David in fryslan

Klein maar dapper. Dat is het Friesch Dagblad, het enige christelijke regionale dagblad in Nederland dat de ontzuiling tot nu toe heeft overleefd. En dat zonder op de knieen te gaan voor massavermaak en rendementseisen. Want met de identiteit wordt niet gesjoemeld.
JONGSTLEDEN OKTOBER organiseerde het Friesch Dagblad een symposium over de toekomst van de regionale krant. Van tevoren stond vast dat de stemming bitter zou zijn. De nog geheel zelfstandige, christelijke krant bevindt zich in een zwalkend peloton van collega-kranten. De landelijke dagbladen zetten hun opmars in de regio voort. Het regionale nieuws is steeds vaker een last- minute prooi voor lokale radio- en tv-stations. Ingeklemd tussen die ontwikkelingen staat de identiteit en de functie van de regionale krant in Nederland momenteel ter discussie. Het aantal titels daalt met het jaar. En daar blijft het niet bij. De redactie van het Friesch Dagblad concludeerde op het symposium: ‘Wat eens zelfstandige kranten waren, zijn nu onderdelen van een groot concern. Gaandeweg verliezen ze hun gezicht: de rendementseis van het bedrijf dwingt tot samenwerking en fusie. De pluriformiteit van de regionale pers is daardoor grotendeels verdwenen. En dat betekent dat de inhoudelijke betekenis tot een schaamdoekje krimpt.’

Hoofdredacteur Lutsen Kooistra kent het proces uit eigen ervaring. Eerder was hij werkzaam bij de katholieke Haagse krant Het Binnenhof, die door de gereformeerde Kooistra ook protestantse abonnees aan zich hoopte te binden. Het werd een van de treurigste perioden uit zijn leven. Kooistra: ‘Uitgever Sijthoff was eropuit Het Binnenhof zo snel mogelijk met de Haagsche Courant te laten fuseren. Niemand van de katholieke achterban die tijdens dat proces protest aantekende. Onthutsend.’ Onlangs nog was hij met de verzamelde Nederlandse hoofdredacteuren - 'een matte club’ - op stap. 'Dan zie ik mijn collega’s van de Twentsche Courant: regiomanagers zijn het, verlengstukken van hun uitgever.’
Deskundigen zien in een scherpere profilering de enige manier voor een regionale krant om te overleven. Dat is makkelijk gezegd. Binnen het beperkte verspreidingsgebied moet de redactie recht doen aan de zeer uiteenlopende politieke gezindte, leeftijd en geloofsovertuiging van de achterban. Het stimuleert kleurloosheid. De Leeuwarder Courant - de grote concurrent van het Friesch Dagblad - afficheert zich in advertenties als 'zonder slagroom’, 'de boekhouder’, 'de balans’. Volop nuance, geen passie.
In de Verenigde Staten - waar regionale dagbladen beter gedijen - weten ze de oplossing. Het regionale nieuws moet smeuiger en prominenter worden gepresenteerd. Hoofdredacteur Hylke Speerstra van de Leeuwarder Courant: 'Nederlanders hebben een veel bredere interesse voor boven-regionale zaken, voor de wereld. De Amerikanen zijn, met alle respect, toch enorme regionalisten.’
TWINTIGDUIZEND exemplaren bedraagt de gehele betaalde oplage van het Friesch Dagblad momenteel, en veel vooruitgang zit er ogenschijnlijk niet in. De voortschrijdende ontkerkelijking treft de krant recht in het hart. In Sneek, waar het Friesch Dagblad half april een promotie-actie houdt, is het aantal kerkelijk ingeschrevenen in tien jaar tijd met een kwart gedaald.
Problemen te over dus voor Lutsen Kooistra, die vorig najaar zijn functie als voorlichter van het Nederlands Bijbelgenootschap opgaf om bij het Friesch Dagblad in dienst te kunnen treden. Op dat moment stevende de krant af op een recordverlies. De liquiditeit leed ernstig gevaar omdat voorgaande jaren door commerciele uitglijers met grote tekorten waren afgesloten. In 1991 bracht toenmalig directeur C. Veen het Autojournaal uit. Verlies een jaar later: anderhalf miljoen. Zijn opvolger, J. Schrale, had in de uitgeverswereld een slechte naam die het Friesch Dagblad te laat ter ore kwam. Eenmaal in functie bleek hij ongedekte cheques te accepteren voor de uitgave van een sportkant. Schade: vijf ton. De nieuwe interim- directeur Van Veenstra zorgde voor een omkering in het commerciele denken. Hij verklaarde dat adverteerders soms best op een verhaal in de krant zouden mogen rekenen. 'Dienstverlenend in plaats van arrogant, zo moet je je als dagblad tegenover hen opstellen.’
