A Tale of Hidden Histories

Dat wat blijft kleven

In de tentoonstelling A Tale of Hidden Histories worden verhalen opgediept uit de geschiedenis. Kunstenaars zetten midden in een verhaal de tijd stil, of brengen de geschiedenis opnieuw in beweging.

Broomberg & Chanarin, The Day Nobody Died, 10 juni 2008. C41 print, gemonteerd op aluminium, 76,2 x 600 cm © courtesy Lisson gallery, Londen/New York

Het is een klein zwart boek – dik en gedrongen met een zachte, leren kaft – dat mijn aandacht trekt te midden van stapels kunstboeken op een tafel in een museumwinkel. Niets van zijn inhoud geeft het boek aan de buitenkant prijs, niets dan de gouden letters die in het leer op de rug zijn gestanst: Holy Bible en daaronder twee namen, Adam Broomberg en Oliver Chanarin. Sla je het boek open, dan vind je daar inderdaad het bijbelverhaal, in kleine zwarte letters gedrukt op meer dan zevenhonderd flinterdunne pagina’s – het boek ligt zwaar in de hand. Maar lang niet elke pagina is leesbaar: een groot deel van de tekst gaat schuil achter een foto, in kleur of in zwart-wit, die afkomstig is uit het Archive of Modern Conflict in Londen. De foto’s tonen vooral rampen en ellende: geweld, ziekte, ongelukken, massagraven, een hanengevecht en een sip kijkende clown. Adam Broomberg en Oliver Chanarin, samen bekend als het duo Broomberg & Chanarin, gebruikten het klassieke bijbelverhaal als achtergrond voor recente tragedie. Ze onderstreepten op elke bladzijde enkele woorden in de tekst en zochten een passende foto. De Openbaring op de laatste bladzijden kreeg van de kunstenaars 9/11 toebedeeld, de eeuwenoude woorden overschreeuwd door de beroemde foto die werd genomen enkele seconden nadat het tweede vliegtuig in de tweede toren was gevlogen.

De bijbel vertegenwoordigt voor de één de ultieme waarheid, voor de ander de ultieme leugen. Het verhaal is feilbaar op eenzelfde manier als dat verhalen gevangen in fotografie en op film dat zijn: ze bleven bewaard omdat ze werden opgetekend, met een fototoestel werden vastgelegd of met een videocamera werden opgenomen, maar de vorm waarin ze werden gegoten roept meer vragen op – over de mensen die het verhaal vertellen en over de mensen die buiten beeld bleven – dan dat hij iets wezenlijks zegt over een historische waarheid. Behalve dan dat zoiets niet bestaat, dat zelfs de bijbel voor interpretatie vatbaar is – en dat is vruchtbare grond voor de kunst.

Broomberg en Chanarin lijken wel bijzonder sceptisch over de overlevingskansen van een verhaal, voor twee kunstenaars die oorspronkelijk werden opgeleid als fotograaf. Toen ze in 2008 door het Britse leger werden uitgenodigd om naar Afghanistan te reizen, om daar verslag te doen van de oorlog, lieten ze hun camera’s zelfs thuis. In plaats daarvan namen ze een rol fotopapier mee. Op een film die ze maakten is te zien hoe een lichtwerende doos met de rol papier hun studio in Londen verliet en aan een lange reis begon. In Afghanistan werd de doos rondgereden op de neus van een truck, langs checkpoints en door stofwolken, dwars door een woestijn. Eenmaal aangekomen bij het front maakten de kunstenaars hem pas open op ‘de dag dat niemand stierf’: voor alle incidenten die tijdens hun verblijf om hen heen hadden plaatsgevonden, voor alles waar een andere oorlogsfotograaf een foto van had genomen, voor de doden die er vielen – en dat waren er veel die maand – haalden ze een strook fotopapier uit de doos. Ze legden het lichtgevoelige papier voor twintig seconden op de grond, in het Afghaanse landschap, onder de Afghaanse zon. Dat was alles wat ze wilden vastleggen.

