De 21 beste romans van de eeuw

Uit de literatuurenquête van De Groene Amsterdammer kwamen de volgende 21 titels naar voren. P.F. Thomése kiest De kaart en het gebied van Michel Houellebecq.

In De kaart en het gebied wordt de schrijver Michel Houellebecq op brute wijze vermoord, onthoofd en in stukjes gehakt, niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde. Ook zijn hond Plato wordt onthoofd en getrancheerd. De roman zelf lijkt zich van deze gebeurtenis niets aan te trekken. Het verhaal loopt gewoon door, met de schrijver in mootjes all over the place. Deze spectaculaire literaire harakiri verleidde het koor der critici om over een ‘andere’ Houellebecq te spreken, een ‘mildere’. Hij had de ostentatieve sekstoerist, moslimbasher, ongewassen alcoholist en onverschillige cynicus die hij op de bühne van de openbaarheid in de eerste plaats is, op barokke wijze om zeep gebracht. Prompt werd de roman bekroond met de Prix Goncourt. Nu de auteur publiekelijk de ‘oude’ Houellebecq had geliquideerd, kon de geïnstitutionaliseerde literatuur het enfant terrible veilig inlijven.

Dit nu, lieve lezertjes, is bullshit. Deze roman is – net als De wereld als markt en strijd, Elementaire deeltjes en Platform – een schitterende provocatie. Je leest, maar je weet niet wat je leest.

Laat ik een poging wagen. Iedere schrijver die succes heeft, is gedoemd te verstarren tot zijn eigen cliché. Zijn o zo herkenbare afbeelding wordt een beeldmerk, een logo. Hij gaat op zichzelf lijken als een baas op zijn hond en vice versa. Dat is precies wat Houellebecq hier aan de orde stelt: hoe de afbeelding ons het zicht op de werkelijkheid ontneemt. Of beter: hoe onze werkelijkheid is gaan bestaan uit afbeeldingen, ficties, aannames, leugens – die men zo bloederig kan vermoorden als men wil, maar die vervolgens gewoon blijven bestaan. Het bloed en de bloederigheid zijn immers zelf ook afbeeldingen, in dit geval rechtstreeks ontleend aan de filmindustrie.

De hoofdpersoon van De kaart en het gebied is overigens niet de schrijver Houellebecq, maar een beeldend kunstenaar genaamd Jed Martin. Hij is beroemd geworden met het zo ‘natuurgetrouw’ mogelijk fotograferen van Michelin-routekaarten, die het erg goed doen in een wereld die de weg kwijt is. Ook schildert hij ‘levensecht’ sleutelmomenten uit de contemporaine geschiedenis, zoals geënsceneerde topontmoetingen tussen de twee IT-tycoons Bill Gates en Steve Jobs, die de toekomst bepalen, en tussen de kunstpausen Damien Hirst en Jeff Koons die de kunstmarkt verdelen. Hij doet dat zo ‘levensecht’ dat het vanzelf onecht wordt.

Jed Martin zit net als Michel Houellebecq gevangen in een redundante werkelijkheid, een hyperrealiteit, waarin hij is gedoemd om af te beelden wat er reeds is, ten overvloede te bevestigen wat al bestaat. De wereld is een afbeelding van de wereld geworden. Wij leven in een kopie en kopiëren die op onze beurt. Wat een kunstenaar rest, is het afbeelden van afbeeldingen tot hij zelf een afbeelding is geworden. Dat wordt succes genoemd.

Verzet hiertegen is futiel, demonstreert Houellebecq met zijn bizarre (zelf)moordpartij.

Ik moest bij de barokke schrijvers- en hondenmoord meteen denken aan een befaamd essay uit de Franse literatuur, namelijk ‘De dood van de auteur’ van Roland Barthes. Dit essay is zo iconisch geworden dat de meeste mensen alleen de titel hebben gelezen en daaruit hebben geconcludeerd dat Barthes zou hebben beweerd: de schrijver is dood en daarmee de (roman-)literatuur.

Het essay van Barthes is echter, zoals al zijn essays, een optimistische oproep en vitale aansporing aan de lezer. Wees niet zo gezagsgetrouw, geloof de schrijver niet op zijn woord, ga zelf lezen, ga zonder kaart het bos in, ga op avontuur. Sla de machines kapot! Niet de schrijver, maar jij hebt het laatste woord. Het beeld vernietigen en zelf leren lezen. Dan schrijft de werkelijkheid zich vanzelf.

Ik weet niet of Houellebecq het zo heeft bedoeld, maar hij is het er ongetwijfeld mee eens.


P.F. Thomése is schrijver en essayist. Naast Houellebecq noemde hij W.G. Sebald, Austerlitz; David Vann, Legend of a Suicide; Jacob Groot, Adam Seconde en Tonnus Oosterhoff, Op de rok van het universum