De redactie verging het al niet veel beter. Voormalig hoofdredacteur Nuys wilde de zelfstandigheid van de krant prijsgeven op grond van een extern onderzoeksrapport. De tien extra journalisten en de additionele pagina’s die daarin ter overleving van de krant werden bepleit, konden volgens Nuys nooit uit eigen middelen worden gefinancierd. Het bestuur van het Friesch Dagblad oordeelde dat hij de krant verkwanselde. Nuys moest maar opstappen. Dat weigerde hij, ondanks veel kritiek van de 38 redacteuren (ter vergelijking: de Leeuwarder Courant heeft er honderd in dienst). Met een financiele tegemoetkoming van 180.000 gulden verdween Nuys van het toneel.
Ondertussen verdwenen de abonnees bij honderden. Adverteerders stelden contracten uit, omdat ze voor het voortbestaan van de bijna honderdjarige vreesden. Drie instanties lenigden de financiele nood; een club van christelijke Friese zakenlieden zegde geld toe, een donatiecampagne onder de abonnees bracht twee ton in het laadje, en het Bedrijfsfonds voor de Pers bleek gevoelig voor het erfgoed van de krant - het laatste christelijke regionale dagblad in Nederland - en doneerde anderhalf miljoen. Een geste die vergezeld ging van de eis dat er nauw samengewerkt moest worden met een andere uitgever. Ieder lid van de persvereniging - een controlerend orgaan inzake het reilen en zeilen van het Friesch Dagblad - voelde aan waar dat uiteindelijk op zou kunnen uitdraaien: fusie met aartsvijand de Leeuwarder Courant.
Uiterlijk zijn de verschillen tussen de twee kranten helder. De 'Ljouwter’ (betaalde oplage 110.000) opereert vanuit een nieuw bedrijfspand dat vorig jaar met veel tamtam werd geopend door prins Willem-Alexander. De camera’s van Avro’s Glamourland registreerden de inpandige fitnessruimte, het bedrijfsrestaurant en de bar. Een luxe die zich voortzet in de krant: die wordt gedrukt op een groter formaat, met meer pagina’s en standaard twee fullcolour foto’s op de cover.
Maar 'it Deibled’ is bezig aan een inhaalrace. Externe deskundigen - professor Alberda, Deetman - vullen steeds vaker de kolommen. De wijze waarop aan nationaal nieuws zo consequent mogelijk een regionale draai wordt gegeven, is opvallend.
DINSDAGMIDDAG, kwart over twaalf. De broodtrommels komen tevoorschijn op de burelen van de christelijke krant, een sober jaren- zeventig pand op een afgelegen industrieterrein. De redactiehoofden zijn bijeen in de kamer van de hoofdredacteur om de nieuwe krant, net een half uur van de persen, kort te evalueren en de planning voor de volgende dag op scherp te stellen. Kooistra is niet tevreden. De opening op de voorpagina, 'Weinig schot in registratie allochtonen’, verwijst hij naar de prullenbak. Te descriptief. Hij suggereert: 'Weerstand bij bedrijven tegen registratie allochtonen.’ Bij tijd en wijle heeft de vergadering iets weg van een hoorcollege journalistiek.
Later die dag is Kooistra graag bereid zijn kritiek te preciseren. Mits eerst mag worden opgemerkt dat de redactie 'ontzettend hard heeft gewerkt’ en dat hij 'grote bewondering’ heeft voor het nieuwe elan na de slechte periode. Maar: 'We moeten nog veel beter leren hoe mensen denken en daarbij aansluiting zoeken. Waar praten ze over bij de kapperszaak - het mechanisme dat De Telegraaf tot in de finesses beheerst. Dat is wat anders dan klakkeloos de mening van de man in de straat overnemen.’
Zijn die woorden reeel voor een regionale krant? Wat valt er meer te peuren uit een klein busongeluk in de provincie dan een beschrijving van de feiten?
Kooistra: 'Dan wil ik meteen weten wat voor bus dat was. Een lijnbus, een touringcar of de bejaardenvereniging die op pad ging. Daar zit een mooi verhaal in. Hoe door zo'n ongeluk het uitje waar mensen een jaar naar hebben uitgekeken wordt verpest.’ Beleving en emotie zijn in Kooistra’s ogen twee toverwoorden die het Friesch Dagblad kleur moeten geven. En die op hun beurt weer aansluiting zoeken bij de christelijke traditie van de krant.