Omer Fast, Continuity, 2012. HD-video-installatie, kleur, geluid, 40 min. Gemaakt in opdracht van documenta 13 © Philip Wölke / courtesy James Cohan, New York; GB Agency, Parijs; Dvir Gallery, Tel Aviv/Brussel

The Day Nobody Died (2008) is een reeks van zes meter lange stroken fotopapier waarop kleuren zich aan het wit hebben vastgegrepen als vlammen aan de randen van een brandend vel briefpapier. Sinds het bezoek aan Afghanistan reist de ‘fotoserie’ de wereld rond, dit voorjaar naar Eye Filmmuseum waar het werk deel uitmaakt van de tentoonstelling A Tale of Hidden Histories. Tussen de vele bewegende beelden in de tentoonstelling, de films en video’s, is het stille The Day Nobody Died te zien als een vertrekpunt. Waar beelden op foto en film de eigenschap hebben gemakkelijk verspreid en vermenigvuldigd te kunnen worden, maakten Broomberg en Chanarin van hun stroken fotopapier unieke kunstwerken. In het kunsttijdschrift Tate Etc. schreven ze over de serie: ‘Het ging ons er niet om hoe de beelden eruitzagen, zolang ze maar verschillend waren, want het belangrijke was dat het papier fysiek op die plek aanwezig was, als getuige. De resultaten onthouden de kijker het louterende effect dat geboden wordt door de conventionele taal van fotografische reacties op conflict en lijden; ze werpen vragen op over authenticiteit in plaats van over reproduceerbaarheid.’ Het verhaal van de oorlog in Afghanistan is op de foto’s van Broomberg en Chanarin verborgen, maar niet verloren: het kleeft aan het papier dat ze er naartoe stuurden – op eenzelfde manier als het kleeft aan alle mensen die er een rol in speelden, als militair, als burger, als slachtoffer – zonder dat voor één perspectief is gekozen. Dat bemoeilijkt zonder twijfel het navertellen van de geschiedenis, maar wat je ziet, is tenminste waar.

Vanuit die gedachte ontvouwt A Tale of Hidden Histories zich in uiteenlopende richtingen. De verborgen geschiedenissen uit de titel worden door de deelnemende kunstenaars opgediept en vanuit een andere hoek bekeken. Ze zetten de tijd stil, midden in een verhaal, of brengen de geschiedenis opnieuw in beweging. Ze gaan op zoek naar herinneringen en spelen ze na. Dat de kunstenaars, vijf mannen, afkomstig zijn uit vier verschillende werelddelen draagt bij aan het brede perspectief van de tentoonstelling: Broomberg werd geboren in Zuid-Afrika en Chanarin in Londen, Omer Fast in Israël, Meiro Koizumi in Japan en Chia-Wei Hsu in Taiwan.

De verhalen die zij in de tentoonstelling brengen zijn verhalen die al die landen raken: over de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog, de oorlogen in Irak en Afghanistan. Oorlogen zijn als scheuren in de wereldgeschiedenis, waarbij landen tegenover elkaar komen te staan en partij moet worden gekozen op basis van een idee over waarheid. Toch zijn het niet zomaar oorlogsverhalen. Centraal staan juist de rafelranden van de geschiedenis en de details die eruit bewaard bleven in ons geheugen, verhalen die nooit in de boeken worden verteld en die zomaar verloren hadden kunnen gaan. Oorlog gaat onherroepelijk gepaard met een moment van afscheid en soms met een moment van terugkomst, de oorlog achter de rug. De verhalen in de tentoonstelling zijn kleine geschiedenissen die zich uitstrekken tot ver buiten het conflictgebied.

