De 21 beste romans van de eeuw

Uit de literatuurenquête van De Groene Amsterdammer kwamen de volgende 21 titels naar voren. Gustaaf Peek kiest De tolk van Java van Alfred Birney.

De theaterbewerking van Alfred Birney’s De tolk van Java is een heldere weergave van een eenzijdige lezing van de roman. Er staat wat er staat, alle woorden roepen emoties op die medeleven opwekken, want dat is blijkbaar het doel van een roman, om de lezer bij een geschiedenis te betrekken en van een inzicht te overtuigen. Toen de inmiddels befaamde openingszin van de schriftelijke Tolk gedragen, bijna beschuldigend door de zaal galmde, dacht ik: o god, daar gaan we weer, we moeten weer doen alsof we nog van niets weten en alles heel erg vinden.

In de lente van 2016 sla ik De tolk van Java open, en ik moet bekennen dat ik het boek als schrijver begin te lezen. Daarmee bedoel ik dat ik de tekst overwegend analytisch benader, iedere taaltechnische beslissing krijgt mijn aandacht, een proces waarbij woorden van informatievaartuigen veranderen in betekenisdragers. Deze manier van lezen reserveer ik voor auteurs wier werk een dergelijke aanpak kunnen doorstaan. Op dat moment ken ik de schrijver persoonlijk, maar niet goed, heb ik wat van zijn werk gelezen, maar niet veel. Er hangt iets rond deze nieuwe, dikke roman, die opeens niet meer bij In de Knipscheer verschijnt. Wellicht komt het door de familiariteit met de auteur en zijn achtergrond, wellicht speelt een tijdelijke teleurstelling in de literatuur als kunst een rol, maar ik onderwerp De tolk aan een strenge lezing, blijkbaar wil ik me niet laten meeslepen, me niet vergissen.

Voor mij gaat De tolk van Java nauwelijks over Nederlands-Indië, nauwelijks over boemanvaders of jeugdtrauma’s, wanneer ik terugdenk aan de roman beland ik niet in oorlogssituaties, kille internaten of familieruzies. In mijn ervaring gooit de roman een net over een overweldigend bewustzijn, een weerspannige geest voortdurend verwikkeld in vonkende contradicties, die even krachtig als hulpeloos getuigt van de menselijke ongerijmdheid.

Zelden heb ik een Nederlandse roman meegemaakt die stilistisch en thematisch zo veel in stelling brengt en zich tegelijkertijd niet lijkt te bekommeren om falen of onbegrip. Het boek eist een lezer, maar is niet eenduidig over die dwingende wens, te veel tegenstellingen zijn gaande, te veel stemmen roepende, de auteur test te veel, twijfelt te veel, waardoor ontstaat waar iedere werkelijke lezer van literatuur op hoopt: een open invitatie.

Soms heb je dat, dat je iets leest en denkt: dit is wel erg goed, tot de auteur iets uithaalt wat je niet voor mogelijk houdt en het boek het mysterieuze gebied betreedt dat alleen gereserveerd lijkt voor de werken die hun aantrekkingskracht in elk tijdperk handhaven. De overtreffende trap in De tolk is voor mij het manuscript van de vader. Op verbluffende wijze lukt het Birney om deze memoires te laten balanceren tussen zelfrechtvaardiging en zelfvernietiging, om niet in een bekrompen narratief te vervallen, maar de chaos te laten duren, alle veiligheid steeds te ontlopen. Nergens staat er wat er staat. Dergelijk literair vernuft brengt me in de war, maakt me vrolijk, jaloers ook.

Deze overrompelende roman geeft me reden om te lezen en te schrijven.


Gustaaf Peek is schrijver van romans en scenario’s. Naast Birney noemde hij ook Cormac McCarthy, The Road; Toni Morrison, Love; James Ellroy, The Cold Six Thousand en Kees ’t Hart, Teatro Olimpico