Dát paard en dát paard

Als Derk Thijs naar het landschap kijkt, dan maakt hij dat schoon. Zo ontstaat de eenvoud in zijn werk.

Medium untitled 2c50x65cm 2ccharcoal 20on 20paper 2c2015

Kennelijk voelen kunstenaars, bij tijd en wijle, een soort noodzaak tot schoonmaken – als er in het schilderen te veel woekering van gekrulde versiering over de klaarheid van vorm is terechtgekomen. In de jaren zestig zagen we de witte panelen van Ad Dekkers met alleen wat rechte lijnen, zo weinig mogelijk. Ze waren slank en helder, zonder te veel overvloed, maar niet schraal. Daar moest ik ook aan denken bij het zien van nieuw werk van Derk Thijs. Hij had daar ook een stuk tekst bij geschreven waarin hij vertelde (ik vat samen) dichter bij het motief te willen zijn als hij aan het werk was. Motieven voor zijn kunst vindt hij in het landschap – niet de natuur, maar van het land zelf, de statige ligging, met de lucht erboven en het spektakel van licht en wolken. Dat houdt hem bezig. Maar in het atelier, als hij daar doende was een opzet uit te werken van een landschap dat hij gezien had, ging hij ten opzichte daarvan juist een vreemde afstand voelen. Tegenover wat je fris gezien had, ontstond een paar dagen later twijfel en voorbehoud. Om nu de afstand tussen motief en het tekenen en schilderen te verkleinen (op te heffen eigenlijk) heeft hij een ruime bestelwagen gekocht en die als atelier ingericht.

Medium westerland 2c50x65cm 2ccharcoal 20on 20paper 2c2015

Zo was hij dicht bij het motief en in hetzelfde licht. De bedoeling is dat je dan met geduldiger aandacht kijkt. Inderdaad zijn de twee tekeningen, hier afgebeeld, scherpe waarnemingen. Het is moeilijk te zeggen of ze anders zouden zijn als Derk Thijs ze een paar dagen na het zien zou hebben gemaakt – op afstand, met allerlei wikken en wegen, met voorbehoud. Aan de tekening met de paarden in de wei kun je zien dat hij heel dicht bij het motief stond te kijken. Onderin begint de waarneming met een heg en rechts de vertakking van fluitekruid met die typische schermbloemen. Dan komen we meteen in het tafereel van de paarden. Maar daar loopt ook een man over een weg die schuin door het land loopt. Bijzonder is dat dichtbije. De waarnemingsvorm van dit soort landschappen is ontstaan in de negentiende eeuw toen het en plein air werken in de mode kwam en schilderijen natuurlijk en net echt moesten zijn. Toch werd in de uitwerking dat wat gezien werd op wat meer afstand gezet. Landschappen zagen er dan statiger gecomponeerd uit en rustiger in het verloop – van voor naar achteren en in de breedte.

De tekenaar vond een recht stuk heg dat daar krachtig als een sculptuur kwam te staan

Derk Thijs zat zo dicht op zijn motief dat hij er ook half in zat. Dat was de bedoeling: als je kijkt en tekent moet je blik niet in de omgeving afgeleid raken maar daar blijven waarnaar je kijkt. Aan de drie paarden kun je ook zien dat ze één voor één zijn getekend: niet een paard en nog een paard, maar dat paard en dat paard. In de andere tekening van een boerderij met schuren langs een bochtige dijk (gezien vanaf de hoger gelegen weg voorlangs) zien we met welk een scherpe aandacht de hoekigheid van daken en muren karakteristiek is gemaakt. In het midden dan, ter hoogte van de twee wandelaars, vond de tekenaar ineens een recht stuk heg dat daar zo krachtig als een sculptuur kwam te staan – midden in die door wegen geplooide ruimte, van rechts onder de weg naar links en ook, langs een sloot, de weg het land in.

Medium dt 2015 re 23 dt pai

Hebben we het over het schoonmaken, ook van de waarneming, dan bedoel ik de bescheiden eenvoud van kijken, zonder virtuoos te zijn, die we in deze tekeningen zien. Op zo’n plek kun je als je naar boven kijkt ook een blik van dichtbij van de wolken krijgen. Meestal worden ze door de schilder in de verte gezien: letterlijk drijvend aan de einder. In het grijzige schilderij van Derk Thijs hangt in het ensemble iedere wolk op zich – klodderige vormen, of wezens zoals de schilder zegt. Intussen heb ik het niet over realistisch gepriegel, maar over een helderheid en een energie die in de waarneming zelf zitten. Zoals de dichter Wordsworth lang naar een vlinder keek die in zijn tuin stil op een bloem zat: indeed/ I know not if you sleep or feed. Iemand vroeg mij ooit met welke schilder ik Wordsworth zou vergelijken. Mondriaan natuurlijk, vanwege de eenvoud en aandacht en het geduld en omdat in zijn schilderijen lijnen en kleuren heel stil hun plaats hebben, maar net als die vlinder op miraculeuze wijze ook een beetje beven – omdat ze leven.

PS Nieuw werk van Derk Thijs is nog tot 9 januari 2016 te zien bij Galerie Onrust, Planciusstraat 7, Amsterdam


Beeld: (1) en (2) Derk Thijs: Westerland , 2015, houtskool op papier, 50 x 65 cm; Zonder titel, 2015, houtskool op papier, 50 x 65 cm. (3) Lucht (onderaan), 2015, olieverf op linnen, 80 x 90 cm. Foto’s Courtesy Galerie Onrust