In Academia

David Graeber: ‘Een diploma is geen vis’

Groene-redacteur Casper Thomas houdt wekelijks een blog bij over de universiteit in transitie. Deze week interviewde hij dwarsdenker David Graeber, die afgelopen zaterdag het Maagdenhuis bezocht.

Halverwege vorige week begon het te gonzen, in het Maagdenhuis en op Twitter. David Graeber, de activistische antropoloog die een boegbeeld was van de Occupy-beweging, zou de Maagdenhuisbezetters een hart onder de riem komen steken. UvA-docenten hadden hem uitgenodigd en Graeber nam graag de Eurostar vanuit London voor een weekend Amsterdam.

Graeber doceert aan de London School of Economics, de slogan ‘We are the 99%’ wordt aan hem toegeschreven (al zegt hij dat het een gezamenlijk idee was) en hij schreef prikkelende boeken zoals een alternatieve geschiedenis van schuld en het onlangs verschenen The Utopia of Rules: On Technology, Stupidity, and the Secret Joys of Bureaucracy. Drukkende schulden en starre regels, twee onderwerpen waar de studenten en docenten die zich het bestuursgebouw van de UvA hebben toegeëigend graag over praten. En dus kwamen ze in groten getale. Op zaterdagmiddag was de hal van de Maagdenhuis goed gevuld. Graeber deed er zijn verhaal, zittend op de grond zoals de mores van het hedendaagse bezetten voorschrijven.

In een interview met De Groene Amsterdammer afgelopen zomer toonde Graeber zich een van de meest interessante dwarsdenkers van dit moment. Na afloop van zijn lezing in het Maagdenhuis die meer weg had van een groot kringgesprek, ontmoette De Groene Graeber opnieuw. Ik sprak met Graeber over hoe zijn analyses van schuld, bureaucratie en verzet van toepassing zijn op de UvA en de Nederlandse universiteiten. ‘Nieuwe systemen ontstaan in de praktijk, niet op de tekentafel.’

Het is opvallend hoeveel aandacht een bezetting als deze krijgt, en vooral hoeveel sympathie daarin doorklinkt.

‘Voor de goede orde: dit soort bezettingen komt vaker voor en 95 procent wordt niet opgemerkt door het brede publiek. Maar je hebt gelijk, sinds Occupy is er veel interesse. De verklaring lijkt me simpel: als je de vinger op een zere plek legt, veren veel mensen op. En de studenten doen iets dat perspectief schept. En daar reageren mensen op, ook al zouden ze zelf geen gebouw bezetten. Dit is waarom ik antropoloog ben geworden: die wetenschap gaat over de mogelijkheden van mensen. Dat er iets mis is op de universiteiten is niet de reden om te gaan rebelleren. We wisten allemaal al lang dat er iets mis was. Je gaat juist rebelleren als je alternatieve mogelijkheden ziet.’

Hoe komt het dat een tegenbeweging vaak ontkiemt in studentenkringen?

‘Een platte reden is dat studenten simpelweg de tijd hebben. En intellectueel gezien zijn ze gunstig gepositioneerd. Via onderwijs staan ze in contact met geschiedenis, met ontwikkelingen in de wereld, met de mogelijkheden die mensen hebben. Ze staan ook op een punt in het leven waarop ze vooruit kijken naar welke wereld ze gaan betreden. En die wereld is momenteel ingericht om de creativiteit, nieuwsgierigheid en vrijheid die studenten ervaren te smoren. De studenten van nu hebben alle reden om somber te zijn over hun vooruitzichten.’

Nou, de meesten gaan een comfortabel middenklassebestaan tegemoet…

‘Dat moet nog blijken. Als de Verenigde Staten de proeftuin zijn, weet ik het zo net nog niet. Daar kun je zien wat er hier over tien jaar kan gebeuren. Ik merkte het toen we met Occupy begonnen. We hadden geen idee wie daar op af zou komen. Er meldden zich vooral schuldvluchtelingen. Jonge mensen die zeiden: “We hebben alles gedaan wat van ons verwacht werd. We wilden een diploma, we sloten leningen af, we gingen naar de universiteit. Nu kunnen we nauwelijks werk vinden. Het lijkt alsof we sukkels zijn, omdat we zitten met schulden die we nauwelijks kunnen terugbetalen. En ondertussen krijgen de verstrekkers van de lening een bailout. Dat zorgt voor woede en frustratie. We gaan momenteel bergafwaarts. Tenzij we dingen ingrijpend veranderen zullen toekomstige generaties slechtere vooruitzichten hebben dan hun ouders, zelfs gemeten naar de materiële welvaart die we zo belangrijk zijn gaan vinden.’