Chia-Wei Hsu, Huai Mo Village, 2012. HD-video-installatie, kleur, geluid, 8 min. 20 sec. © courtesy the artist
‘De resultaten onthouden de kijker het louterende effect dat geboden wordt door de conventionele taal van fotografische reacties op conflict en lijden’

Ook in de film Continuity (2012) van Omer Fast wordt de reis afgelegd tussen Afghanistan en Europa. In Duitsland staat een taart op tafel, een bos autosleutels ligt klaar en op een mobiele telefoon komt het bericht binnen dat hij is gearriveerd. De zoon. Hij is terug, hij staat in zijn legerkleding met zijn legertas te wachten op zijn ouders bij een troosteloze bushalte van een Duits dorp. Vier keer achter elkaar brengt Fast in zijn film in beeld hoe de ouders hun zoon gaan halen. Vier keer stappen ze in de auto, vier keer omhelzen ze hem, aarzelend, vier keer gaat het gezin die avond samen aan tafel, vier keer betreedt de zoon voor het eerst sinds lange tijd zijn jongenskamer. De details die Fast in beeld brengt, zijn typerend voor zijn werkwijze: de Duitse vlag van marsepein die boven op de taart ligt, de kerstboom met lichtjes naast de eettafel.

Fast is filmmaker, ook van een speelfilm, Remainder (2015). Hij weet hoe hij een scène betekenisvol moet construeren, maar geeft dan zijn materiaal de draai die hem tot een gevierd beeldend kunstenaar maakt. Voor zijn film 5000 Feet is the Best (2011) – niet te zien op de tentoonstelling, maar wel vertoond op een avond met Fast in Eye Filmmuseum – interviewde hij een dronepiloot van het Amerikaanse leger. Dat dat lukte was op zich al heel bijzonder, maar in plaats van zijn materiaal één op één met zijn publiek te delen, maakte Fast er een film van met beelden vertoond in een loop, waarbij we weliswaar steeds verder afdrijven van de realiteit van het vertelde verhaal, maar waarschijnlijk de pijn van het trauma het dichtst naderen.

Ook de vier ontmoetingen in Continuity voltrekken zich namelijk steeds net anders. Het ongemak van het weerzien tussen ouders en kind is een constante (‘Heb je gerookt?!’) maar het trauma dat de jongen van de oorlog mee naar huis neemt, manifesteert zich steeds anders. Fast weet ook hier de psychologie van het leven rond een trauma in beeld te brengen, door in te zoomen op het wrikken van de onzichtbare geschiedenis binnen in de jongen. ‘We hebben alles precies zo gelaten als het was’, zeggen de ouders tegen hem als hij zijn kamer betreedt. En toch is alles anders. De gezinsleden zijn weliswaar herenigd, en terug op hun oude stek, maar hun levens zijn uit elkaar gaan lopen, asynchroon, en nu zijn ze veroordeeld tot een bestaan in een andere tijd. De zoon, de militair, draagt een eigen geschiedenis met zich mee. Niet voor niets wordt de zoon vier keer door een andere jongen gespeeld, met steeds dezelfde ouders.

In Portrait of a Young Samurai (2009) van Meiro Koizumi neemt een zoon juist afscheid. Hij draagt een vliegeniersbril over zijn met bont gevulde vliegeniersmuts, een sjaal met de Japanse vlag bedekt zijn voorhoofd, en hij is klaar om te gaan, voorgoed, want deze zoon weet dat hij niet zal terugkeren. Hij bedankt zijn ouders, zegt dat hij zal sterven als een gelukkig man. Maar dan klinkt de stem van een regisseur, vermoedelijk kunstenaar Koizumi, die vraagt of het afscheid niet nog een keer kan, maar dan meer vanuit de samoerai-‘spirit’. En dan nog een keer, meer met de blik van een samoerai. En nog eens, met de geest van een samoerai door zijn hele lijf. De acteur zucht, blaast zijn wangen bol, buigt zijn hoofd. De pauzes tussen iedere volgende poging worden langer en het afscheid steeds heftiger geacteerd. De acteur moet het verhaal laten binnenkomen om het te kunnen uitdragen.

Anders dan een documentaire, of een conventionele speelfilm, bieden film en fictie kunstenaars de mogelijkheid om een verhaal op elk gewenst moment stop te zetten. Dat geeft ze de tijd om te kijken wat er dan met iemand gebeurt, zoals met de acteur van Koizumi, of om te bedenken wat er óók zou kunnen gebeuren, zoals met de vier zonen in de film van Fast. Wat opvalt is hoe tijd en plaats door de kunstenaars van A Tale of Hidden Histories voortdurend uit elkaar worden gehaald, zoals in de bijbel van Broomberg en Chanarin. Pas dan verschijnt een trauma – het ultieme verborgen verhaal – vol in beeld.

