David Bowie 8 januari 1947 – 10 januari 2016

Een van de mooist mogelijke eerbetonen aan David Bowie zou een eenmalige heropvoering van Angels in America door Toneelgroep Amsterdam zijn.

Als ergens de inmiddels tot cliché afgestompte karakterisering van kameleon doorklonk, was het daar: alle muziek in het stuk is afkomstig van Bowie. Want er is simpelweg een Bowie voor ieder gemoed, voor iedere levensfase, voor ieder karakter.

Bowie heeft de wereld verlaten met twee albums die leven en dood verbonden in de symboliek van de ster. The Stars (Are Out Tonight) was de tweede single van The Next Day, dat drie jaar geleden verscheen, en waarin hij expliciet refereerde aan zijn verleden, met name dat in Berlijn. Een periode die niet eens lang duurde, maar wel drie monumentale albums voortbracht.

De hoes van The Next Day was de hoes van zijn klassieker Heroes, maar dan met die titel doorgestreept. De hoes van opvolger Blackstar, verschenen in de week voor zijn dood, bestond alleen nog maar uit sterren. Hij zingt over alle sterren die hij niet meer was (de popster, de filmster), en de ster die hij wél nog was: blackstar.

Op The Next Day stelde hij gerust: ‘Here I am/ Not quite dying.’

In zijn nieuwe single Lazarus stelt hij in zekere zin opnieuw gerust: ‘Look up here, I’m in heaven.’

Blackstar is de vormgeving van de dood. Van een man die zijn hele leven precies dat deed: het vormgeven in kunst – soms decadent, soms schalks, en alles ertussenin. Op zijn officiële Twitter-account is te zien welke mensen Bowie volgden, en wie hij zelf volgde op Twitter. Die eerste waren er heel veel, die tweede niet. De meest recente toevoeging: de Twitter-account van God. Alleen een Brit kan zó tongue in cheek zijn.

De tentoonstelling David Bowie Is eindigde na Berlijn in Groningen, en wel eind maart. Althans, dat was de bedoeling, maar dood en bedoeling gaan zelden samen, dus ongetwijfeld zal de tentoonstelling verlengd worden, om te beginnen in Groningen.

Dat is werkelijk te hopen, want de erfenis van Bowie is zo veelomvattend dat hij zich moeilijk laat vangen, waarin dan ook. Elk verzamelalbum doet minstens één periode te kort, voor elke nadruk op zijn muziek geldt hetzelfde voor de stijl, en andersom eveneens.

Medium david bowie and william burroughs 2c 1974 photograph by terry o e2 80 99neill courtesy of the david bowie archive 2012 20 1

Daarom is David Bowie Is de best mogelijke onderdompeling in zijn levenskunst: de tentoonstelling is het tegenovergestelde van statisch, probeert niet te krampachtig orde in chaos te creëren waar de chaos al mooi genoeg is, en is geen poging tot demystificatie. Niet ‘de mens achter de kunst’, maar de kunst en daarméé de mens. Het schiet van New York naar Londen (maar altijd steden, want zoals in het boek bij de tentoonstelling terecht wordt opgemerkt ‘is Bowie in zijn gevoel altijd stedelijk geweest: de stad is zijn wildernis en zijn toneel’), van Warhol naar Dali, van plateauzolen naar de paspop met het doorgestikte tweedelig pak uit 1972, ontworpen door Freddie Burretti, dat hij droeg tijdens de Ziggy Stardust-tour. Een gulzige greep uit een gulzig leven.

De tentoonstelling is vreemd genoeg in zekere zin ook een voorschot op zijn overlijden, want van het allesomvattende type dat een kunstenaar normaal gesproken pas krijgt na zijn dood. Waarmee het ook een ander voorschot neemt, namelijk op de vraag naar zijn állergrootste verdienste.

Die van prominente voorloper in seksuele ambiguïteit?

Die van het schoolvoorbeeld van de eclecticus, voor wie alle kunstvormen per definitie communicerende vaten zijn?

Die van de muzikant die mode en pop samenbracht?

Al dit, en meer?

Er komt een recensie langs in de tentoonstelling, uit het Britse muziekblad New Musical Express. Eén strofe erin is de best mogelijke benadering van een samenvatting van Bowie’s belang: ‘Changes is Bowie’s levensverhaal. Hij verandert voortdurend. Daarom is er geen herkenbare richting. Hij is alles tegelijk.’

De recensie verscheen in januari 1972. En werd gevolgd door nog 44 jaar aan veranderingen van David Bowie.


Beeld: (1) Promotional shoot for the Kon-rads, 1963. Foto: Roy Ainsworth. Courtesy of The David Bowie Archive 2012 Image © V&A Images ; (2) David Bowie and William Burroughs, 1974. Foto: Terry O’Neill Hand colouring by David Bowie Courtesy of The David Bowie Archive 2012 Image © V&A Images. In Groninger Museum