DE GESCHIEDENIS van het Friesch Dagblad gaat terug tot 1 juni 1903. Ter emancipatie van de 'kleine luyden’ moedigde de Anti-Revolutionaire Partij rond de eeuwwisseling regionale varianten van De Standaard aan. Deze in 1872 door Abraham Kuyper opgerichte krant belandde alleen bij de gereformeerde dominee en de christelijke hoofdmeester. Dat zinde Kuyper niet. De politieke apathie van veel christenen schreef hij toe aan het optreden van de dagbladpers, die hij 'door en door verjoodscht’ noemde. Laagdrempelige regiokranten moesten de christenen mobiliseren.
In het overwegend protestantse Friesland leidde het Friesch Dagblad lange tijd niettemin een marginaal bestaan. Bij het overlijden van hoofdredacteur Uddo van der Meulen in 1935 bleek de kas niet toereikend om een opvolger aan te stellen. De redactie vroeg Hendrik Algra, op dat moment leraar aan de christelijke kweekschool te Leeuwarden, om vrijwel onbezoldigd het werk waar te nemen. De chef-redacteur, de heer J. de Haan, zou de dagelijkse leiding op zich nemen en Algra zou de artikelen, speciaal de hoofdartikelen schrijven. Geen ongebruikelijke constructie: Romme deed hetzelfde voor de Volkskrant.
Wat Kuyper niet lukte, ging Algra goed af. Bij een receptie ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig hoofdredacteurschap noteerde hij in zijn autobiografie Mijn leven, mijn werk: 'Daar kwam ook het “volk van het land”, zoals dat in het Bijbelboek Koningen staat. Boeren, tuinders, en landarbeiders, vaak met hun vrouwen, en die laatsten hadden soms apart wat voor mijn vrouw meegebracht, een flesje eau-de-cologne of een stukje keurig verpakte toiletzeep. Het was ons een grote vreugde, want het is altijd ons ideaal geweest, in diepe verbondenheid te leven met het “gewone volk”, waaruit wij zelf zijn voortgekomen. Wij zijn altijd verre gebleven van het sociaal gerichte paternalisme uit de salons.’
Dat werd ook Algra’s stokpaardje als senator voor de ARP in de Eerste Kamer. Hij sprak er klare taal, ook toen de bezetters voor de deur stonden en talrijke collega-christelijke kranten - zoals trouwens bijna de gehele Nederlandse dagbladpers - zonder veel protest aan de Duitse eisen voldeden. In zijn hoofdcommentaren bleef Algra waarschuwen voor het nationaal-socialisme, tot hem het schrijven door de Duitsers werd verboden en de krant even later zichzelf tijdelijk ophief.
'Hendrik Algra, dat was de man van mijn vader’, zegt mevrouw Kieft (70) in Veenwouden, een klein dorpje tien kilometer ten oosten van Leeuwarden. 'Ikzelf heb in de oorlog met V3 gelopen, een ondergronds blaadje dat later in het Friesch Dagblad is opgegaan. Toen mijn eerste man overleed had ik twee kranten: Trouw en het Friesch Dagblad. Trouw ging eruit, het Friesch Dagblad bleef. Voor een alleenstaande vrouw was het te veel luxe er twee kranten op na te houden.’ Haar tweede man zegt: 'Mede door de kritische achtergrond is dat mijn lijfblad geworden.’
UIT DE ANDERE kant van het dorp klinken andere geluiden. Dertiger K. Sijtsma verruilde het Friesch Dagblad een paar jaar geleden voor de Leeuwarder Courant. 'Ik ben lid van de EO en de RPF. Daar wordt in het Friesch Dagblad tegenwoordig zeer negatief over geschreven. Het is nu een CDA-krant. Dan neem ik liever de Leeuwarder, die is veel objectiever.’
Lutsen Kooistra kent de klacht, via zijn telefonische spreekuur voor abonnees dat hij bij zijn komst instelde. Veel opzeggers om religieuze redenen zijn er volgens hem niet. Integendeel: 'Ik maak me daar wel eens zorgen om. Dan denk ik: waarom hoor ik zo weinig kritiek.’
Na de zomer wilt u de redactie uitbreiden. Welke rol speelt de geloofsovertuiging van de sollicitanten nog?
Kooistra: 'Iedereen die hier werkt moet de taal, de code van de lezer verstaan. Dat betekent niet dat je elke zondag twee keer naar de kerk moet, wel moet de solicitant kunnen meewerken aan de uitbouw van het journalistieke concept. Hoewel er geen Berufsverboten zijn, impliceert het dat niet iedereen hier kan werken.’
Bedoelt u dat een atheist of islamiet bij voorbaat geen kans maakt?
'In de praktijk betekent het dat onze journalisten moeten weten wat de Heidelbergse Catechismus is. Ik vraag niet of ze die uit het hoofd kennen, laat staan dat ze er hun handtekening onder moeten zetten.’
