De 21 beste romans van de eeuw

Uit de literatuurenquête van De Groene Amsterdammer kwamen de volgende 21 titels naar voren. Sven Vitse kiest Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman.

De eerste zin die me in Het tegenovergestelde van een mens trof (ik citeer ’m onvolledig): ‘Aangezien ik ben opgegroeid zonder enig idee’ – een leidend, overkoepelend principe van morele, politieke of religieuze aard – ‘heb ik geen moedertaal wanneer het op betekenis aankomt, geen rode draad om door de wereld om me heen te spannen.’ Geen groot verhaal dus, en daardoor ‘vertoont iedere ideologie die mijn pad kruist overeenkomsten met het weer’: veranderlijk, met steeds wisselende impact op je doen en laten.

De rode draad die protagonist Ida zo hard mist, lijkt Lieke Marsman in haar debuutroman de lezer evenmin aan te reiken. Zeker, er zit een minimaal verhaal in; Ida wordt verliefd op Robin en gaat stagelopen bij een stuwdam in Italië. Verder ligt in deze tekst vooral een bewustzijn in aantekeningen uitgezaaid. Het is een bewustzijn dat in verschillende stemmen spreekt. Naast het ik van Ida horen we een beschouwende, analytische stem in essays en een lyrisch subject in (proza)gedichten. Deze stemmen lijken in en uit elkaar te schuiven zonder naar synthese of confrontatie te streven. Aan het einde van het verhaal gaat in Ida’s hoofd het licht uit en neemt een hybride stem het over, alsof een geologisch bewustzijn in haar overpeinzingen doorschemert.

Het tegenovergestelde van een mens is een belangwekkend boek alleen al omdat het de klimaatopwarming op de voorgrond plaatst. Toch volgt deze roman niet het gangbare pad van de dystopie. Niet het veranderende ecosysteem wordt verbeeld maar de worsteling van één mens om intellectueel en affectief greep te krijgen op de gedachte hieraan. Ida is verlamd door schuldgevoel, platgeslagen door de enormiteit van dit ongrijpbare verschijnsel, en boos omdat voorgaande generaties haar zowel deze catastrofe nalaten, als de neoliberale ideologie die een politieke aanpak ervan in de weg staat.

Als dit een geëngageerd boek is, dan vooral wanneer het reflecteert op de mogelijkheid van engagement, en op de obstakels. Klimaatverandering is verpletterend maar heteronormativiteit en het gemis aan verbinding zijn dat ook. In Ida’s hoofd zit een pomp die haar afwisselend leegzuigt en doet overstromen. Haar depressie is een leegte waarin ze niets voelt en waarin tijd en toekomst wegvallen, en tegelijk een exces aan niet-realiseerbaar verlangen. Hoe het Antropoceen in deze affectieve bodem valt en die op zijn beurt voedt, dat is een vraag waarvan Marsman in elk geval de contouren schetst.

Op het intellectuele vlak laat de roman eenzelfde dynamiek van gebrek en exces zien. In essays en leesnotities schotelt Marsman haar lezer ongelijksoortige proeven van klimaatkritiek voor. Die variëren van citaten uit Naomi Kleins This Changes Everything tot een meer systematische uiteenzetting over antropocentrisme in de westerse filosofie. Het tegenovergestelde van een mens heeft de verdienste dat het de Franse filosoof Quentin Meillassoux in het centrum van de Nederlandse literatuur introduceert. Dat de mens zich in ontologische zin minder onderscheidt van het niet-menselijke en het niet-levende dan hij zich graag voorstelt – die gedachte krijgt ruimer baan dan geopolitieke analyse van het zogeheten Kapitaloceen.

Wil je hier iets mee kunnen, dan moet je zelf met deze analyses aan de slag, want ook de theoretische overvloed laat zich niet integreren in een narratief totaalbeeld. Op mij komt deze roman over als een enigszins gehaaste verzameling fragmenten, waarvan de vorm goed de gemoedstoestand uitdrukt die erin verbeeld wordt. Een fascinerend document en esthetisch experiment ineen.


Sven Vitse is essayist en universitair docent aan de Universiteit Utrecht. Naast Marsman noemde hij Nina Polak, Gebrek is een groot woord; Niña Weijers, De consequenties; David Nolens, Stilte en melk voor iedereen en Hafid Bouazza, Paravion