In Defect in Vision (2011) bijvoorbeeld, een ontroerende film in de tentoonstelling van Koizumi, is het een echtgenoot die een laatste maaltijd nuttigt met zijn vrouw, de dag voor hij vertrekt als kamikazepiloot. Het is een klassiek verhaal, te plaatsen in de periode van de Tweede Wereldoorlog, in de specifieke context van Japan. Maar Koizumi liet de maaltijd van het echtpaar door twee mensen in het nu naspelen, in een video die te bekijken is op twee kanalen, op een scherm met een voor- en een achterkant. En wel door twee blinde mensen, om zo de ‘ideologische blindheid’ van de situatie te benadrukken, wanneer ze tijdens hun laatste samenzijn spreken over een goede oorlog (de man) en een mooi leven samen na afloop (de man en vrouw samen).

De vrouw dekt de tafel, op de tast, en de man neemt zoekend een hap. Ze fantaseren over waar ze later zullen gaan wandelen, welke baden ze zullen bezoeken, of ze zullen lunchen met sake. Doe je best, moedigt de vrouw haar man aan. Net als in het portret van de jonge samoerai rekt Koizumi het verhaal zo ver op tot hij de psychologie van zijn land raakt, de open zenuw van de Japanse cultuur.

Dat daar geen acteurs voor nodig zijn, bewijst Chia-Wei Hsu met zijn portret van Huai Mo Village in Thailand. In dat dorp ligt het verhaal verborgen van een priester die tijdens de Koude Oorlog werkzaam was als informant voor de cia, maar er tevens een weeshuis oprichtte. Kunstenaar Hsu vraagt kinderen uit dat weeshuis, dat nog altijd gevuld is, hem te helpen dat verhaal te vertellen. Ze zijn in groten getale in beeld, en ook al is de Koude Oorlog voorbij en het verhaal reeds gevlogen, de geschiedenis zit in hen, is hun geschiedenis geworden.

‘Dit is waar ik kook. Ik hoor de sergeanten schreeuwen: “Kom uit de truck! Kom uit de truck!” De vlammen komen op me af, de hitte wordt erg hevig’

Maar het mooiste voorbeeld van die vervlechting van mensen die ergens geweest zijn – op een significante plek voor de grotere geschiedenis – met wat ze daarvan mee naar huis nemen, geeft de film Battlelands (2018), opnieuw een werk van Meiro Koizumi.

In de film leidt een vrouw ons rond door haar huis en staat stil bij elke hoek, bij elk detail. Een GoPro-camera verzorgt de beelden. ‘Hier is mijn keuken. Vers wasgoed. Ik doe mijn was hier. En ik doe de afwas hier. Mijn droogrek. Waar ik mijn vaat doe. Hier maak ik elke ochtend mijn koffie. Ik heb mijn koffie nodig. Dit is waar ik kook. Ik hoor de sergeanten schreeuwen: “Kom uit de truck! Kom uit de truck!” De vlammen komen op me af, de hitte wordt erg hevig. Ik probeer mijn gordel af te doen maar ik zit vast in mijn beugel. En ik trek mijn gordel van me af. Mijn badkamer. Ik kom hier in de ochtend.’

Ze raaskalt, denk je, en wanneer je een glimp van haar opvangt in de spiegel boven de wastafel in haar badkamer wordt dat gevoel versterkt: ze draagt een T-shirt met daarop de tekst ‘The sarcasm is strong with this one’ en heeft de camera om haar hoofd gebonden als een mijnwerker. Maar de vrouw is een van de veteranen in Battlelands die ons meeneemt door haar persoonlijke omgeving en ondertussen herinneringen ophaalt aan een verblijf in oorlogsgebied. De film is een prachtig, aangrijpend vlechtwerk van toen en nu, van hier en daar. Hier slaap ik, daar vecht ik. ‘Wat ik voor me zie’, vertelt een andere veteraan aan een zonnige waterkant in de Verenigde Staten, ‘is een grijze bunker met lichamen aan beide kanten.’ Een ander ziet wat hij eens zag, wanneer hij uit het raam kijkt van een wolkenkrabber.