In de christelijk-journalistieke traditie is drank- en sigarettenreclame taboe. Zou u een advertentie van Bols accepteren?
'Ik geloof dat we die meenemen. Moet ik straks even navragen.’
En een advertentie voor een boek dat een vrijere euthanasie bepleit?
'Uw vraag refereert aan een hardnekkig misverstand. Ik vind het zorgvuldig en eerlijk onze waarden en traditie thematisch te expliciteren. Als je dat doet, ben je aanspreekbaar. Vanuit de christelijke traditie zijn vele waarden overgeleverd: visies op lijden, op leven en dood. Neem orgaandonatie. Er bestaat de neiging om de doodverklaring af te lezen aan de activiteit van de hersenstam. Maar wat zegt die digitale uitlezer over de ziel? Die vraag is geen exclusief christelijke zaak. Integendeel. Bij de Bijenkorf overschrijdt het schap van de esoterie dat van de christelijke theorie veruit. Het levensbeschouwelijke zit in de lucht.’
De feiten spreken in zijn voordeel. Neem het hoofdcommentaar dat Hendrik Algra in 1964 aan de uitreiking van de Nobelprijs aan Sartre wijdde. 'Wij lazen dat het optreden van Sartre een uitdaging is voor het Christelijke denken. Wanneer dat betekent dat knappe Christelijke koppen tegen zijn denkarbeid nu een ander vertoog moeten opstellen, dan is dat een vergissing. Hier is geen tegenstelling tussen tweeerlei denken, tweeerlei wetenschap, het gaat veel dieper. Het gaat om geloof tegen ongeloof.’ Wie de krant van 2 mei jongstleden openslaat, vindt op de pagina Kerk prominent de kalenderwijsheid 'De vrijheid bewijst zichzelf naarmate zij verwezenlijkt wordt’ - van, jawel, diezelfde Sartre.
In een recent interview zei Kooistra dat het Friesch Dagblad misschien het bewijs bij uitstek is voor het failliet van de verzuiling. Toch werd vorige week bekend dat de krant gaat samenwerken met de NCRV. Kooistra relativeert: 'We verkennen alleen de gemeenschappelijk belangen nu de traditionele scheiding tussen geprinte media en ethermedia met de dag verandert. Ik doelde in dat interview op de traditionele zuilen. Daartegenover verrijzen nieuwe. Het neoliberalisme van Bolkestein is zo'n orientatiepunt waaromheen mensen zich groeperen. De nieuwe dwarsverbanden zijn minder omvattend. Ik ben gereformeerd en lid van Greenpeace. Mijn buurman is overtuigd atheist, maar ook lid van Greenpeace. Voor een krant als de onze is dat heel interessant. Daardoor kunnen we andere mensen aanspreken dan diegenen die traditioneel bij ons horen.’
EN HET WERKT. 'Kooistra heeft onze krant een smoel gegeven’, zegt redacteur Steven Emmens: 'De krant leeft weer in Friesland.’ Sinds januari zit het aantal abonnees in de lift, adverteerders druppelen binnen. Voor het eerst in jaren is er zicht op een kleine winst, op grond waarvan de commerciele samenwerking met de Friese Pers - uitgever van de Leeuwarder Courant - voorlopig op een laag pitje is gezet. Al wordt er al jarenlang op kleine schaal samengewerkt in de distributie. 'Je identiteit zit niet in een drukpers of de bezorging’, zegt Kooistra.
De Friese Goliath maakt zich nog geen zorgen over kleine David. Hylke Speerstra: 'Met weinig mensen maakt Kooistra een verdomd aardig krantje. Maar op termijn - en dan spreek ik puur op persoonlijke titel - is er geen plaats voor het Friesch Dagblad naast de Leeuwarder Courant. Je moet minstens veertigduizend abonnees hebben, anders verschraal je. De nieuwe identiteit van het Friesch Dagblad? Ik kan het nog niet helemaal duiden. Goed, zij hebben een hele pagina geestelijk leven, wij sinds jaar en dag een halve. Maar er staat bij hen, dunkt me, op het eind van de redactietafel geen potje met halleluja-saus dat ze over alle artikelen heen kunnen gieten.’
Sinds twee weken woedt er tussen de kranten een felle strijd over de wijze waarop de Leeuwarder Courant bericht over de jaarcijfers van het Friesch Dagblad. 'Voor 95 procent emotie, selectieve verontwaardiging’, zegt Speerstra. Binnenkort zullen beide heren op instigatie van Lutsen Kooistra in een persoonlijk gesprek de kou uit de lucht proberen te nemen. Speerstra waakt op voorhand voor arrogantie. 'Ik zeg wel eens tegen mijn redacteuren: “Als het Friesch Dagblad er niet meer is, dan zijn wij de kleinste.” ’