David Koch (3 mei 1940 - 23 augustus 2019)

De extreem rijke industrieel David Koch betekende veel voor de libertarische zaak. En voor de sabotage van klimaatmaatregelen.

Vorige week vrijdag overleed de industrieel David Koch op 79-jarige leeftijd aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij was een bekende figuur in New Yorkse society-kringen en een gulle filantroop op het gebied van kunst, onderwijs en medisch onderzoek. Maar zijn voornaamste nalatenschap is politiek van aard: samen met zijn broer Charles was hij verantwoordelijk voor het financieren van een rechts-libertarische beweging die de Amerikaanse politiek sinds de jaren zeventig naar rechts hielp duwen. Dat deed Koch met behulp van een door de decennia heen zorgvuldig opgebouwd netwerk van denktanks, non-profits, lobbyisten en andere politieke actoren, dat ook wel bekendstaat als de ‘Kochtopus’.

Ten tijde van zijn overlijden was Koch een van de rijkste mensen ter wereld, met een fortuin met een netto waarde van naar schatting 49 miljard dollar, dat hij voornamelijk vergaarde als co-eigenaar (met broer Charles) van het bedrijf van zijn vader, Koch Industries. Dit industrieel conglomeraat is onder meer actief in olie (raffinaderijen en pijplijnen), plastic, chemicaliën, hout en financiële dienstverlening. Na Cargill is het het grootste private bedrijf in de VS.

Al jarenlang worden David en Charles Koch ervan beschuldigd hun libertarische principes te exploiteren voor hun eigenbelang. Vooral hun niet-aflatende promotie van klimaatontkenning voedt dergelijke verdachtmakingen; het tegenhouden van maatregelen die de CO2-uitstoot beperken is niet bepaald nadelig voor wie wil verdienen aan fossiele brandstoffen en chemicaliën. Maar de broers hebben altijd volgehouden dat ze zich laten leiden door een traditioneel geloof in de vrijheid van het individu, evenals in vrijhandel, de vrije markt en vrijheid van wat ze de ‘verstoringen’ door de overheid noemden. Zoals bijvoorbeeld belastingen, dienstplicht, leerplicht, regulering van het bedrijfsleven en sociale voorzieningen, maar ook wetten die homoseksualiteit, prostitutie of drugsgebruik criminaliseren.

Zijn libertarische, veelal (maar dus niet altijd) rechtse ideeën kreeg David van huis uit mee. Zijn grootvader, de Nederlandse immigrant Harry Koch (1867-1942) was oprichter van de Quanah Tribune-Chief, een Texaanse krant die hij gebruikte om zowel zijn belangen in treininvesteringen als zijn libertarische politieke ideeën te promoten. Tijdens de Depressie was hij een felle tegenstander van Roosevelts New Deal en schreef hij opiniestukken tegen vakbonden, pensioenen en de regulering van banken. Davids vader, Fred Koch (1900-1967), was een vooraanstaande anticommunist die de zeer rechtse John Birch Society mede oprichtte. Zelf was David in 1980 als running mate van Ed Clark kandidaat voor het vicepresidentschap van de VS namens de Libertarian Party, een campagne die hij grotendeels zelf financierde. Het duo verwierf ongeveer één miljoen stemmen, niet onaardig voor een derde partij in Amerika’s tweepartijenstelsel, maar het deed David toch besluiten dat hij op de achtergrond meer voor de libertarische zaak kon betekenen.

‘Koch was een slechte man die zijn leven wijdde aan het kwaad’

In linkse kringen, zoals de redactie van het socialistische tijdschrift Jacobin, is men niet geïnteresseerd in de vraag of David Kochs motieven in al wat hij deed nou zuiver libertarisch waren of niet. ‘David Koch was een slechte man die zijn leven wijdde aan het kwaad’, schreef Branko Marcetic. ‘Kochs dood maakt op zichzelf niet eens veel uit: die betekent simpelweg dat hij op tijd uit het vliegtuig is geparachuteerd waarvan hij de motor heeft gesaboteerd. Maar het is een krachtig symbool. Het komt slechts een week nadat we hebben geleerd wat de ware grootte is van Kochs rol in het verspreiden van klimaatontkenning – en dat midden in een werkelijk doodeng inferno in het Amazone-regenwoud.’

De recente revelaties waaraan Marcetic refereert is het boek Kochland van onderzoeksjournalist Christopher Leonard. Daarin beschrijft hij in detail hoe de broers Koch en hun netwerk een essentiële rol hebben gespeeld in het twijfel zaaien over de wetenschap achter klimaatverandering. Daardoor is vooral het conservatieve deel van het Amerikaanse publiek gaan geloven dat klimaatverandering een links complot is en, vooral, dat het zeer de vraag is of de overheid de uitstoot van CO2 moet reguleren. Hiertoe betaalden de Kochs bijvoorbeeld denktanks als het Heartland Institute en het Cato Institute om onderzoeken te produceren die de catastrofale economische gevolgen voorspelden van klimaatmaatregelen. Via de non-profitorganisatie Americans for Prosperity werden Tea Party-activisten bewerkt om zorgen over klimaatmaatregelen hoog op hun agenda te zetten.

In een interview met The New Republic werd Leonard gevraagd wat volgens hem Kochs nalatenschap zal zijn. ‘Er is geen enkele twijfel dat de Kochs een vitale rol hebben gespeeld in het vertragen en zelfs terugdraaien van overheidsregulering op het gebied van klimaat’, zei hij. ‘Door het gebrek aan actie van de afgelopen decennia hebben ze de generaties na hen met extreme risico’s opgezadeld.’

David Kochs ‘tragische heengaan’ zal geen enkele invloed hebben op de politieke strategieën van het Koch-netwerk of op de bedrijfsvoering van Koch Industries, voorspelt Leonard. Ook Marcetic zegt: ‘De enige reden dat de Kochs konden doen wat ze hebben gedaan de kolossale rijkdom is die we ze hebben toegestaan te vergaren. Die vertaalden ze in politieke macht, die ze vervolgens gebruikten om de wereld op het pad richting crisis te zetten. Zolang we niets aan dit feit veranderen, zullen er meer Kochs, Epsteins en andere verdorven leden van de elite zijn die ons met plezier uitleveren aan uitsterving om een extra dollar te verdienen.’