Dat vind ik niet leuk

Indische mensen schamen zich altijd. Ik ben bijvoorbeeld nog van een generatie die van zijn ouders eigenlijk niet het woord leuk mocht gebruiken. Iedere keer als mijn vader het woord leuk gebruikte keek hij met van schrik opgetrokken wenkbrauwen naar mijn moeder, die dan neutraal voor zich uit staarde en deed of ze niets had gehoord. Het kwam ook wel voor dat mijn moeder zei dat ze iets ‘leuk’ had gevonden, en dan oogde ze betrapt als een kind dat een windje heeft gelaten.

Nu was er thuis niet vaak iets leuk, dus we gebruikten het woord zelden. Ik geloof dat we het woord ‘verschrikkelijk’ vaak gebruikten.
Toen ik wat ouder was, vroeg ik aan mijn vader waarom ik eigenlijk het woord leuk niet mocht gebruiken - terwijl ik het ook Hare Majesteit de Koningin Juliana had horen zeggen in een interview. ('Ik heb het heel erg leuk gevonden in Indonesie.’) Mijn vader zette zijn rechterhand aan zijn mond - de tafel en de stoelen mochten blijkbaar niet horen wat er gezegd ging worden - wendde zich tot mijn oor en fluisterde: 'Leuk betekent eigenlijk… geil.’ 'Geil?’ herhaalde ik hardop. Vader donderde toen bijkans van zijn stoel. Geil, dat was zo'n verboden woord dat op de nimmer opgeschreven index stond. Je verlaagde je ermee tot een bepaalde klasse waartoe je niet behoorde, en je kwetste er anderen mee om redenen die je niet begreep. Indische mensen kennen veel verboden woorden.
Het werd voor mijn broer en mij een sport om zo vaak mogelijk het woord leuk te gebruiken. 'Juffrouw Muller van Engels is zo'n leuke vrouw, pap. Ze draagt leuke rokjes en ze praat altijd leuk.’ Broer en ik lagen dan blauw van het lachen.
Ikzelf kan nu het woord leuk niet meer horen. Ik heb het te vaak gehoord en te vaak gebezigd. Leuk mag dan afkomstig zijn van geil, het effect van het woord bewerkstelligt bij mij precies het omgekeerde van zijn oorspronkelijke betekenis.
In mijn jeugd en tijdens mijn studie heb ik nooit vermoed dat er woorden zouden zijn - vooral niet met betrekking tot de seksualiteit - die mij zouden kwetsen. Ik ben immers een kind van de jaren zestig. Opgevoed tussen de groepseksende paren en het verstandig ouderschap, tussen flower-power en de molotov-cocktail. Woorden, zo leerde ik, hebben eigenlijk geen waarde - en de woorden die dat wel hebben zouden dat eigenlijk niet moeten hebben. Was kleed mooier dan tapijt? Waarom dan? Was gebakje beter dan taartje? Was wc beter dan toilet? Allemaal onderscheidingen die ik thuis leerde, maar eigenhandig en met behulp van de wetenschap weer afbrak. Vooral woorden die het denken belette - woorden met een seksuele connotatie - moesten juist worden gebruikt om nieuwe wegen in te kunnen slaan.
Maar de taal die mijn dochter en haar vriendinnen nu spreken, ik zeg u eerlijk, ik kan het niet aan. Elke week weer stoort het mij.
'Hoe was het op school, schat?’ 'Shit, die kut van Duits gaf een onverwacht shit-proefwerk. Ik haat haar. Ze moet dood.’
Het doet me pijn, die kut. En die dood ook. Van de winter had ik al een sneeuwbal in mijn gezicht gekregen - en werd ik opeens de boze diender op het plaatje van een van mijn favoriete kinderboeken; nu gleed ik uit over een verse verbale drol. Hoe vaak heb ik zelf niet kut, klootzak, boerelul gebruikt als beschrijving van een docent?
'Het ligt aan de chips’, zei ik tegen mezelf. 'Dochter propt haar mond ermee vol, en dit soort woorden en uitdrukkingen komt er dan uit. Ik at ook veel chips.’ Want dat gevreet, evenals het onmachtig televisiegestaar, treitert mij.
Het ergste is dat ik niet zo wil reageren als mijn vader, en ik vraag me af of iemand begrijpt hoe totaal belachelijk ik me voel wanneer ik vervolgens tegen mijn dochter zeg: 'Zo praten, dat moet je niet doen schat, dat vind ik niet leuk. Nee, dat vind ik helemaal niet leuk.’