Meiro Koizumi, Battlelands, 2018. HD-video-installatie, 56 min. Gemaakt in opdracht van Pérez Art Museum Miami © courtesy Annet Gelink Gallery Amsterdam

Een aantal jaar geleden vond in Tate Modern in Londen de tentoonstelling Conflict, Time, Photography plaats. The Day Nobody Died van Broomberg en Chanarin hing daar op zaal, maar de stroken fotopapier staken in hun abstractheid scherp af tegen alle foto’s van brokstukken en rookpluimen, van daders en slachtoffers die in Tate samen waren gebracht. Wat de tentoonstelling bijzonder maakte, was de inrichting van de zalen naar de hoeveelheid verstreken tijd: na de foto’s die luttele seconden na een gebeurtenis werden genomen, volgden de foto’s genomen na een uur, gevolgd door een dag, een week, een maand, en vele jaren. Samen brachten zij in beeld hoe wij altijd over onze schouders omkijken naar de geschiedenis en hoe die langzaam bedolven raakt onder de tijd die volgde. Het verst verwijderd in tijd waren de foto’s van Chloe Dewe Mathews, Shot at Dawn (2013): serene beelden van een bosrand en een weiland met een slootje in het ochtendgloren, waar, 99 jaar eerder, tijdens de Eerste Wereldoorlog, deserteurs uit het Britse leger waren geëxecuteerd – eveneens in de vroege morgen. Intrigerend was de foto van een zakhorloge, dat stil was blijven staan precies op het moment dat de bom neerkwam op Nagasaki, om 11.02 uur.

Wat opvalt, bladerend door de catalogus een paar jaar later, is hoe die foto’s zich geworteld hebben in mijn geheugen, hoe ze een voorkomen werden voor een hele periode in mijn hoofd. Maar ook valt ineens op hoe belangrijk het concept van tijd is voor de kunstwerken in A Tale of Hidden Histories: het is tijd die de herinneringen draagt, het is tijd die nodig is om oude beelden opnieuw in beweging te brengen. En met het verstrijken van tijd gaan de verhalen mank met de plek waar ze hun oorsprong hadden: op de plek van het onheil gaat het leven weer door, de mensen die getuigen waren verplaatsen zich. De verhalen zijn soms niet eens echt verborgen, wat impliceert dat iemand ze verborgen houdt. Vaker nog raken ze ondergesneeuwd, bedolven.

De kunstenaars van A Tale of Hidden Histories laten stuk voor stuk zien hoe de verhalen kunnen worden teruggehaald. En soms is dat uit het niets. In Battlelands rijdt een man in zijn auto op de snelweg. Hij zingt, tot hij een witte Toyota voor hem in zicht krijgt, en begint te vertellen. ‘Voor me zie ik een witte Toyota, het was begin jaren negentig, met twee mensen daarin, twee militairen. En ze zoeven voort, best snel, ze weten dat ze niet zo dicht bij ons mogen komen. Ik knipper met mijn lichten, ze stoppen niet. Ik schijn met de laser, maar ze komen niet terug. Ik voel me angstig, onrustig, ik wil mijn wapen afvuren. Ik vraag om toestemming.’

Enzovoort. De witte Toyota op de snelweg zijn we reeds lang gepasseerd. Niemand die nu nog op de weg let. We luisteren naar een verhaal uit de geschiedenis, dat zich afspeelde aan de andere kant van de wereld, en verschalken het woord voor woord. Waarheid of leugen, dat doet er nu niet toe. Deze man is een getuige en, net als de rol fotopapier in de Afghaanse zon, gekleurd door alles om hem heen.


A Tale of Hidden Histories is van 16 maart t/m 21 mei te zien bij Eye Filmmuseum in Amsterdam. An Evening with Omer Fast vindt plaats op vrijdag 5 april om 19.15 uur, kaarten via eyefilm.nl