Volgens mij ontstaat dit soort protesten ook bij studenten omdat ze relatief ongebonden zijn. Veel docenten zijn afhankelijk van de universiteit voor hun (tijdelijke) aanstelling.

‘Precies. Over die tijdelijke contracten: die zijn veel meer door politieke dan door economische motieven ingegeven. Dat ben ik gaan beseffen. Het neoliberalisme is politiek, niet economisch. Het is een politieke beweging die economische taal gebruikt voor politieke doeleinden. Het verminderen van baanzekerheid heeft niets met efficiëntie te maken. Je krijgt er minder loyale, minder productieve werknemers door. Het werkt wel goed om arbeid te depolitiseren.’

Het valt me op dat dit vaak gebeurt, ook in het Maagdenhuis. Gesprekken draaien erop uit dat het neoliberalisme de bron van alle ellende is. Wordt het niet eens tijd voor een andere term?

‘Misschien. Als het woord in wetenschappelijke artikelen begint voor te komen, wordt het wellicht tijd voor een nieuwe term. Ik zie neoliberalisme als een brede politieke oriëntatie die in het laatste deel van de twintigste eeuw opkwam. Vanaf 1945 tot aan grofweg de jaren zeventig had je een vorm van keynesiaans kapitalisme. Simpel gezegd kreeg de werkende klasse de verzorgingsstaat zodat ze niet communistisch hoefde te worden. En lonen stegen mee met productiviteitsgroei. De politieke strijd richtte zich toen op de groepen die geen onderdeel van deze deal waren, de zwarte bevolking in de Verenigde Staten, de global south, vrouwen. Op een gegeven moment kwam het breekpunt. Niet iedereen kon onderdeel zijn van deze economische deal. Daarvoor in de plaats kwam neoliberale dispensatie. Iedereen kreeg formele politieke rechten, maar die werden betekenisloos omdat ze verbonden waren met economische rechten. Loonstijging en groei werden ontkoppeld. In plaats daarvan kon iedereen krediet krijgen. En zo krijg je kapitalisme dat op individuele schulden is gebaseerd. Dit is de kern van de neoliberale ideologie: ieder individu is een bv. Daar horen dingen bij als investeren in jezelf en schulden maken.’

Dat laatste is iets waar studenten zich hier ook zorgen over maken. In feite kun je studenten blijven vragen om meer te lenen, omdat een diploma altijd beter is dan geen diploma.

‘Dat is precies het probleem. In de VS merken ze dat nu. Daar gaan de kosten van het studeren omhoog en omhoog. En het heeft niet minder aanmeldingen op de universiteiten tot gevolg. Minder mensen maken hun studie af, omdat ze halverwege door hun geld zijn. Tegelijk geldt in de VS dat als je een baan met zekerheid wil, met vakantiedagen en ziektekostenverzekering, je een diploma moet hebben. En in de praktijk betaal je vele malen meer dan er voor een diploma wordt gevraagd vanwege de rente op je lening.

Wat is een eerlijke prijs voor een opleiding?

‘Niet. Ik vind dat het individu niet hoeft te betalen. Zo simpel is het. Sommige dingen in het leven zijn onbetaalbaar. En dus zou je er niet voor hoeven betalen. Studie is geen individueel, maar een collectief voordeel. De neoliberale ideologie ziet dat anders: “Jij profiteert, dus jij moet ervoor betalen.” Maar iedereen heeft er baat bij als mensen studeren.’

Al heeft de persoon wiens naam op het diploma staat er wel iets meer voordeel van…

‘Soms. Maar het is een gradueel, en geen absoluut verschil. Een diploma is geen vis. Het is geen individueel consumptiegoed. Onderwijs is een proces van zelftransformatie, en dat gebeurt in relatie tot anderen. Bijna alles wat je uit een studie haalt, deel je met anderen.’

