Ddr- perversies

Thomas Brussig, Helden wie wir. Verlag Volk & Welt, 326 blz., f50,40
We weten het nog: Christa Wolf werd indertijd geschaduwd door de Stasi, die voor haar huis in een autootje op wacht stond en ook wel eens bij haar inbrak. Op een dag lag er een spiegel aan diggelen in haar badkuip, vertelde ze in Was bleibt (1990). Sinds kort weten we wie de dader was: ene Eule, een van de collega’s van Klaus Uhltzscht, degene die door aan grenswachten zijn enorme erectie te tonen de val van de Muur teweegbracht en die zich sindsdien beschouwt als missing link in de jongste Duitse geschiedenis.

Uhltzscht is de hoofdpersoon in een vlot boek van een jonge Berlijner, Thomas Brussig (1965), grootgebracht in de DDR, waar hij naar de wetten van alle Oostduitse schrijvers diverse beroepen afwerkte - meubeldrager, portier in een museum, portier in een hotel. Helden wie wir is geschreven volgens het Irving-principe: vlot en fris van de lever, met veel verwikkelingen en absurde situaties. Het relaas bestaat uit bandopnamen ten behoeve van een interview voor de New York Times, waarin Uhltzscht zich afficheert als kandidaat voor maar liefst twee Nobelprijzen: die voor de vrede en die voor de literatuur.
Het boek roept het bekende beeld op van een amateuristische staat die ten onder gaat aan zelfbespieding en heroische naiviteit. Lees hoe schaatsster Katharina Witt en haar trainster de fantasieen van de naieve Stasi-man op hol doen slaan; hoe Nederland door een vriendinnetje afgeschilderd wordt als het paradijs op aarde; hoe Uhltzscht een acute en permanente penisvergroting krijgt door zijn doodzieke leider en idool Honecker als bloeddonor te redden van de dood; hoe Uhltzscht nogmaals in de slag gaat met de vermaledijde Christa Wolf door haar beroemde geteilte Himmel te ontheiligen met zijn geheilter Pimmel.
Het boek heeft daarmee een hoge herkenningsgraad voor ex-DDR'ers, maar ook voor buitenstaanders valt veel te genieten. Brussig is een soort leerling van Adolf Endler, meester van de zwarte DDR-humor, die literairder schrijft maar wiens feilloze oog voor de absurditeiten van het leven van alledag Brussig overgenomen lijkt te hebben. Hoofdpersoon Uhltzscht presenteert zich achtereenvolgens als de laatste drijver, als brave DDR-burger die al tijdens het oversteken bij rood licht getroffen denkt te worden door een sluipschutter, als anti-type wiens grootste prestatie het halen van de omslag van de Neue Berliner Illustrierte is: een zelfportret vol grootheidswaanzin, tot in het karikaturale versterkt door het feit dat Uhltzscht niets begrijpt van wat er met hem en zijn land gebeurt.
Brussig publiceerde al eens een roman (Wasserfarben in 1991, onder het pseudoniem Cordt Berneburger), maar met Helden wie wir zit het goed snor: een geloofwaardig boek, verfrissend door de zelfironie waarmee elk gebeurtenisje uitvergroot wordt tot lachwekkende proporties - een na het eerste geslachtsverkeer gerookte peuk wordt bewaard voor het toekomstige Uhltzscht-museum, de verrassende ontdekking van zijn kleine trompettertje haalt in gedachten de volgende dag prompt de titelpagina van de Bild-Zeitung.
Ook op stilistisch niveau is er veel te beleven: de verschillende taaltjes zijn technisch knap aangebracht, de woordspelingen zijn talrijk, het DDR-jargon wordt rijkelijk op de hak genomen. Uhltzscht, die zijn perversies uiteindelijk alleen botviert om het socialisme naar de eindoverwinning te voeren, stelt er prijs op te constateren dat hij de enige is bij wie de Wende in het geheel geen vragen oproept: hij heeft haar tenslotte tot stand gebracht.