants Nieuwsblad wil laten opvreten door De Stem. Gewoon een concurrent met geld uit de weg ruimen.
Hoe lang de NRC met De Telegraaf als moeder onafhankelijk zou kunnen blijven, is een academische vraag. Voorop zou natuurlijk moeten staan dat de NRC niet in handen mag vallen van De Telegraaf. Evenmin als NRC Handelsblad verkocht zou mogen worden aan een buitenlander als Rupert Murdoch of een van zijn collega’s. Tenzij men een onbedoelde grondwetswijziging zou willen forceren en buitenlanders stemrecht verlenen.
Te ver gezocht? Het schrikwekkende voorbeeld van wat ook in Nederland zou kunnen gebeuren speelt reeds in Engeland. Rupert Murdoch controleert in het Verenigd Koninkrijk meer dan de helft van de dag- en zondagsbladen. De onafhankelijkheid van die dagbladen op politiek gebied is ondanks de eigen, duur betaalde hoofdredacteur in de praktijk nul. Enkele weken geleden heeft Labour-leider Tony Blair zich verzekerd van de steun van Murdoch. De praktijk: alle kranten die eigendom zijn van Murdoch steunen Labour. John Major heeft de komende verkiezingen verloren. Hij won vier jaar geleden die verkiezingen dank zij de steun van dezelfde Murdoch.
Het is griezelig maar waar. Murdoch is niet de enige supermagnaat die kwalijke en enorme invloed heeft op de opinievorming. Italie heeft Berlusconi. Duitsland Springer. Potentaten met enorme macht dank zij het bezit van kranten zijn er de laatste honderd jaar altijd geweest (Hearst, Beaverbrook). Maar nu beheersen ze radiostations en tv-kanalen, de weerstand tegen hun macht wordt steeds zwakker.
Bij het schetsen van wensplaatjes over de toekomst van NRC en AD speelt natuurlijk ook Nederlands fraaiste krantencombinatie, de Perscombinatie Meulenhoff (PCM), mee. Een stel stichtingen waarin opgenomen Trouw, Het Parool en de Volkskrant, en sinds een jaar ook de uitgeverij Meulenhoff. Dank zij Meulenhoff heeft PCM een spectaculaire winstgroei kunnen realiseren: van rond vijftien miljoen naar ruim 59 miljoen, ofte wel netto van 4,7 naar 10,1 procent. Idealisten dromen over de mogelijkheid dat de NRC 'lid’ zou kunnen worden van PCM. Maar los van het kapitaal dat daarvoor nodig zou zijn: de NRC is de grote concurrent van de Volkskrant. Moeilijk dus.
En dan is er natuurlijk Wegener (tien regionale dagbladen zoals Haagsche Courant, Zwolsche Courant, Apeldoornsche Courant). NRC Handelsblad bij Wegener? Commentaar van een insider: 'Je moet er niet aan denken!’ AD bij Wegener? Wegeners grootste krant heeft een oplage van ruim 150.000 (Tubantia/Twentsche Courant). Het AD lijkt met ruim 400.000 niet bij Wegener thuis te horen, maar je kunt niet weten.
Er wordt op het ogenblik in Nederland niet alleen poker gespeeld met de structuur van de hele krantenwereld als inzet. Op tafel ligt ook een niet in miljoenen te bevatten andersoortige inzet: de kwaliteit van ons dagbladbestel. Het Nederlandse parlement kijkt vooralsnog toe, enkele leden van de Tweede Kamer met iets meer dan een schuin oog. Maar van enig alarmstadium is nog geen sprake. Niet van rood. Zelfs niet van rose. Of geel. En toch, als binnen heel korte tijd Nederland nog maar dertig onafhankelijke kranten zal tellen (kranten met een eigen hoofdredacteur), is het alarmloze stadium definitief voorbij.