Een andere veelgehoorde klacht is de bureaucratie op de universiteiten. Ik vraag me af: is bureaucratie geen onvermijdelijke prijs die je betaalt voor een massa-universiteit. We willen nu eenmaal graag dat veel mensen gaan studeren.

‘Voor een individueel instituut kan dat kloppen, maar is er geen reden waarom je niet een heleboel kleine universiteiten zou kunnen hebben. Je kunt een grote organisatie opdelen in kleine onderdelen die zichzelf besturen. Ik schreef een tijd geleden een artikel over bullshit jobs, die alleen maar draaien om het regelen van processen en waarbij niets wordt geproduceerd. The Economist schreef meteen terug: die banen zijn er omdat de productieketen zoveel ingewikkelder is geworden. Ik vraag me af: geldt dat ook voor universiteiten? Mijn eigen universiteit, LSE, heeft ongeveer evenveel studenten als vijftig jaar geleden maar drie keer zo veel ondersteunend personeel. Is lesgeven drie keer zo ingewikkeld geworden? Nee. We doen nog steeds hetzelfde. Werkgroepen houden en papers nakijken. Het is een empirisch vraagstuk. De hoeveelheid ondersteunend personeel per student, is die toegenomen? Dat zou voor de UvA uitgerekend kunnen worden. Of nog beter, het aantal uren dat aan administration per student wordt besteed. Want dat komt er nog bij: docenten die de helft van hun tijd kwijt zijn aan administratieve procedures.’

Minder bureaucratie, minder rendementsdenken. Daar zit ook de kritiek op de bezetters. Ze weten vooral wat ze niet willen en hebben een minder duidelijk positief programma.

‘Wat ze doen is het programma. Democratische praktijk is hun ideologie, alleen is het toevallig geen “isme”. Het gaat om doen alsof je al in een vrijer systeem zit. Dat is het meest inspirerende dat ik zag bij bezettingen op Engelse universiteiten: mensen gingen onderwijs geven zoals ze dat zelf graag wilden. En veel studenten zeiden dat ze meer leerden dan ooit. Niet alleen over het leven, maar ook wat betreft inhoud. Je moet niet met een blauwdruk beginnen. Mensen vragen mij altijd: “Wat is je plan om het kapitalisme te vervangen?” Onzin. Alsof ze in het Italië van de Renaissance zeiden: “We hebben een nieuw model voor economische verhoudingen en noemen het kapitalisme.” Nieuwe systemen ontstaan in de praktijk, niet op de tekentafel.’

We zitten hier in een gebouw dat een historische reputatie heeft vanwege eerdere bezettingen. Wat is het grote verschil tussen deze bezetting en die van de jaren zestig?

‘De huidige studenten zijn beter in democratie. En feminisme is hier veel belangrijker. In de jaren zestig en zeventig was het idee “eerst de macht grijpen, en een vrijere, meer gelijke samenleving komt daarna”. Nu is het andersom. Mensen proberen nu eerst de onderlinge relaties te veranderen.’

Wat denk je, blijven we werken met de universiteit als instituut voor hoger onderwijs of kan die ook verdwijnen?

‘Dat is een interessante vraag. Het is eerder gebeurd. Tijdens de Verlichting was de universiteit ook niet populair. Invloedrijke denkers zaten toen vaak juist buiten de universiteiten. In de negentiende eeuw kwam het herstel toen de universiteiten de functionarissen van de staat gingen opleiden in ruil voor behoud van hun autonomie. Dit kan weer gebeuren. Of misschien is het al gebeurd. Misschien hebben we bedrijven die zich universiteit noemen, maar dat niet meer zijn in de zin die we ooit bedoelden. Al kunnen die best onderdelen van het oude instituut in zich dragen.’

In Nederland is nu een verschuiving gaande richting selectieve colleges als antwoord op de massa-universiteit. Is dat een oplossing?

‘Deels. Mensen hebben verschillende redenen om hoger onderwijs te volgen. Sommigen willen vooral technische vaardigheden leren voor een specifiek beroep, anderen willen hun leven besteden aan het reflecteren op de betekenis van het zijn. Voor beiden moet plaats zijn en beiden moeten ook voor de niet-elite bereikbaar zijn. Je moet een elite-instituut koesteren omdat het beter is om de vrijheid daar aan sommigen te geven dan aan niemand. Maar uiteindelijk wil je die vrijheid gunnen aan iedereen.’